Nee, nee, nee

Marjolijn van Heemstra is theatermaker en schrijver. Ze onderzoekt wat het moderne leven over kersverse ouders uitstort. Reacties naar info@marjolijnvanheemstra.nl

Mijn zoon wil niet meer gezoend worden. Tenminste, niet de hele tijd. Steeds vaker duwt hij me weg, zijn favoriete nieuwe woord herhalend: nee, nee, nee!

Ik probeer zijn verlangen naar persoonlijke ruimte te respecteren, maar het gaat me moeilijk af. Hij is zo zacht, hij ruikt zo goed, en als hij niet tegenstribbelt past hij zo perfect in mijn armen.

Terwijl ik de zoveelste omhelzing forceer, herinner ik me mijn eigen afkeer van moeders die ik vroeger op het schoolplein hun kinderen vol op de mond zag zoenen. Rillingen kreeg ik ervan, die ouders en hun droge lippen waarmee ze territorium leken af te bakenen.

Ik ben geloof ik niet zo fysiek. Ik hou van een stevige hand, een schouderklop en wat gepaste afstand. Als ik iemand omhels, is dat meestal op initiatief van die ander.

Je hebt mensen die met de grootste vanzelfsprekendheid een kruimel van je gezicht vegen, bij mij gaat zoiets altijd houteriger dan ik zou willen. Het zit er gewoon niet in.

Behalve bij mijn zoon. Daar zou ik het liefst de hele dag op kauwen.

Maar dat mag dus niet meer en in plaats van hem de ruimte te geven zoek ik voortdurend sluiproutes naar zijn kleine warme lijf. Ik lok hem met eten, knuffels, kleurpotloden. Ik zet afleveringen van 'Bumba' aan en trek hem stiekem op schoot als hij gehypnotiseerd naar een dansende granaatappel kijkt. Soms hoop ik dat hij weer eens ziek wordt, niet ernstig maar een klein beetje koorts, precies genoeg om de hele dag als een slap washandje tegen mij aan te willen liggen.

Vanmorgen lag hij naast me te slapen. Zijn ronde hoofd een perfect planeetje op het kussen, zijn lippen volmaakt roze. Voorzichtig zoende ik hem op zijn mond. En nog een keer. Hij draaide zich knorrend om in zijn slaap. Ik draaide hem zachtjes terug. Arme baby. Zoende hem weer. Met een slaperige hand duwde hij de indringer van zich af, een zorgelijke trek om zijn mond.

Ik wist zeker dat hij droomde van een spook met droge lippen. Ik laat je met rust, zei ik, echt, straks. Ik legde mijn neus in zijn sprieterige kapsel, zoende zijn oor. Ik stopte met zoenen. Ik zoende hem weer.

Ik dacht aan wat de Franse schrijfster Marie Darrieussecq schreef over haar baby. Over de geur van meel en melk en zoetebroodjeslucht. Over het hellend vlak van knuffelen naar smachtend verlangen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden