Nee, de moderne stad is niet a-religieus

In het nieuwste onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) wordt een relatief stabiel beeld geschetst van de kerkgang in Nederland, hoewel die onder katholieken wel opnieuw is afgenomen. Dit is deel van een lange en treurige geschiedenis. In de jaren vijftig ging tachtig procent van de katholieken nog minstens één keer per maand naar de kerk. Het dorp met de hoogste score is nu Gulpen-Wittem in Zuid-Limburg, waar dertig procent van de inwoners nog regelmatig de mis bijwoont. Maar in veel andere katholieke gemeenten in het zuiden is dat veel lager. In Laarbeek is 70 procent van de inwoners katholiek, maar gaat slechts 5,6 procent geregeld naar de kerk.

Wat mij nogmaals opvalt, is de onjuistheid van de veronderstelling dat moderne steden a-religieus zijn en dorpen en het agrarisch achterland nog plekken waar een premoderne religiositeit heerst. Uit de cijfers blijkt opnieuw dat de religiositeit in de grote steden redelijk hoog is, terwijl het laagste aantal kerkganger juist in bepaalde delen van het platteland te vinden is.

We kennen allemaal het oude verhaal, dat industrialisatie en verstedelijking religie ondermijnden door het anonimiseren van de verhouding tussen mensen en het aantasten van organische verbanden. De stad was in die zin een bevrijding van de knellende banden van de provincie. Zo ontstond het beeld van de seculiere stad, als stad van de toekomst.

Dit beeld was nooit helemaal een afspiegeling van de werkelijkheid. Er waren delen van agrarisch zuid-Spanje en midden-Frankrijk waar de bevolking massaal vervreemd was van de kerk en waar de cijfers over kerklidmaatschap en -bezoek veel lager waren dan in Madrid en Parijs. In Nederland had je ook zulke plekken: in Bellingwedde (Oost-Groningen) gaan mensen nauwelijks nog naar de kerk, maar dat was al zo sinds de grote klassenstrijd die decennia eerder werd gevoerd, waarbij de kerk als instituut het onderspit delfde. En de vrijzinnigheid, waar trouwe kerkgang niet meer bij hoorde, was sterk in delen van landelijk Holland als West-Voorne onder Rotterdam, waar de kerkgang nu 4,8 procent is. De lokale geschiedenis kun je dus terugzien op de religieuze kaart.

De tanende katholieke participatie maakt zichtbaarder dat gering bezoek aan gebedshuizen vooral te vinden is in dorpen en kleine steden en niet in de grote steden. Amsterdam met 12 procent en Rotterdam met 17,5 procent maandelijks bezoek aan gebedshuizen liggen beduidend hoger dan sommige dorpen in delen van Noord-Holland, Drenthe en Noord-Limburg.

Deze betrekkelijke hoge percentages in de steden hebben natuurlijk veel te maken met de migratie van moslims (38 procent van de moslim gaat tenminste maandelijks naar de moskee) en vermoedelijk ook met migrantenchristenen en nieuwkomers uit ander religies.

Zelf heb ik ook de indruk dat religieuze organisaties in de grote steden meer vermogend zijn in zowel geld als sociaal kapitaal dan veel kerken in de kleinere dorpen. De kerken die overblijven in deze gebieden zijn doorgaans klein en weinig vermogend. Veel parochies en kerken moeten hun deuren sluiten en fuseren, waardoor een einde kan komen aan de aanwezigheid van actieve kerken in sommige gebieden.

Natuurlijk kun je dit beeld van een a-religieus platteland ook relativeren. Voor de zeer hoge percentages kerkgang moet je ook in de dorpen en op het platteland zijn. Urk is koploper met 94 procent en ook de kerkgang in Zeeland is heel hoog. De Bible Belt - die zich vooral uitstrekt over landelijk gebied - is nog altijd herkenbaar op de kerkelijke kaart.

Daarnaast is het kerklidmaatschap in dorpen en landelijk gebied hoger dan in de steden. Blijkbaar is de parochie of de kerk voor leden van een dorpsgemeenschap wel belangrijk als plek die samenbindt, bijvoorbeeld rond carnaval of plechtigheden. Je blijft lid, maar vertoont je nauwelijks in de diensten.

Tenslotte hoeft het ook niet erg te zijn als een kerk minder leden trekt. Klein kan ook fijn zijn. Er zijn anno 2014 nog altijd 1200 mensen in Laarbeek die actief kerkganger zijn. Ook met een geringe omvang kunnen gemeenschappen belangrijke taken verrichten.

Toch lijkt het aannemelijk voortaan niet meteen naar de stad te wijzen als je spreekt over de ontkerkelijking, maar naar het agrarische achterland, dat in het recent verleden nog een kerks bolwerk was.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden