Column

Nee, vernieuwende scholen rommelen niet maar wat aan

René Kneyber. Beeld Maartje Geels

In tegenstelling tot wat legers aan trendwatchers, toekomstvoorspellers, ‘disruptors’, kantelaars en opiniemakers ons willen doen geloven, is het Nederlandse onderwijs innovatiever dan in de meeste andere landen. De vrijheid van onderwijs speelt hierin een grote rol. 

In de grondwet is vastgelegd dat de overheid niet mag bepalen hoe er in Nederland wordt lesgegeven. Dus als biologiedocenten bijvoorbeeld in de les bier willen brouwen met leerlingen dan hoeven ze zich niet, zoals in andere landen, af te vragen: mag dat wel? Want natuurlijk mag dat. Niemand heeft daar iets over te zeggen.

Het Nederlandse onderwijs toont zich daardoor al decennialang een vruchtbare bodem voor allerlei prachtige onderwijsinitiatieven, die elders in de wereld moeizaam voet aan de grond hebben gekregen: jenaplan- en vrije scholen, dalton- en montessori-onderwijs, noem het maar op. Iedere school kan zich bovendien profileren door wat extra’s te doen. Zo heb je ­cultuurprofielscholen, technasia, et cetera. Op een school hier in de buurt hangen welgeteld acht van dit soort plakkaten naast de voordeur. In de ­afgelopen twintig jaar namen deze concepten en profielen volgens het ­recente rapport van Inspectie van het Onderwijs explosief toe.

Scholen haken daarmee in op een trend. Ouders willen niet dat hun kind enkel voor een papiertje wordt opgeleid. Zij willen een bredere vorming, daarom kiest men bijvoorbeeld massaal voor de vrije school. En het is heus niet zo dat scholen dit allemaal doen om leerlingen te trekken: zij willen ook een brede vorming bieden, of het nu is om leerlingen te motiveren, meer zelfstandigheid aan te leren, of om ze zo voor te bereiden op een ­onzekere toekomst.

De onderwijsinspectie uitte ook kritiek. Innovatie is niet altijd ver­betering en scholen zouden te weinig evalueren: werkt het ook wat ze doen? Die vernieuwingsscholen rommelen maar wat aan, was her en der als makkelijke conclusie in de media te lezen, te horen en te zien naar aanleiding van het rapport.

Leerlingen op een Montessori-school in Pijnacker. Beeld Werry Crone

De onderwijsinspectie pleit voor iets heel anders. Stel dat een school zich tot doel stelt om de zelfstandigheid van leerlingen te vergroten, dan zien de inspecteurs dat scholen zelf te weinig in kaart brengen of dat doel ook wordt gehaald.

Dat scholen niet evalueren betekent echter niet dat het onderwijs die doelen niet haalt, of dat op progressievere scholen het onderwijs door de bank genomen slechter zou zijn. Guuske Ledoux en Monique Volman deden hier onderzoek naar. Het viel hen inderdaad op dat vernieuwende scholen zelf niet goed evalueren, maar ze kwamen er ook achter dat innovatieve scholen niet alleen hun gestelde doelen weten te halen, maar vaak ook beter scoren op de traditionele opbrengsten van het onderwijs.

Zo beschouwd had de inspectie – voor het evenwicht – ook best mogen opmerken dat traditionelere scholen ook wel wat vaker de opbrengsten van hun onderwijs zouden kunnen evalueren.

René Kneyber deelt zijn ervaringen als wiskundeleraar op het vmbo.

Lees ook:

Segers: Dijkhoff zoekt ruzie met de verkeerde mensen

De aanval van VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff op de vrijheid van onderwijs valt slecht bij coalitiegenoot ChristenUnie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden