Nederlandse tiener is zitkampioen

leefstijl | Vooral tieners plakken te lang op hun stoel, achter de computer en de boeken op school. Of ze hangen thuis op de bank. Ze moeten opstaan.

Nergens anders in Europa zitten mensen dagelijks zo lang als in Nederland. Vooral tieners komen op schooldagen weinig uit hun stoel.

Nieuwe cijfers van de Leefstijlmonitor laten zien dat de gemiddelde Nederlander naar eigen zeggen bijna 9 uur sedentair gedrag vertoont - de wetenschappelijke term voor zitten. Tieners scoren hoger dan alle andere leeftijdscategorieën: bijna 10,5 uur. Op schooldagen ligt het gemiddelde zelfs op 11 uur. Met 8 uur slaap in een etmaal blijft er daardoor weinig tijd over om te bewegen.

Jonge kinderen bewegen duidelijk meer en wie eenmaal volwassen is, gaat steeds minder zitten op een dag. Anders dan verwacht geldt dit ook voor tachtig-plussers: die zitten dagelijks zelfs minder uren dan zeventigers. De gemiddelde man zit dagelijks langer dan vrouwen. Lageropgeleiden zitten meer dan mensen met een hogere opleiding.

De Leefstijlmonitor is een samenwerkingsverband van gezondheidsorganisatie RIVM, het Centraal Bureau voor de Statistiek en VeiligheidNL. De organisaties signaleren dat de hoge zitscore van tieners vooral komt door de schoolbanken, het huiswerk en het gebruik van computer of tablet.

Het RIVM vermoedt dat Nederlanders meer zitten dan vroeger, maar omdat het zitgedrag voorheen niet zo duidelijk werd gemeten, is daarvoor geen definitief bewijs. De afgelopen jaren is mensen wel vaak gevraagd of ze sporten of bewegen, maar het inzicht dat zitten schadelijk is bestaat pas sinds kort.

Er is nog hoop voor zittende jongeren: het aandeel Nederlanders ouder dan 18 jaar dat voldoet aan de nationale beweegnorm (minstens vijf keer per week een half uur matig intensief bewegen) is de laatste zes jaar niet gedaald. De helft van de volwassenen haalt de norm. Blijkbaar kwam een eerdere lichting tieners wel in beweging na het eindexamen.

Omdat ook andere landen het zitgedrag inmiddels op dezelfde manier navragen bij hun inwoners, heeft de Europese Unie een eerste vergelijking kunnen maken. Uit deze Eurobarometer blijkt dat de Nederlander duidelijk koploper is met zitten. Net als in Denemarken zit hier een kwart van de volwassenen meer dan 8,5 uur per dag. Maar bij de tweede groep - mensen die dagelijks tussen de 5,5 en 8,5 uur zitten - scoort Nederland net iets hoger: 37 procent tegen 34 procent van de Denen.

Portugezen, Italianen en Spanjaarden kennen de minste probleemzitters: 6 procent zit in die landen dagelijks meer dan 8,5 uur. In de categorie lichtere probleemzitters scoort Portugal het beste van de drie. Bovenaan de ranglijst van het minste zitgedrag staan relatief veel armere lidstaten, waar computers en tablets vermoedelijk minder algemeen beschikbaar zijn.

1 Let op gymzalen en buitenruimtes

De schoolarchitect

"In veel scholen zit het gymlokaal helemaal achteraan, vaak niet te zien als je binnenkomt", zegt de Rotterdamse architect Theo Kupers. Voor een nieuw schoolgebouw in Rotterdam draaide hij het om: de twee gymzalen staan in het midden van het complex. "En ze zijn verbonden via de entree van de school met een glazen wand. Dus iedereen die daar binnenkomt, ziet de gymzaal en de kans is groot dat men daardoor ook zin krijgt om zelf te gaan bewegen."

Voor een basisschool in Duivendrecht ontwierp Kupers een gebouw waar de leerlingen binnenin een rondje kunnen lopen, een activiteit die de leerkrachten inpassen in hun lessen. "Je kunt het als architect nog zo mooi bedenken, je bent afhankelijk van degenen die het uitvoeren." Die school heeft veel uitgangen: buitenspelen kan overal. "De zogeheten groene buitenruimte is heel populair bij scholen", noteert Kupers. "Leg ergens een paar boomstammen neer, en je zult zien dat kinderen er tegen aan hangen, omheen lopen of op klimmen. Verdeel het plein in verschillende zones om de kinderen te stimuleren te bewegen. Je merkt dat er steeds meer inzicht is dat niet ieder kinderlichaam erop gebouwd is de hele tijd in een stoel te zitten. Vooral voor het leren van jongens is beweging nodig."

Gemeentes willen allemaal zo'n stimulerende buitenruimte, maar geld is er niet altijd voor. "Een school moet al mooi zijn, duurzaam en dergelijke: men denkt vaak dat het zogeheten 'groene' wel vanzelf komt. Dan moet je creatief zijn: als je voor een nieuw plein een boom neerhaalt, gooi die dan niet direct in de versnippering maar kijk of de boom ook op het nieuwe plein kan komen te liggen."

2 Elke leerling krijgt beweegadvies

De sportcoördinator

Samen uitvinden welke sport past. Een paar jaar terug deed het vmbo van het Baken Stad College in Almere een proef om inactieve leerlingen in beweging te krijgen. Docenten werden vrijgeroosterd om hen één op één te motiveren, vertelt sport- en beweegcoördinator Dennis de Knijff. "Ouders werden betrokken. Leerlingen kregen een breed sportaanbod én gratis proeflessen. Voor verenigingen meteen een kans om leden te werven."

Zijn eigen gymlessen zijn ook divers: waterskiën en survival naast voetbal en hockey. En hij speelt in op trends: "Kijken of ik die rage om Pokémons te zoeken met de smartphone, in mijn lessen kan gebruiken." Hij biedt freerun, geeft bootcamps. En voor de meiden die niet vies willen worden is er badminton of de klimmuur. Er waren tijdens de proef ook andere programma's, zoals bewegen via computergestuurde opdrachten, uitgevoerd op een dansmat. Ook als kinderen niet goed kunnen dansen, kunnen ze op zo'n mat toch punten scoren. De Knijff: "Sommigen zijn gewoon niet zo sportief of bang dat ze het niet goed doen."

Acht op de tien deelnemers zitten inmiddels bij een sportclub. Toch is het speciale programma voor inactieven gestopt. Geen subsidie, zegt de sportcoördinator. "Het is bij ons al lastig om de ouderbijdrage te innen, dan moet je kiezen. Steek je veel tijd in tien leerlingen, of ga je voor de grote groep. Nu zijn er nog twee naschoolse sportmiddagen in de gymzaal.

Maar, zegt De Knijff, daar komen vooral de kinderen die toch al wel te porren zijn voor sport.

3 Elke dag begint met sport

De schooldirecteur

"Onze leerlingen beginnen elke schooldag verplicht met een uur sporten", zegt directeur Fons van den Broek van het Stanislascollege in Rijswijk. Dansen, spinnen, mountainbiken, zwemmen, tafeltennis, judo. Het is een fractie van de sporten die het vmbo-college zijn leerlingen aanbiedt. "Het was even wennen, maar inmiddels zijn de leerlingen enthousiast. We hebben redelijk wat gezette kinderen op school, die geven aan beter in hun vel te zitten omdat ze zich fitter voelen."

Halverwege de middag volgen de leerlingen een les van dertig minuten, waarbij een traditioneel vak als rekenen gecombineerd wordt met een bewegingsoefening als darten. "Een leerling gooit pijltjes in het bord, waarna hij of zij direct moet roepen wat de score is", aldus de directeur. "De ander telt het zo snel mogelijk bij elkaar op en noteert het. Om de zoveel minuten wisselen de leerlingen van plek. Dat duurt maar een half uur en houdt ze scherp voor de resterende lessen die middag."

Het programma werpt zijn vruchten af, constateert Van den Broek. "Om de negen weken meten wij de voortgang van de conditie van onze leerlingen. De grafieken waarin de resultaten worden verwerkt, kleuren steeds groener." In de hoop dat het enthousiasme van de leerlingen ervoor zorgt dat ze thuis ook meer gaan bewegen, heeft de school een contract met een nabijgelegen sportschool afgesloten. "Het streven is om daar binnenkort nog een voetbalschool aan toe te voegen."

De keerzijde van het bewegingsprogramma is volgens de directeur dat het college moet bezuinigen op vakken als beeldende vorming en levensbeschouwing.

4 Ouders geven het voorbeeld

De kindervoedingscoach

Een springtouw of een stappenteller. De middelen kunnen volgens Ingrid Stieber heel simpel zijn, maar zonder ouders krijgt ze jongeren niet aan het bewegen. Sieger bedacht 'Lekker Pûh!', een methode voor kinderen tot achttien jaar om 'toe te groeien naar een gezond gewicht'. Gezond eten en bewegen gaat wat haar betreft samen, ook letterlijk: "Buiten zijn ze al verder verwijderd van de kast met lekkers."

Naar cursussen die de Lekker Puh!-methode volgen, komen ouders mee. Want zij moeten motiveren en regels stellen. "Sommige ouders hanteren wel schermtijden, maar stellen daar niets tegenover. Een mens moet ook opladen, net als die telefoon." Fanatiek sporten hoeft van de voedingsdeskundige helemaal niet, als jongeren maar niet stilzitten. "Laat ze eerst met vrienden afspreken, stuur ze naar buiten. Ze hebben vaak maar een duwtje nodig, zul je zien dat ze te laat thuiskomen."

Ouders moeten ook voorleven. Alles wat zij doen, vinden jongeren stom, dat ziet Stieber ook wel. "Maar iemand moet laten zien dat bewegen normaal is. Ga op de fiets, neem ze mee naar een klimbos, ga samen skaten. En simpel samen touwtje springen kan dus ook. Gewoon op de galerij. "Moeder kan het vaak beter omdat ze dat vroeger al deed. Dat laat zo'n puber vast niet op zich zitten."

Elke dag drie minuten springen helpt de conditie snel vooruit. "De eerste keer zijn ze kapot, maar al snel voelt zo'n jongere dat ze lekkerder in haar vel zit, dat ze beter meekomt met gym. En straks is ze ook nog dat buikje kwijt."

undefined

Wie veel zit heeft vaak:

overgewicht, meer kans op hart- en vaatziekten, meer kans op diabetes, mindere conditie, geringere eigenwaarde, minder sociale contacten, lagere scores op examens en bij tests.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden