Nee, deze stofzuiger koop ik niet.

Ayaan Hirsi Ali (Trouw) Beeld
Ayaan Hirsi Ali (Trouw)

De Britse publicist Timothy Garton Ash krijgt ervanlangs nu hij afstand neemt van de term ’Verlichtingsfundamentalisme’, die hij ooit van toepassing vond op de ideeën van Ayaan Hirsi Ali. De Duitse journalist Thierry Chervel neemt het voor hem op.

Thierry Chervel

Timothy Garton Ash doet in zijn nieuwste boek iets wat intellectuelen van zijn kaliber zelden doen: hij trekt een begrip terug. Met een zekere luchthartigheid beschuldigde de Britse publicist enkele jaren terug in The New York Review of Books de Nederlands-Somalische, inmiddels in de Verenigde Staten woonachtige islamcritica Ayaan Hirsi Ali ervan een ’Verlichtingsfundamentaliste’ te zijn.

Hij construeerde daarmee een symmetrie tussen het islamisme en een deel van de westerse publieke opinie, en lokte een flink debat uit, aangezwengeld door het internetmagazine signandsight.com. Publicisten als de Franse filosoof Pascal Bruckner, de Nederlands-Britse schrijver Ian Buruma en de Turks-Duitse publiciste Necla Kelek mengden zich hierin. Het debat vond grote weerklank in de internationale pers.

Maar van zijn eigen constructie heeft Garton Ash nu dus met een voetnoot bij het genoemde artikel in zijn nieuwste verzameling essays Facts are Subversive afstand genomen.

En amper heeft Timothy Garton Ash dat gedaan, of John Gray staat op, de duistere prins van de jonge Britse filosofie. En werpt hem dit distantiëren als verwijt voor de voeten. „Garton Ash mag aarzelen om het begrip fundamentalisme op de Verlichting toe te passen, omdat dit erop zou duiden dat we afstevenen op een onbeheersbaar conflict. Maar precies dit gevaar van een botsing der fundamentalismen is reëel”, schrijft Gray in een bespreking van het boek voor de New Statesman.

Waarom zegt Gray dat?, ben je geneigd als meedenkende en bloggende burger te vragen. Wat is zijn belang bij deze vermeende symmetrie der fundamentalismen, die Timothy Garton Ash net overbodig heeft verklaard? Gray heeft deze vergelijking blijkbaar nodig om zijn pessimistische blik op de wereld intact te houden.

Het conflict, zo benadrukt de hoogleraar aan de London School of Economics tweemaal in zijn artikel, is onoplosbaar. Bovendien is het eigenlijk ook niets vergeleken bij de écht dreigende catastrofen als klimaatverandering en gebrek aan grondstoffen. Hij klinkt als een vertegenwoordiger in stofzuigers – altijd een reservemodel in de koffer.

Dus nog een keer: bestaat er zoiets als een fundamentalisme van de Verlichting, lijnrecht tegenover het islamitisch fundamentalisme? Bestaat het gevaar dat deze fundamentalismen elkaar in een geweldsspiraal opstuwen, zodat het tot een clash der culturen komt?

Gray draait het debat, dat hij alleen uit de weergave van Garton Ash kent, in zekere zin weer terug naar nul. „Een groot deel van de staatsterreur in de afgelopen eeuw was seculier en niet religieus”, werpt hij op. „Lenin en Mao waren openlijke aanhangers van Verlichtingsideologieën.” Precies hetzelfde bezwaar had de tegenvoeter van Garton Ash in het debat uit 2007, Pascal Bruckner, al gemaakt en ook weer gepareerd: „Er is in de twintigste eeuw meer tégen God gedood dan in zijn naam. En toch werden het nationaal-socialisme en daarna het communisme onttroond door democratische regeringen die hun inspiratie uit de Verlichting en de filosofie van de mensenrechten haalden.”

Je kunt nog een stap verder gaan dan Bruckner en je afvragen of Lenin en Mao zich werkelijk op ’Verlichtingsideologieën’ baseerden. Eigenlijk baseerden ze zich, in drastisch verruwde vorm, op Marx. Is het voldoende zijn uitleg van de wereld wetenschappelijk te noemen om voor Verlicht door te gaan? Ook Marx zelf – iemand die beweerde over het toverwoord voor de toekomstige wereld te beschikken – zou naar hedendaagse begrippen niet als ’Verlicht’ gelden. In één opzicht was hij profetisch: hij noemde het communisme een spook.

Het mag dan zo zijn dat het reëel bestaande socialisme een vorm van fundamentalisme was – maar dat geldt niet voor de Verlichting. Met het religieuze fundamentalisme deelt de Verlichting alleen een dogmatische tekstinterpretatie. Maar de Heilige Schrift is een andere tekst. Fundamentalismen willen de werkelijkheid modelleren naar een op schrift verkondigde Waarheid. Wat er bovenuitsteekt, wordt er afgesneden. Ze beloven een terugkeer naar een oorspronkelijke zuiverheid, verlossing van de corruptie van de vrije markt, onmiddellijke nabijheid van God, en het opgenomen zijn in de gemeenschap, in plaats van het treurig geïndividualiseerde erkennen van je eigen eindigheid. Voor de schade die kan ontstaan op weg naar deze hemelse vreugde aanvaart niemand de aansprakelijkheid. Sommigen willen die vreugde door middel van terreur bereiken, anderen stellen zich tevreden met de afsplitsing van een gemeenschap en naar binnen gerichte terreur.

Er bestaat geen enkele gelijkenis tussen de reactie van de westerse samenleving op de islam of op het islamisme en een dergelijke leer of een dergelijk gedrag. Natuurlijk, er is intolerantie, onverschilligheid, racisme, discriminatie, het hele repertoire van alledaagse gemeenheden, waaronder overigens niet alleen aanhangers van het moslimgeloof te lijden hebben. Verlicht kunnen we deze gemeenheden niet noemen.

Welke opvatting van de Verlichting moet je eigenlijk hebben om te kunnen geloven dat zij tot fundamentalisme in staat is? Haar principes zijn immers juist tegen het geloof in de fundamenten gericht. Alleen wie „zelf denkt” vindt een uitweg uit de onmondigheid die hij aan zichzelf te danken heeft. Wie zelf denkt maakt zich los van dogma’s en de schijnbaar eeuwige, in werkelijkheid alleen nog door een kaste van priesters gehanteerde waarheden. Zelf denken betekent ook over jezelf nadenken, zelfreflectie, zelfrelativering. Daarom zijn de deviezen van de Verlichting vaak tegenstrijdig: „Vrijheid is de vrijheid van andersdenkenden.” De Verlichting gelooft ook niet in een bepaalde onvermijdelijkheid op weg naar zelfkennis. Zo’n vooruitgangsfilosofie zou alweer uitgaan van een automatisme, die van mensen marionetten in een op afstand bestuurd proces maken.

De Duitse socioloog Wolf Lepenies citeert in zijn in memoriam van de onlangs overleden Leszek Kolakowski een zin van de Poolse filosoof: „In voortdurende twijfel aan zichzelf kan de Europese cultuur haar geestelijk evenwicht en de rechtvaardiging van haar aanspraak op universaliteit vinden.” De ideeën van de Verlichting staan daarom ook niet als ’westerse waarden’ lijnrecht tegenover de islam. Ze veronderstellen in eerste instantie een bevrijding van de eigen religies en tradities. Het is een paradox dat de uit de Verlichting voortkomende democratie de enig mogelijke regeringsvorm is die een coëxistentie van religies mogelijk maakt.

Natuurlijk trekt de Verlichting elk geloof in twijfel, maar ze maakt het geloof juist ook mogelijk. Het geloof wordt tot persoonlijke belijdenis, los van traditie en priesterdwang. Het geloof wordt pas waar door de vrijheid het ook af te kunnen vallen.

Het is deze vrijheid tegenover religie en niet een ’Verlichtingsfundamentalisme’ dat de haat van fundamentalisten opwekt. Het gaat hun helemaal niet om religie, maar om de macht om over het lot van individuen te kunnen beschikken. In het geval van het islamisme is het meest aansprekende symbool van deze wil tot macht de hoofddoek. Natuurlijk, het staat vrouwen vrij zich te onderwerpen. Als ze het vrijwillig doen.

Timothy Garton Ash heeft een boek van 400 pagina’s geschreven, boordevol ideeën, reflecties en verhalen. Gray klampt zich vast aan diens tienregelige zelfcorrectie om een zinloos begrip her in te voeren. Dat de Verlichting een fundamentalisme is, is de wensdroom van een apocalypticus, die de clash der culturen graag nog zou willen mee beleven.

Nee, deze stofzuiger koop ik niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden