Neeltje Flipse-Roelse 1921-2008

Een fotograaf in Zeeuwse klederdracht: Neeltje Flipse-Roelse was misschien amateur, maar ze legde de wereld om zich heen treffend vast.

Ze was enig kind. Waarom, dat weet niemand meer. Het kwam in de familie vaker voor, dat wel. Waarom precies ze op haar vijftiende voor haar verjaardag van haar ouders een fototoestel kreeg is evenmin duidelijk. Had ze erom gevraagd? Was het een ingeving van haar vader, die bouwkundige was?

De camera maakte grote indruk op Neeltje Roelse – Neel voor intimi, Nee voor de buitenwereld. Ze realiseerde zich al snel dat je er meer mee kon dan kiekjes maken van de mensen die je kende. Je kon er ook de wereld, het leven om je heen mee vastleggen. Hoe de aardappelen werden geraapt, maar ook hoe de stenen van de dijk er van dichtbij uitzagen. Hoe er tijdens het werk op het land werd gepauzeerd en hoe de vrouwen een buiten-oven aan de praat hielden.

Van haar vader had ze na de acht klassen lagere school niet mogen doorleren: dat vond hij nergens voor nodig. En, toegegeven, het vriendinnetje dat wél had mogen doorleren werd daarna ook gewoon huisvrouw, zoals alle vrouwen in Westkapelle. Neel Roelse zou er de rest van haar leven boos over blijven dat haar vader z’n voet dwars zette. Dat er niet eens over te praten was geweest.

De camera bood haar wel een alternatieve route naar kennis. Op zolder van het ouderlijk huis aan de toenmalige Zuidstraat in Westkapelle, ooit het 18de eeuwse jachthuis van de Ambachtsheer, maakte ze een donkere kamer. Ze werd lid van de Camera Club in Middelburg – voor de oorlog was ze een van de twee vrouwelijke leden. Ze leerde er ontwikkelen en afdrukken en je kon er over foto’s praten: hoe anderen het aanpakten, waarom de ene foto beter was dan de andere.

Toen de oorlog kwam legde ze de Duitse soldaten vanuit het zolderraam vast. Toen Westkapelle een NSB-burgemeester kreeg vereeuwigde ze die gebeurtenis door de camera stiekem onder de schort van haar Zeeuwse dracht te verstoppen.

Het enige goeie van de oorlog was dat ze er in 1940 haar man, Kor Flipse, door ontmoette. Want voor de persoonsbewijzen moest iedereen een pasfoto hebben. In Westkapelle maakte Nee Roelse die.

Kor, voluit Kornelis – die k is Zeeuws – was toen ambtenaar op het gemeentehuis. Ambtenaar zou hij zijn hele werkende leven blijven, al ging hij later naar de provincie. Maar hij was ook de man die aanvoelde dat Neeltje Roelse gedreven werd door de wens ’bijzonder’ te zijn, om zich niet neer te leggen bij de versteende gewoontes van Westkapelle, maar het dorp anderzijds ook niet kon missen. Kor vond het uitstekend dat Neeltje ’anders was’, dat ze niets om het huishouden gaf, dat ze liever ging fotograferen. Hij had een geheugen als een ijzeren pot: van elke foto die zij maakte, wist hij waar en wanneer dat was.

De oorlog trof Westkapelle hard. Op 2 oktober 1944 gooiden de Engelsen strooibiljetten naar beneden: ’ga snel weg, we gaan bombarderen’. Walcheren moest onder water komen te staan, want anders bleven de Duitsers daarvandaan schieten en konden de geallieerden de haven van Antwerpen niet gebruiken, die ze sinds september in handen hadden.

Maar bij de Westkapelse bevolking wilde het er niet in dat er echt bommen zouden vallen. Ze bleven. Op 3 oktober vielen er, op een bevolking van 2600 mensen, zo’n tweehonderd doden. De dijken werden gebombardeerd en het water kwam. Neeltje Roelse legde het allemaal vast: de ontreddering bij de mensen, de verwoesting. Ze deed dat op fotofilm die ze op allerlei manieren bijeenscharrelde. Nu eens leende ze haar camera een dagje uit aan een fotograaf en kreeg er een rolletje voor terug, dan weer ruilde ze wat fotochemicaliën tegen film. Er waren nog wat mensen die fotografeerden: de geallieerden zelf, maar ook de Westkapelse meneer Dekker. Maar die wisten geen van allen de ziel van het dorp vast te leggen. Zij wel.

Op Walcheren eindigde de oorlog in november 1944, toen het land onder water stond, de dieren dood, de mensen ontheemd en de Duitsers verslagen waren. Maar de wederopbouw ging traag, want het ontbrak aan materiaal. Neeltje’s vader ontwierp een plan voor de herbouw van Westkapelle: van de 650 huizen waren er immers 600 kapot. Neeltje legde ook de wederopbouw vast. Het was „belangrijk voor later”, wist ze – al had ze geen idee in welke vorm. Ambitie om haar foto’s afgedrukt te zien in kranten, om ze meteen al te laten zien, had ze maar liever niet. Men mocht in Westkapelle eens denken dat ze het hoog in de bol had.

De foto’s kwamen terecht in albums, de negatieven in doosjes. Ze had er ontelbaar vele. In die albums zette ze, in plakletters, „nadruk verboden” op het schutblad.

De Zeeuwse dracht trok ze in 1947 uit, wegens gebrek aan stof – maar ook opgelucht dat het niet meer hoefde. Ze was altijd al meer het type voor een lange broek en ging die later ook dragen.

Kor en zij trouwden in 1948 en kregen tussen 1950 en 1958 drie kinderen: twee dochters, daar tussenin een zoon. Maar een erg huiselijke moeder was ze niet. Soms ging ze er als een pijl met de camera vandoor omdat er zulke mooie luchten te fotograferen waren. Maar van de waarde van die meer kunstzinnige fotografie was ze zelf nooit zo overtuigd; over haar documentaire foto’s had ze minder schroom.

Zodra een filmcamera min of meer betaalbaar werd, halverwege de jaren zestig, begon ze ook te filmen. In 1965, toen de jongste dochter en de zoon op de openbare lagere school zaten, legde ze een jaar van hun schoolleven op film vast.

Toen de kleurenfotografie inburgerde en het zelfs vrij eenvoudig werd om die zelf te ontwikkelen en af te drukken, eind jaren zeventig, had Nee Flipse-Roelse opeens genoeg van de fotografie. Nu kon iedereen het. Nu was het niet bijzonder meer.

De schatkamer van haar fotokast ging pas weer open in 2000, toen in Westkapelle het plan ontstond om een museum te openen: het dijk- en oorlogsmuseum ’het Polderhuis’. Album voor album, doosje voor doosje, namen ze de foto’s door om te bepalen welke wel, en welke niet gedigitaliseerd zou worden. Kor, met zijn fotografische geheugen, schoot vanachter zijn krant te hulp als iets niet duidelijk was. Ze vond het geweldig dat er een museum kwam waar haar foto’s onmisbaar waren. „Het is net of ik altijd heb geweten dat het er kwam”, zei ze.

In 2004 gingen Kor en Neeltje in een bejaardenhuis wonen – in Middelburg, want daar was een appartement voor een echtpaar vrij. Zij had inmiddels Parkinson, hij had een herseninfarct gehad. Liefst waren ze in hun eigen huis gebleven. Maar dat ging niet langer.

Ze takelden in het verzorgingshuis verder af, maar wel samen. In januari vierden ze hun 60-jarig huwelijk. Half maart liepen ze in het verzorgingshuis allebei een virusinfectie op; eerst zij, toen hij. Hij kreeg er een longontsteking overheen en overleed een dag later. Zij leek op te knappen en heeft haar man nog opgebaard gezien. Maar of ze heeft begrepen dat hij was overleden is niet duidelijk. Ze kreeg er een herseninfarct overheen en overleed twee dagen na hem. Kor en Neel zijn samen begraven.

Neeltje Flipse-Roelse werd op 12 mei 1921 in Westkapelle geboren. Ze overleed op 20 maart 2008 in Middelburg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden