Nee, religie is niet de bron van alle kwaad

'Kaïn doodt Abel', Albrecht Dürer. Beeld Wikimedia

Zou de wereld zonder religie een vrediger plaats zijn? Spoort godsdienst, zoals atheïstisch auteur Christopher Hitchens beweerde, 'goede mensen aan om kwade dingen te doen'? Godsdiensthistorica Karen Armstrong gelooft er niets van.

De islam heeft Al-Kaida, de Islamitische Staat, Iran en Hamas. Het christendom heeft de kruistochten, de inquisitie en de apartheid. Boeddhistische monniken in Birma jagen op een moslimminderheid en bloeddorstige hindoe-nationalisten proberen India in hun greep te krijgen. Joodse hardliners zouden het liefst alle Palestijnen van de kaart vegen.

Bestsellerauteur Karen Armstrong hoort het voortdurend, schrijft ze in haar nieuwe boek Fields of Blood. Religie zou de bron zijn van alle kwaad. "Het wordt gereciteerd als ware het een mantra - door Amerikaanse commentatoren, door psychiaters, taxichauffeurs in Londen en academici in Oxford." Maar als de stelling klopt, waarom draaiden de twee wereldoorlogen dan niet primair om religie? En als religie alle schuld draagt, welke rol spelen politiek, economie, cultuur en gebrek aan natuurlijke bronnen dan?

"Als mensen claimen dat religies meer oorlogen, onderdrukking en lijden op hun naam hebben dan andere menselijke instituten, dan moet je je afvragen: meer dan wat?", vindt Armstrong. Meer dan nationalistische culturen, seculiere bewegingen of industriële belangen? Kun je zulke generieke fenomenen eigenlijk wel met elkaar vergelijken?

'Geweld is complexer dan Dawkins denkt'
De Britse voormalige non, bekend geworden met standaardwerken als Een Geschiedenis van God, lijkt in haar nieuwste werk vooral te keren tegen radicale atheïsten als Hitchens en Dawkins. Ze noemt ze niet bij naam, maar haar afkeer van hun antireligieuze tirades is duidelijk. Geweld is te complex om zo eenvoudig te duiden, meent ze. Daarmee beweert ze overigens niets nieuws. Armstrong vertolkt wat in godsdienstwetenschappelijke kringen min of meer consensus is.

De 'gulden regel' is terug te vinden in de wortels van vrijwel alle wereldreligies, merkt Armstrong op. Jezus, Confucius, Zoroaster, Mohammed, de Boeddha: allen preekten ze een variant op 'wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet'.

Dat godsdiensten toch voortdurend worden gebruikt als legitimatie van geweld, zou een pijnlijk gevolg zijn van hun succes. Hoe populairder een religie wordt, hoe groter de kans dat wereldse machthebbers haar ook adopteren. Zij nemen meestal een deel van de vredelievende geboden over, maar proberen de religieuze doctrine ook onderdeel te maken van hun politieke en culturele strijd.

Niet lang nadat keizer Constantijn zich had bekeerd en het christendom uitriep tot staatsgodsdienst, formuleerde kerkvader Augustinus het idee 'rechtvaardige oorlog'. De hadith, uitspraken die aan de profeet Mohammed worden toegeschreven, dichten oorlog een religieuze dimensie toe. In de Koran is die dimensie nauwelijks aanwezig. Hindoes en boeddhisten die uit zijn op strijd doen hetzelfde: verwijzen naar de passages waarin profeten en grondleggers geweld verheerlijken - ten koste van het vredelievender proza.

'Zelfmoordterreur is niet religieus'
Overigens ontkent Armstrong niet dat veel geweld gepleegd wordt uit naam van godsdiensten. In tegendeel: een fors deel van het 350 pagina's tellende boek is een geschiedschrijving van geweld. Van de oude Indiërs tot de kruistochten en islamitisch terrorisme.

Zelfmoordaanslagen worden nu gezien als een islamitisch fenomeen, meent ze. Maar het waren waarschijnlijk de Tamil Tijgers, 'separatisten die geen tijd hadden voor religie', die de zelfmoordaanslag uitvonden en populariseerden. Tot voor een aantal decennia geleden kwam zelfmoordterreur in islamitische kringen niet of nauwelijks voor. De Universiteit van Chicago onderzocht over een periode van 25 jaar zulke aanslagen en constateerde dat er cijfermatig 'nauwelijks een verband is tussen zelfmoord, terreur en fundamentalisme - of wat voor religie dan ook'.

Dat religies nu de schuld krijgen, heeft volgens Armstrong deels te maken met de moderne Westerse definitie van het fenomeen. Rituelen, doctrines, wereldbeelden, verwachtingen over een hiernamaals: het wordt allemaal op een hoop gegooid en afgezet tegen 'het seculiere'. Onterecht, vindt ze, want godsdienst is veel te complex voor zulke simplificaties. Religie is zozeer vervlochten met de rest van de geschiedenis dat het onmogelijk is om haar los te trekken.

De Nederlandse vertaling, 'In naam van God', verschijnt in 2015.

Karen Armstrong Beeld Knopf Publishers
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden