Nee, de doop voor dieren is niet nodig

Wat mensen elkaar aandoen, kan ze niet schelen, maar kom je aan een dier, dan is het eiland te klein. Zo ongeveer kijkt het vasteland naar de Britten. Andrew Linzey past in dat beeld: een theoloog die gebedenboeken voor dieren schrijft. Maar Franciscus van Assisi staat toch niet helemaal alleen.

Ton Crijnen

Begin dit jaar was hij wereldnieuws, ook in Trouw: Andrew Linzey, theoloog en priester van de Church of England, had een gebedenboek voor dieren geschreven. Het bevatte christelijke liturgieën bij de begrafenis van huisdieren, zegenwensen voor zieke honden en katten, avondwakes voor uitgebuite dieren en litanieën om Gods bescherming over dieren af te smeken.

De verontwaardiging in kerkelijke kring kende geen grenzen. Natuurlijk, veel kerken houden inmiddels op werelddierendag (4 oktober) diensten waarin eigenaren hun huisdieren kunnen laten zegenen. Maar een door de kerk goedgekeurde liturgie voor dieren bestaat er niet. Zeker niet in een eucharistische setting, zoals Linzey voorstelt. Dat gaat de meeste kerken veel te ver, zoals bleek uit de negatieve reacties op zijn boek.

De rooms-katholieke kerk in Groot-Brittannië en in Ierland kwamen woorden tekort om deze 'totaal ongepaste' visie op het dier te veroordelen. En ook Linzey's eigen kerk, de anglicaanse, die zelfs niet buitensporig zenuwachtig wordt als sommige van haar priesters openlijk de godheid van Christus ontkennen, vindt dat een dierenliturgie niet kan.

Reden genoeg om Linzey op te zoeken in zijn alma mater, Mansfield College aan een rustige laan in het Engelse Oxford, waar tweehonderd studenten uit de hele wereld theologie studeren. Linzey bezet er de bijzondere leerstoel theologie en dierwelzijn, de enige ter wereld. Daarnaast doceert hij theologie en ecologie aan de universiteit van Nottingham, al met al geen obscure exentriekeling, maar een erkend wetenschapper. Linzey's theologische studies over dieren zijn internationaal vermaard en kwamen onlangs nog uitvoerig (en kritisch) aan de orde in het proefschrift van J. Schenderling 'Mens en dier in theologisch perspectief' (Boekencentrum).

In zijn wat duister werkvertrek onder de stenen trap die naar het hoofdgebouw leidt, spreekt het onderwerp van alle commotie grimmig verbaasd over de felheid van de reacties op zijn jongste boek (Animal rites, liturgies of animal care, SCM Press, London). ,,Dezelfde kerken die het gewoon vinden om auto's, huizen en walvisvaarders te zegenen, raken hoogst opgewonden als ik voorstel een liturgie voor dieren in te voeren. Daar schuilt een groezelige kerk-theologische visie achter.''

Door dieren buiten de kerkelijke liturgie te houden ontken je, meent Linzey, dat ze iets met spiritualiteit van doen hebben. ,,De opvatting dat alleen de mens spiritualiteit bezit, dat hij als enige binnen de levende natuur een geestelijk leven heeft, gaat uit van een oppervlakkige en beperkte kijk op spiritualiteit. In werkelijkheid zie je bij sommige dieren een complexiteit van gevoelens die behoorlijk diep gaat.''

,,Ik word moe van theologen die gretig overal spirituele dimensies in zien - in muziek, poëzie, dans, sport - maar die niets willen weten van het idee dat onze relaties met dieren wel eens mede spiritueel van aard zouden kunnen zijn. Ondanks de, in wetenschappelijke kring steeds meer geaccepteerde, opvatting dat huisdieren voor mensen van therapeutisch belang kunnen zijn, gaat bijna iedereen direct steigeren bij de gedachte dat de relatie tussen de baas en zijn hond of kat ook een spirituele component kan hebben. Zeker als je suggereert dat die spirituele relatie mede van het dier uitgaat.''

Vanwaar die heftige reacties? Voor Linzey is het antwoord duidelijk: ,,Het christendom en het daarvan afgeleide seculiere denken gaan ervan uit dat de mens de kern is van de schepping. Het idee dat dieren meer zijn dan een soort dienst-robotten die alleen bestaan opdat wij ervan kunnen profiteren, wordt daarom meestal van de hand gewezen.''

,,Thomas van Aquino gaf dan wel toe dat dieren een ziel hebben, maar een onsterfelijke ziel, nee! En wie durft te stellen dat de christelijke incarnatiegedachte - het Woord (Christus) is vlees geworden - niet louter betrekking heeft op de mens, maar op de vleselijke schepping als geheel, dus ook op de dieren, wordt direct van blasfemie beschuldigd. Nog maar enkele jaren geleden vond de Britse minister van gezondheidszorg, Louis Sullevan, tijdens een conferentie in het Vaticaan, dat de kerken elke bewering dat mens en dier moreel gelijkwaardig zouden zijn, nadrukkelijk dienden te veroordelen.''

Overigens behoort Linzey niet tot het soort verdedigers van de rechten van dieren dat stelt dat er geen rangorde binnen de schepping bestaat - 'ik ben best bereid te erkennen dat de species mens een bijzondere waarde vertegenwoordigt' -maar evenmin als zijn landgenoot, de zoöloog Richard Dawkins, neemt hij als axioma aan dat de mens het hoogtepunt en einde van het evolutieproces vormt.

,,Het is minstens in theorie denkbaar en valt theologisch eveneens goed te verdedigen dat wij op den duur zullen worden opgevolgd door wezens van nog hogere orde.''

Dat kunnen wat Linzey betreft ook dieren zijn. ,,In zijn boek Descent of Man schreef Darwin al: 'Hoe groot het verschil in verstand tussen de mens en de hogere dieren ook moge wezen, het is relatief en niet absoluut'. Omdat dieren denkvermogen hebben, is het niet uitgesloten dat dit bij bepaalde soorten een gelijkwaardige of zelfs veel hogere evolutionaire ontwikkeling zal doormaken dan de onze. We praten dan over een proces van miljoenen jaren.''

,,En wat de eindigheid van onze, sterk aan het dier verwante, soort betreft: dat idee mag op het eerste gezicht, na een menselijke geschiedenis van zo'n anderhalf miljoen jaar, bizar lijken: de bracchiosaurus, de sabeltandtijger en de mammoet liepen ook duizenden eeuwen op aarde rond, maar toch verdwenen zij volledig en voorgoed uit beeld.''

Linzey kwam tot het schrijven van een gebedsboek voor dieren na het overlijden van zijn hond Barney. ,,Toen we als gezin bedroefd bij de kuil in de achtertuin stonden waar we onze trouwe vriend in hadden neergelegd, besefte ik plotseling dat de kerken geen liturgische taal voor dit soort gebeurtenissen kennen. Terwijl het verlies van een huisdier menigeen even zwaar (of soms zelfs harder) treft als dat van een familielid. Zo is het boek ontstaan. Als een pastorale handreiking. De noodzaak daartoe wordt, heb ik in de praktijk ontdekt, door kerken zwaar onderschat.''

Dat was echter niet de enige reden om een boek te schrijven. Ook los van eventueel verdriet van bazen en bazinnen vindt Linzey dat dieren een liturgische begrafenis moeten kunnen krijgen. ,,Net als bij een overleden mens markeer je daarmee het gegeven dat het dier heeft bestaan, druk je je dankbaarheid uit voor het feit dat het mocht leven voor Gods aangezicht.''

Toch is Linzey tegen dierenbegraafplaatsen, al heeft dat een meer algemene reden. ,,Ik hou niet van kerkhoven. Die zijn me te formeel. Ik vind dat je je dierbaren, mensen én dieren, moet kunnen begraven op de plek die de betrokkenen het liefste was: onder een appelboom in de tuin, midden in het veld, langs de snelweg, noem maar op.'' (Op crematies heeft de Brit het niet zo begrepen: ,,Het moment van afscheid nemen is bij dat soort uitvaarten te abrupt'').

Linzey heeft zijn jongste boek opgedragen aan 'Barney die in de hemel nog altijd kwispelt'. De theoloog gelooft namelijk vast dat dieren de eeuwige zaligheid zullen verwerven. Wat dat betreft heeft hij meer twijfels over de mens. ,,Wij zijn ongelovige, zondige wezens. Zij niet. In de hele Bijbel gaat het over de arrogantie van de mens die zich tegen zijn Schepper keert. Dieren doen zoiets nooit.'' Dat is ook de reden waarom in Linzey's boek geen doopritueel voor dieren staat. ,,Het doopsel heeft te maken met de zondigheid van de mens. Die moet worden 'afgewassen'. Dat is bij dieren niet nodig.''

De opmerking van de interviewer dat zijn eigen hond heel goed lijkt te weten dat hij niet op de bank mag zitten en geen vlees van tafel mag pikken en zich na overtreding schuldig lijkt te voelen, overtuigt Linzey niet: ,,Dat is geen uiting van schuldbesef, maar van angst voor straf.''

Hij erkent dat er een grens is aan liturgische rituelen voor dieren. Zo weigert hij om, zoals een collega-priester doet, huwelijksrituelen voor dieren te voltrekken. ,,De kern van een kerkelijk huwelijk is dat je ten overstaan van God elkaar trouw belooft. Dieren kunnen geen geloftes afleggen. Daarom is zo'n viering theologisch onjuist.''

Want Linzey wenst nadrukkelijk genoteerd te zien dat zijn opvattingen geheel in lijn liggen met de christelijk-theologische traditie. ,,Ik besef heel goed dat veel christenen mijn ideeën raar, revolutionair en misschien zelfs godslasterlijk vinden, maar dat zijn ze niet. Ze maken deel uit van een geloofs- en gedragsgeschiedenis die begint bij Christus zelf en via prominenten als Athanasius en Franciscus van Assisi tot in onze tijd doorloopt.''

De diervriendelijke krachten legden het, zo constateert Linzey, altijd af tegen het kerkelijk gezag. Als treffend voorbeeld noemt hij de cultus in het elfde-eeuwse Engeland rond Guinefort, een hazewindhond die een kind tegen een slang had beschermd. Hij werd een tijdlang vereerd als schutspatroon van kinderen. ,,Tot de kerkelijke leiding de devotie verbood.''

Wat critici Andrew Linzey vooral verwijten is dat hij zijn dieren-liturgie binnen een eucharistische context plaatst. Zelf ziet hij die kritiek als voorbeeld hoe de mens het gevoel voor de sacramentaliteit van de natuur is kwijtgeraakt. ,,Kern van de eucharistie zijn het brood en de wijn, als symbolen van het aanbieden van de schepping, dus ook de dieren, aan de Vader. Dat is in de loop der tijd zó geritualiseerd dat die betekenis verloren is gegaan.''

En: ,,Wat ik het ergste vind is dat de kerk totaal niet nadenkt over de positie van dieren. Die van vrouwen en homoseksuelen binnen de kerk is evenmin geweldig, maar ze staat nu, na eeuwen, tenminste op de agenda. Die van de dieren nog altijd niet. Dat vind ik ronduit een schande''.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden