Nee, geen koffietafelboek

Er zijn zoveel plaatjesboeken van Amsterdam, dat de medewerkster van de uitgeverij oprecht verbaasd was dat bij de presentatie van het zoveelste boek zich een vertegenwoordiger van de pers meldde. Weliswaar hield die vertegenwoordiger zich bezig met klein nieuws in een wat persoonlijk getoonzette rubriek, maar toch: zelfs de stadskrant Het Parool, zei de medewerkster, deed geen moeite meer zulke bijeenkomsten te bezoeken. Zelf wist de kleinnieuwsman na deze verwonderde uitlating van de medewerkster ook niet zeker meer of hij er goed aan gedaan hier te verschijnen en hij vreesde in zijn eigen onbeduidendheid te verdwijnen.

Aangekondigd was de verschijning van het boek ’Amsterdam – 365 stadsgezichten’, voorafgegaan door een inloop met koffie. Een beeld van Amsterdam aan de hand van 365 schilderijen, van 1600 tot nu. Er stond ook nog bij: ’Als er één stad veel bezongen is, dan is het wel Amsterdam’ , een opmerking die de overbodigheid van een zoveelste lofzang leek te bevestigen.

Toen de ongeveer twintig gasten ingelopen waren en koffie gedronken hadden, staand in de museumwinkel van het Amsterdams Historisch Museum, en achtereenvolgens de museumdirecteur, de uitgever en de auteur van de begeleidende teksten hun rituele toespraakjes hadden afgerond, werd het boek uitgereikt. Het had de vorm van een dikke baksteen, en ook de zwaarte ervan. Voor het omslag was gekozen voor een zicht op de Amstel met de Magere Brug, in 1921 geschilderd door J.C.K. Klinkenberg, met heel veel hemel erboven, een werk dat moeiteloos een koekblikdeksel zou kunnen sieren. Toen sloeg de persvertegenwoordiger het boek open. En viel van de ene verbazing in de andere.

Het geheim van dit boek zit ’m in de toevoeging ’van 1600 tot nu’. Want ja, die zoete stadsgezichten met paarden en koetsen en vrouwen in klederdracht, allemaal dik in de olieverf, die kennen we wel, het is er kalm en geluidloos en de honden lopen los en niemand heeft haast, maar drukker wordt het aan het eind van de negentiende eeuw, als aan de idyllische tafereeltjes een eind gemaakt wordt en je de stad begint te ruiken en te voelen. Natuurlijk, er zijn nog steeds verstilde momenten op z’n Klinkenbergs, ’de meester van het zonnige stadsgezicht’, maar na Breitner en Willem Witsen is de wereld niet meer dezelfde en in het boek wemelt het van de verrassingen, tot diep in de twintigste eeuw, de tijd van de persvertegenwoordiger zelf, die ineens het Blauwe Theehuis ziet in het Vondelpark, weer aanschuift aan de leestafel in Café de Eland, wandelt door een snikhete Warmoesstraat en in de avondlijn 16 de Ferdinand Bol in ziet rijden. En slager Rodrigues aan de Vijzelgracht, fameus voor zijn patés, ook die duikt op en dan begint dit boek te bruisen en te leven, ook door die fraaie kleine teksten die kunsthistorica Carole Denninger erbij schreef.

De baksteen is een goudstaaf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden