Nederrasta / Dreadlocks

Precies twintig jaar geleden stierf Bob Marley, de zanger van 'No woman, no cry' en 'I shot the sheriff', de zanger met de schriklokken. Behalve popidool was Marley vooral de verspreider van het rastafarianisme, een curieuze kluts van christendom, Afrikaans bewustzijn en een wolk van marihuana. Dreadlocks zie je vandaag nog overal, maar hoe staat het eigenlijk met de Nederlandse rastaman- en woman?

Rastafari I and I - zo verduidelijkt rasta Cloud Vanvlemen (30) zijn filosofie. ,,Rasta's spreken niet graag over wij, maar over ik en ik. Ieder is een individu.''

Wat en wie een rasta precies is, en hoeveel er zijn, is moeilijk uit te maken, want behalve individualistisch zijn rasta's ook zeer ongeorganiseerd, zegt antropoloog Frank Jan van Dijk. Hij promoveerde op de rastafaribeweging.

Het rastadom is zo breed als het witte christendom - van Amish tot remon strant - en zeker zo versnipperd. Aan de ene kant zit de schoolpleinvariant, hippe reggaejeugd met een kek kapsel. Voor allochtone rasta's, Surinamers, Antillianen, Kaapverdianen, heeft rasta een meer religieuze lading, zegt Van Dijk. Het andere uiterste zijn de Bobodreads, 'orthodoxe', pure rasta's. De Twelve tribes of Israel zijn meer middle class, liberaler, minder plattelands dan de fundi's, met gematigder ideeën over voeding, het dragen van dreads (klitlokken), over wie er wel en geen rasta is. En vrouwen nemen voor hen geen secundaire plek in, anders dan bij de Bobo's, die erg op de man zijn georiënteerd. Ze hebben ook minder moeite met witte rasta's - die voelen zich wel eens gediscrimineerd door zwarten, terwijl ze naar eigen zeggen 'veel fanatieker' zijn.

Wit of zwart, rekkelijk of precies, Ras Naftali (41) - hoge pet met dreads erin - maakt het niet uit, want hij is 'gewoon rasta'. Hij communiceert, heeft alle tijd, maar moet wel letten op de bar van het buurthuis.

Rasta in Nederland is niet meer wat het geweest is, dat is duidelijk. ,,Vroeger huurden we een hele bus en gingen naar Rotterdam, of zij kwamen hier.'' Nu zijn de communities, de panden waar rasta's woonden en anderen ontvingen, uiteengevallen; waarom weet Naftali niet. De samenhang is weg, ze zien elkaar hoofdzakelijk bij concerten. En soms bij iemand thuis. Ze praten wat, chanten, lezen in de Bijbel en iemand die 'wat wil geven' kan iets zeggen. En niyabinghi, zegt Naftali, 'trommelen' volgens het rastawoordenboek - maar ook 'spirituele ontmoeting'. Zo vaak als vroeger gebeurt het niet meer. ,,Eens in de blauwe maand.''

Van Dijk is niet verbaasd. Zonder centrale organisatie of leiderschap is geld inzamelen voor een pand lastig en kun je ook moeilijk samen subsidie binnenhalen.

De geschiedenis van rasta is er een van tegenstellingen. In zijn proefschrift schetste Van Dijk de verwarrende historie. Leonard Howell predikte zeventig jaar geleden, dat het eind der tijden nabij was. De arme Jamaicaanse bevolking die zijn bijeenkomsten bezocht, kreeg te horen dat de babylonische ballingschap er bijna opzat, huur of belasting betalen hoefde niet meer en de Messias was al teruggekomen: Ras (prins) Tafari, die aan de andere kant van de wereld net tot keizer was gekroond: de Ethiopiër Haile Selassie I.

Jamaicanen zagen zich, met een beroep op de Bijbel, als slaven weggevoerd uit het beloofde land, Afrika, zoals ooit de Israëlieten. De bestaande black-powerbeweging sloot daarbij aan. De keizer was de langverwachte verlosser, Leeuw van de stam van Juda - een bijbelse titel die Selassie, 225ste nakomeling van de oudtestamentische koning Salomo en de koningin van Sheba, zichzelf ook toedichtte. Het naderende einde der tijden betekende een terugkeer naar het beloofde land voor de rasta's, de verloren, verstrooide stammen van Israël.

De keizer was zelf geen rastafari, maar een orthodox christen. De Caribische devotie beviel hem wel, maar hij liet toch ook een ambtenaar toegewijde rasta's de deur wijzen. Dat ondermijnde hun geloof niet: God behoort zelf niet te geloven dat hij God is.

Rasta's konden op eigen bodem op weinig enthousiasme rekenen; eerst onderdrukte de koloniale overheid hen, daarna de onafhankelijke Jamaicaanse. Dat radicaliseerde hen. In de jaren vijftig noemden ze een datum voor de verwachte exodus. Toen die repatriëring niet kwam, bleef de verbondenheid met Afrika, maar hoefde men er niet meer zonodig heen. Wat daarbij hielp, was de aanbeveling om zelf eens te gaan kijken in het paradijs op aarde. Het land van melk en honing bleek een arm land.

,,Om het niet uitkomen van de profetieën over de uitblijvende exodus naar Afrika te verklaren is verbaal revolutionair judo nodig'', zegt Van Dijk. Op Jamaica zagen ouderwetse rasta's uit naar de keizerlijke schepen die hen naar Ethiopië zou varen, anderen stuurden er alvast pioniers heen. ,,Soms is heel Afrika het beloofde land, maar Surinamers willen ook wel terug naar Suriname. Voor anderen is een spirituele terugkeer al mooi, een zwart bewustzijn.''

De nieuwe kapper om de hoek ('Europees en Black hair') heeft nog geen dread gezet, maar neen verkoopt hij niet. ,,Blond? Tien centimeter? Als u een uurtje of vijf stilzit -da's nog geen vierhonderd gulden- bent u een rastaman.''

Dreads, de klitlokken, weggewerkt onder een muts of loshangend, zijn het beeldmerk van de rasta. Ze beschrijven hem als pars pro toto. Eens contrasteerden dreads met het sluike, blonde haar van de blanke onderdrukker. Op Jamaica schijnt de haardracht nog altijd goed te zijn voor werkloosheid, elders tooien voetballers, artiesten en 'blowers' zich ermee, meestal maar voor tijdelijk.

Cloud Vanvlemen, rasta te Bergeijk, moet van die 'commerciële dreads' weinig hebben; modieuze meelopers zijn het. Zijn afkeer geldt hun onnozelheid. ,,Ze weten niks van de heiligheid op hun hoofd.'' Je kunt ook rasta zijn zonder, maar voor Cloud zijn z'n lokken heilig. Ze horen bij zijn 'Nazoreeërgelofte, toewijding aan Jah (God) volgens de boeken van Mozes'.

Rasta's eten weinig vlees, want 'we gunnen iedereen leven, ook de dieren', zegt Cloud, die -net als Naftali- vegetariër is. Een bijbelse opdracht, net als die andere: de kruiden van het land te nuttigen. Dat wordt ruim geïnterpreteerd, want rasta's roken zich suf aan de ganja (marihuana). Voor hardcore rasta's zijn westerse geneesmiddelen taboe, en bestaat er geen beter medicijn dan ganja. Toen Marley stierf, bezwoeren rasta's de publieke opinie: ,,Laat niemand zeggen dat het longkanker van het marihuanaroken was''. Dat klopt: hij bezweek aan een tumor, waar hij overigens wel westers (maar niet succesvol) voor behandeld was. Ganja heeft voor de rasta iets sacraals. Helaas weigert de Jamaicaanse overheid deze geestverruimende eredienst goed te keuren.

Naftali ergert zich mateloos aan het cliché van de eeuwig dampende rasta. ,,Dat hoor je nu altijd. Maar ik rook al twintig jaar niet meer.'' Zolang is hij 'in rasta', net zolang als Bob Marley dood is. Dankzij diens muziek en teksten is Naftali, toen nog woonachtig in Suriname, zich gaan verdiepen in leer en leven der rasta's. One love. Exodus. Weer lacht hij.

Naftali droomt van Ethiopië. De tijd is nog niet rijp, maar het verlangen, ja, dat heb je als rasta nu eenmaal. Sommige vrienden uit Rotterdam zitten er al. Het gaat ze goed, ze boeren wat en moeilijk, ja, moeilijk is het overal wel eens. Volgens Van Dijk valt het de paar honderd rasta's daar tegen, en niet alleen economisch. ,,De plaatselijke bevolking moest niet veel hebben van die 'remigranten' die wel van Afrika gedroomd hadden en zich ermee verbonden voelden, maar eenmaal daar aangekomen ook Amerikaans, Jamaicaans, Brits, Europees bleken te zijn.'' Na de marxistische machtsovername -de keizer stierf kort daarna- werd sommigen de grond te heet onder de voeten. Want ze waren trouw aan His Imperial Majesty, kortweg HIM.

Als de keizer ter sprake komt, weet Naftali van geen ophouden. ,,Vader, aarde, schepping, almachtige, de grootste. Hij had geen tolk nodig als hij op staatsbezoek ging en alle koningen bogen voor hem, King of kings.'' Naftali had het met eigen ogen gezien. Eigen ogen? Nou ja, op filmbeelden.

En de beelden van de herbegrafenis van de keizer vorig jaar dan, mét rasta's in de rouwstoet? De tegenwerpingen doen hem evenveel als de waterstanden bij Lobith. Naftali lacht. ,,Dat heb ik niet gezien. Hoe zou ik hier zijn, als de keizer dood was? Als je niet van God houdt... dan krijg ik de trilling.'' Een paar van aerobic bezwete dames melden zich aan de bar voor koffie. Naftali excuseert zich. ,,Als zij er niet waren, vertelde ik door tot drie uur vannacht. Over HIM.''

,,Volgens sommigen is Haile Selassie in een onbekende hoedanigheid bezig met de voorbereiding van de exodus,'' zegt Van Dijk. ,,Liberalen richten zich op de nazaten van de keizer. Maar alle rasta's ontkennen zijn dood.''

De Jamaicaanse zanger-tekstschrijver Robert Nesta (Bob) Marley met zijn diepzinnige, voortgaande mix van vroege ska, rock en reggae, ontwikkelde zich in de jaren zeventig tot een opwindende hybride van muziekstijlen, die hem een internationale 'superstar' maakte. Deze beschrijving -van de doorgaans ingetogen 'Encyclopaedia Britannica'- tekent de betekenis van de man die zelf een hybride was; zijn vader was een 'witman'. Compromisloos en rauw bezong hij met een hese tenor in zijn band The Wailers de rottigheid in de westindische sloppenwijken.

Naast internationale erkenning, vielen hem erenamen als rastaprofeet ten deel. Want Marley was eerst en vooral een rastafari. Met The Wailers bezocht hij in 1980 Afrika. Het onthaal viel tegen. Wie was die rare halfwitte man, die hen kwam vertellen van de Afrikaanse eenheid en rastafari?

De muziek die onlosmakelijk bij rasta hoor is reggae. Onder invloed van deejays in de dance scene ging de muziekstijl vanaf de jaren tachtig deels over in hiphop. Toch blijft de reggae voor arme stadsjongeren nog steeds geliefd; het 'lyrische wapen' verschaft hun respect.

Trouw's popcriticus Stan Rijven signaleerde een andere ontwikkeling, samenhangend met de rastafaribeweging. Reggae was het voertuig, Marley de leidsman van de utopische exodus naar Babylon. ,,Toen 'Ethiopië' in 1985 dankzij Band Aid voorgoed met honger werd geassocieerd, doofde het verlangen naar dit Afrikaanse land. Veel artiesten verlegden hun doelwit naar Zuid-Afrika, op de podia wisselde de kreet 'Jah rastafari!' voor 'Free Nelson Mandela!'.''

Marley was toen al dood. Rond zijn begrafenis gonsde het van de geruchten over zijn zegelring, die ooit had toebehoord aan Haile Selassie, en zelfs aan koning Salomo. Is het kleinood meebegraven? Bij zijn weduwe terechtgekomen, of bij zoon Ziggy? Naar verluid had de leiding van de Twelve Tribes de zinnen gezet op het hebbeding, maar er is niets meer van vernomen.

Een halfjaar voor zijn overlijden, wetend dat hij erg ziek was, liet Marley zich dopen in de Ethiopisch orthodoxe kerk van Miami. Doopnaam Berhane Selassie. Rasta's delen met die kerk een grote liefde voor de oeroude christelijke geschiedenis, maar stricte rasta's namen Marley zijn 'afvalligheid' niet in dank af. Contacten met de Ethiopische kerk heeft geen rasta, zegt Naftali. En omgekeerd is daar ook geen behoefte aan -in Amsterdam tenminste. Liberalen laten zich echter graag dopen, in Ethiopië, aldus Van Dijk. Ook voor een huwelijk en met de kerst gaat men ter kerke. Een dubbele loyaliteit noemt hij het, ,,niet ongebruikelijk in de Cariben of Engeland''.

Tot nu toe bleef onopgemerkt dat er ook hier contacten bestaan, met de Haagse Woldegiorgis Kefelegne, sinds 1991 orthodox priester in ons land. Hij is er beduusd van; zijn kerk doet niet aan zieltjeswinnerij. Daarom hield hij het eerst af: waarom word je niet protestant of katholiek? Maar ze drongen aan: we willen orthodox worden. Kefelegne voerde gesprekken om de motieven boven water te krijgen. De catechumenen slaagden. ,,Ik heb er nu ruim twintig gedoopt.''

De Waalwijkse rasta Aart Timmermans (41), streng protestant opgevoed, vroeg de priester zijn Star Fleet-studio van witte rasta's te zegenen. Dat gebeurde -een unicum, want de meeste rasta's staan er afwijzend tegenover, zegt hij. Vandaag speelt hij als Ras Fire in Enschede ter ere van 'profeet' Marley. Kefelegne mag die witte rasta's wel. ,,Ze verstaan het Geëz (semitische, liturgische taal) in de kerk niet, maar ze begrijpen met het hart. Dat doet God.''

Cloud, halfbloedrasta te Bergeijk, zag twee jaar geleden thuis bij zijn Vlaamse adoptiefouders op een kalender een foto van Kefelegne. Cloud wist de priester op te sporen. ,,Dat was voor mij een antwoord, een godsgeschenk.''

Volgens de orthodoxe kerk is Haile Selassie weliswaar 'een goede, christelijke koning', maar geen God, zoals Cloud hem noemt. ,,Als ik dat zeg, dan kon een doop wel eens onmogelijk zijn,'' realiseert hij zich, en wil verder niet over verschillen praten. Liever zoekt hij de 'gidsing' van priester Kefelegne, 'om te verbeteren waar we fout zitten'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden