Nederlandse wielrennen zal enorme achterstand nooit inhalen

AMSTERDAM - Twee Nederlanders beëindigden afgelopen zondag Luik-Bastenaken-Luik. Weliswaar in de achterhoede, maar toch. Het vaderlandse duo kommer en kwel zat, met uitgebreid gevolg, weer op de eerste rij; hartverscheurend klaagzangen aanheffend.

Het kan nog erger. Van de 21 vertrokken Belgen haalde slechts één binnen de reglementaire speeltijd de eindstreep: Axel Merckx, de karakterzoon van. Vijf andere Belgen zaten in de bus die 'eventjes' te laat kwam.

In Nederland wordt tegenwoordig al schouderophalend op wederom een onzichtbare rol in een wereldbekerwedstrijd gereageerd. In een ontbijtprogramma op televisie sputterde oud-ploegleider Peter Post the day after nog wat na over gebrek aan bezieling bij de jonge garde. En passant zette hij definitief een streep onder een roemrijk verleden als directeur-sportief door potentiële grote sponsors publiekelijk te adviseren hun goede geld in het voetbal te steken. Een dag later meldde KNWU-voorzitter Joop Atsma op het halfjaarlijkse congres van de wielrenunie dat het aantal licentiehouders in Nederland in vergelijking met een jaar geleden verontrustend is afgenomen.

De vrije val is dus bij lange na niet gestuit, maar tot een sidderende aardschok leidt zo'n mededeling allang niet meer. Er wordt gelaten op gereageerd. Collectief wacht de goegemeente van de zoevende wieltjes het moment af dat de miljoenen-impulsen van de Rabobank hun vruchten gaan afwerpen. De bankier onderneemt met Jan Raas en de KNWU in ieder geval iets om het volk eerst weer aan het fietsen te krijgen, en daarna ook nog op hoog niveau.

In België schreeuwde men voor de verandering maar weer eens moord en brand. In colonne trokken de zogenaamde deskundigen daags na de afgang in L-B-L door de krantenkolommen om op hun manier aan te duiden dat het roer om moet. Meer hoogtestages, meer aandacht voor de jeugd en meer geld voor een nationale amateurselectie, waren de even voorspelbare als voor de hand liggende oplossingen. België heeft, in tegenstelling tot Nederland, tenminste iemand die een klassieker kan winnen (Johan Museeuw) en enig jong talent dat zich ook in topkoersen manifesteert: Axel Merckx, Tom Steels en Frank Vandenbroucke. Bij de zuiderburen is het echter de vraag wanneer de grote beloftes worden gekielhaald door de amechtig naar grote tijden verlangende publieke opinie. In Vlaanderen is het wielrennen veel meer een cultuur dan in Nederland. De terugval komt daarom des te harder aan. En het geduld raakt er sneller op.

Palmares

De Amstel Gold Race, die morgen onder nieuwe leiding (Leo van Vliet neemt als koersdirecteur het vaandel over van Herman Krott) als vanouds door het Zuid-Limburgse heuvelland slingert, is derhalve weer op het lijf geschreven van een representant uit een land waar een langdurige bloeiperiode naadloos lijkt over te glijden in een neo-gouden eeuw. Zij het dat er wonderlijk genoeg nog steeds geen Italiaan op palmares van de Nederlandse klassieker staat. Mauro Gianetti, de winnaar van vorig jaar, spreekt de taal vloeiend van huis uit, voelt zich eigenlijk ook Italiaan, maar woont in Ticino, het Italiaanstalige kanton van Zwitserland. Gestaag trekt Hannibal over de Alpen.

Er hoeft geen twijfel aan te bestaan dat de bewoners van het Apennijns schiereiland morgen de wedstrijd domineren; ook al zijn Gabriele Colombo (de winnaar van Milaan-San Remo), Fabio Baldato (nummer twee in de Ronde van Vlaanderen) en mogelijk Maurizio Fondriest niet van de partij. Lange tijd groeide bij Nederlandse wielrenners en hun ploegleiders de overtuiging dat ze ooit de achterstand op de Italianen kunnen inhalen. Aanvankelijk zou dat wonder geschieden, zodra een probate laboratoriumtechniek werd ontdekt om de synthetische bloeddoping EPO op te sporen. Intussen zijn de meesten zo verstandig hun training en voorbereiding op Italiaanse leest te schoeien.

De aflossing van de wacht in Italië was een mooi moment om het roer weer over te nemen. De nieuwe generatie uit het laarsvormige land heeft echter voor die tijd genadeloos toegeslagen. Italiaanse renners wonnen tot dusver dit seizoen 61 koersen; gemiddeld bijna elke dag één. Enkele vertrouwde namen vonden wederom het overwinningenpad (Baffi en Cipollini met ieder vijf zeges), maar er doken ook (redelijk) nieuwe namen op: naast Colombo (viermaal eerste), Francesco Casagrande (4, waaronder het eindklassement in Tirreno-Adriatico en de Ronde van Baskenland), Michele Bartoli (4, met inbegrip van de Ronde van Vlaanderen) en Fabrizio Guidi (6).

De Nederlandse oogst is schraal. Vijftien overwinningen dit seizoen, maar door de veranderde structuur van het wielrennen (formeel is de scheiding tussen profs en amateurs opgeheven; ze heten nu elite, al dan niet met contract) is het beeld nogal roze gekleurd. Slechts twee coureurs zetten een 'echte' wedstrijd naar hun hand: Leon van Bon (etappe in Tirreno-Adriatico) en Tristan Hoffman (Dwars door België). Blijlevens, De Leeuw en Den Bakker wonnen ieder een ritje in zo'n tamelijk vrijblijvende Zuid-Europese trainingsronde (Ronde van Mallora, Ruta del Sol) en twee schreven een heuse kermiskoers op hun naam. Ruim de helft (acht) van de zeges kwam tot stand in wedstrijden die vorig jaar (vrijwel) uitsluitend open stonden voor amateurs.

Het is ondenkbaar dat de achterstand op Italië ooit wordt ingelopen. De trainingsmethoden en wetenschappelijke flankering zijn - in de 'concurrentiestrijd' met andere landen - slechts bijzaak. De Conconi's en Ferrari's hebben overal hun equivalenten gekregen. Hartslagmeters zijn wereldwijd de flippo's voor de wielrenners geworden. Iedere topper heeft inmiddels een trainer, iedere ploeg haar (para)medisch steunpunt. Maarten den Bakker mocht zich vorig jaar bij Conconi laten testen (hoezo geheimen?), de Belgische belofte Vandenbroucke won woensdag de Grote Scheldeprijs doordat hij twintig minuten lang in staat bleek met een hartslag van 200 te rijden. Weinig coureurs doen hem dat na, ook veel Italiaanse niet.

Tegen de macht van het getal valt echter niet te knokken: tegenover drie profploegen in Nederland staan er 16 in Italië. Tegenover 51 geregistreerde profs in dit land staan er 247 in het walhalla van het cyclisme. Alleen al het legioen neo-profs (61) overstijgt het Nederlandse totaal aan broodfietsers. Vanzelfsprekend is ook de basis breder. Italië telt meer wielerverenigingen dan de KNWU licentiehouders.

Met name Toscane lijkt een broedplaats van uitgesproken talent te zijn. Van de smaakmakers van het voorjaar stond van de broers Casagrande, Guidi, Bartoli en Cipollini de wieg in één van de mooiste streken van het land. Of ze allemaal voor het vedettedom in aanmerking komen, is een ander verhaal. Francesco Casagrande bijvoorbeeld, staat wel hoog in de UCI-ranking, maar weet nauwelijks wat het is om door handtekeningenjagers en andersoortige fans achterna te worden gezeten. De zoon van een metselaar en een werkster uit Florence is al vier jaar prof, maar won pas enkele weken geleden (in Baskenland) zijn eerste wedstrijden op vreemde bodem. In dat geval personifieert hij in geen enkel opzicht de nieuwe generatie in zijn land: die heeft uitstraling, wordt bij de amateurs gerijpt en ervaart het buitenland als de beste leerschool.

Colombo (van 11 mei 1972) heeft zich mede door zijn triomftocht in Milaan-San Remo (hij was de jongste winnaar sinds de 21-jarige Eddy Merckx in 1966 en de op twee na jongste na de Tweede Wereldoorlog) genomineerd tot de fietsende kroonprins in zijn land. Door zijn frisse uitstraling, maar zeker ook door zijn afkomst is de coureur uit Masnago (bij Varese) bijzonder mediageniek. Opa Luigi-Macchi was in de jaren dertig kamergenoot van de grote Alfredo Binda, vader Ambrogio enkele decennia later een voorbeeldige knecht van Gianni Motta. Daar lusten de Gazzetta dello Sport en het volk wel pap van. De jongste Colombo beseft dat hij de onschuld voorbij is. “Tot Milaan-San Remo was ik maar een gewoon coureurtje. Toen ik de volgende dag wakker werd, besefte ik welke omwenteling de overwinning in mijn carrière teweeg zal brengen. Maar ik ben er klaar voor die verantwoordelijkheid te nemen.” Hij zal alleen morgen de Amstel Gold Race nog niet winnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden