Nederlandstalige poezie treft Portugal

AMSTERDAM - Vandaag presenteert een stevige delegatie Nederlandse en Vlaamse schrijvers zich in Lissabon aan het Portugese publiek. Tijdens de manifestatie 'Duplo Caminho: Literatura Contemporanea da Flandres e dos Países Baixos' treden op uitnodiging van ACARTE, de culturele afdeling van Gulbenkian Museum in Lissabon, onder anderen Hugo Claus, Herman de Coninck, Gerrit Komrij en Connie Palmen voor het voetlicht.

Speciaal voor deze manifestatie stelde Gerrit Komrij op verzoek van het Nederlands Literair Produktie- en Vertalingenfonds, dat verantwoordelijk is voor de gehele organisatie, een bloemlezing van moderne Nederlandse poëzie samen. Fernando Venâncio tekende voor de vertaling. Voor 'Uma migalha na saia do universo', 'Een broodkruimel op de rok van het universum', dat door het Portugese Assirio & Alvim wordt uitgegeven, heeft Komrij vijftig gedichten van Vlaamse en Nederlandse dichters gekozen: van 'Ik ween om bloemen' van Willem Kloos en 'Gierzwaluwen' van Guido Gezelle tot 'intensive care' van Peter Verhelst en 'Leugens in bessentijd' van Anna Enquist.

“Zoals u weet heb ik al eens wat gebloemleesd, dus de keuze was niet zo moeilijk,” lichtte Komrij gisteren toe vanuit zijn huis op het Portugese platteland. “Ik nam de top 25 van de allermooiste gedichten en 25, die in het hoofd van ieder Nederlands schoolkind zitten. Zo raakt u in één avond belezen in de Nederlandse poëzie.”

Zo gemakkelijk als de keuze zelf tot stand kwam, zo lastig vindt Komrij het in zijn inleiding bij 'Een broodkruimel op de rok van het universum' - voor de titel leende hij een dichtregel van Lucebert - specifiek Nederlandse eigenschappen te noemen die ook de poëzie zouden kenmerken. Hij houdt de Portugese lezers weliswaar het puritanisme, de zuinigheid, nijverheid en de burgerlijke gemeenschapszin van de Nederlanders voor, maar van 'nationale identiteit' spreekt hij slechts met grote voorzichtigheid.

Komrij waakt ervoor Pessoa's uitspraak 'mijn vaderland is de taal' - dat overigens een Nederlandse pendant in Slauerhoffs 'alleen in mijn gedichten kan ik wonen' heeft - politiek te interpreteren. “De poëzie is wendbaar en vluchtig,” schrijft Komrij, “ze biedt roes en illusie. Ze biedt aandoeningen op maat en bestelling. 't Is maar wat de dichter wil. Een gedicht kan alles. De poëzie is eindeloos geduldig. Dat gegeven lijkt me in alle landen hetzelfde. Daar hoeft geen vaderland aan te pas te komen. Taal komt er wel aan te pas. De taal wordt elke dag besmet. In ieder land. Met taal lokt een marktkoopman klanten naar zijn kraam, met taal lucht een puber zijn opgelucht gemoed, met taal spiegelt een politicus zijn publiek de aanwezigheid van hersens voor. Het is dezelfde taal die de dichter gebruikt. Stelt u zijn eeuwigdurende foltering voor.”

De verschijning van Komrij's bloemlezing in Portugal is geen overbodige luxe. “Dat Nederland bestaat is hier al nauwelijks bekend,” zegt Komrij. “Laat staan dat men weet dat er ook nog geschreven wordt. Toen ik hier tien jaar geleden kwam wonen, waren uit de hele Nederlandse literatuur maar drie boeken vertaald: Ik geloof dat het 'Pallieter' van Felix Timmermans, 'Mijn kleine oorlog' van Louis Paul Boon en het dagboek van Anne Frank waren.”

Die achterstand is de laatste jaren aanzienlijk ingehaald. Er verschenen Portugese vertalingen van romans van Bernlef, Claus, Nooteboom en een heel aantal anderen. In afgelopen maanden werden, mede met het oog op de manifestatie, bij voorbeeld 'De wetten' van Connie Palmen, 'De virtuoos' van Margriet de Moor, 'In Afrika' van Adriaan van Dis vertaald. Alledrie de schrijvers zijn vandaag ook in Lissabon aanwezig om fragmenten uit hun boeken voor te lezen. Met Van Dis verscheen afgelopen zaterdag zelfs een interview in de Portugese krant 'Expresso'.

Komrij blijft bij al deze aandacht nogal sceptisch over het effect dat de inspanningen op de lezers van zijn tweede vaderland zal hebben. “Ach, de mens is van nature dorps. Zijn eigen bestaan is het centrum van de wereld. Er heerst overal een internationaal provincialisme. Ik hoop altijd het tegenovergestelde, maar ik vrees dat dat altijd zo zal blijven. Ik wil daarmee overigens geen kwaad woord spreken over de pogingen de osmose tussen de twee literaturen tot stand te brengen. Je moet vooral niet nalaten te streven naar wat hopeloos is. Dan kan je beter banketbakker worden. Dan weet je wat je maakt en waar het terecht komt.”

Komrij doet dan ook ruimhartig mee aan de manifestatie, “uit liefde voor mijn collega's.” Hij opent vandaag zelfs de reeks schrijversoptredens in een gesprek met de vertaler van zijn bloemlezing Fernando Venâncio. De 'Portugese Nederlander' en de 'Nederlandse Portugees' gaan elkaar interviewen. Fernando Venâncio woont sinds 1970 in Nederland. Hij vluchtte voor de Portugese militaire dienst, die hem in een koloniale oorlog verzeild zou doen raken. Venâncio ging in Nederland studeren en is nu verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij Portugese taal en cultuur doceert.

Venâncio vond het een groot genoegen de bloemlezing van Komrij te vertalen, ook al kostte het hem de nodige inspanning. “De poëzie-keuze van Komrij vertalen, dat is om moeilijkheden vragen,” zegt Venâncio. “Komrij vindt dat gedichten rijmend moeten zijn, ritmisch en een verhaal moeten vertellen. In het Portugees is het belangrijk hoe de cadans van de zin loopt. Nederlands is op het oog slordig. Maar ik wilde per se de accenten in het Portugees op de juiste plek hebben. Uiteindelijk is het mij meegevallen. Als ik de inhoud niet ongeschonden kon weergeven, heb ik dat toch nog weten te compenseren met rijm en ritme. Ik heb me niet laten afschrikken en voor het resultaat hoef ik me niet te schamen.” Komrij: “Het is een heroïsch werk.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden