Nederlandse scholen staan wereldwijd aan de top (opinie)

Harde woorden sprak de commissie-Dijsselbloem over de dalende onderwijskwaliteit. Zonder bewijs.

Robert Sikkes en hoofdredacteur Het Onderwijsblad

Het is treurig dat de commissie-Dijsselbloem meedoet aan de algemene jammerklacht over het niveau van het onderwijs. De kwaliteit zou beneden de maat zijn. Als morgen in de Kamer het debat lostbrandt over het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie onderwijs, zal die klacht weer vaak te horen zijn. Toch, de bewijzen ontbreken. Het dipje in de hoge Nederlandse onderwijsprestaties komt vermoedelijk voor rekening van slimme meisjes die minder boeken zijn gaan lezen.

Een van de voorstellen van de commissie is om jaarlijks een landelijk onderzoek te houden naar het kennisniveau op de scholen. Zodat iedereen weer weet wat de kwaliteit van het onderwijs is. De commissie nam het plan over uit het deelonderzoek van wetenschappers van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (Roa) van de Universiteit Maastricht. Zij concludeerden dat op dit moment niet wetenschappelijk bewezen kan worden dat het niveau van het voortgezet onderwijs daalt – of stijgt. Als er al lagere scores zijn, zijn de verschillen klein en niet significant.

Op zich is die conclusie al treurig genoeg. Het betekent dat ondanks alle idealen, energie van leraren en honderden miljoenen subsidie de invoering van basisvorming, vmbo en studiehuis geen sikkepit vooruitgang hebben gebracht. Terwijl dat toch de inzet was. De Maastrichtse wetenschappers pleiten daarom voor een betere kwaliteitsmeting, en stellen voor er meteen maar een leuk televisieprogramma omheen te bouwen. Ik voorspel dat de kinderen en pubers in de zaal de BN’ers zullen wegspelen.

Een aanzwellend koor van onderwijspessimisten bezong de afgelopen jaren de daling van het onderwijsniveau. Ook het Gronings Instituut voor onderzoek van onderwijs trok harde conclusies. Maar dat onderzoek vertoont enorme gaten in het langlopende cohortonderzoek.

Daarom is het treurig dat de commissie-Dijsselbloem de jammerklachten herhaalt. In het rapport zelf is de commissie op de meeste plaatsen nog behoorlijk genuanceerd over de kwaliteit van het onderwijs. Maar in de samenvatting voor de media ging het opeens over een ‘zorgwekkend dalende trend’. Durfde de commissie de nuance niet aan? Bang voor de hoon van de critici die de mislukte onderwijsvernieuwingen op één lijn zetten met een vermeende niveaudaling?

Dijsselbloem en de zijnen schuiven met een ongelofelijk gemak al het internationale onderzoek (Pisa, Pirls, Timms) opzij. Dat onderzoek is misschien niet waterdicht, maar wel de enige enigszins betrouwbare vergelijking die er is. Nederlandse leerlingen staan steeds in de kopgroep van de tien beter presterende landen. Misschien zijn er zorgen, maar het onderwijs behoort nog steeds bij de wereldtop.

De commissie is blijven hangen in politieke navelstaarderij. Wél hard is het internationale bewijs dat in welvarende landen als Nederland, Zweden en Engeland de meisjes – van oudsher de ijverigste leerlingen – hun boeken laten liggen en naar computerspelletjes en dvd’s grijpen. Volgens het Pirls-leesonderzoek verklaart dit de lichte daling van het leesniveau in groep 6. Het moet leraren, pedagogen en beleidsmakers aan het denken zetten, want op steeds meer kinderkamers staat een computer of tv.

Uit het internationale Pisa-onderzoek blijkt dat in Nederland juist de bollebozen lager presteren dan elders. Bij wiskunde komt de lichte niveaudaling, opnieuw, door de slimste meisjes in de welvarende landen. De discussie moet gaan over hoe begaafde leerlingen weer beter presteren.

Het knagende gevoel dat het onderwijs achteruit holt, komt ergens vandaan. Studenten moeten bijgespijkerd worden in rekenen en taal. Dat komt echter niet doordat het niveau is gedaald, maar doordat de ’onderwijsloopbanen’ zijn veranderd. Op de universiteiten zit niet meer alleen de crème de la crème van het gymnasium, maar ook de vwo-jongeren met een mager zesje. Op de hogescholen en de roc’s speelt hetzelfde. De overheid heeft zelf gepropageerd dat leerlingen zo snel mogelijk het hoogste niveau opzoeken.

Vervolgopleidingen zullen hun onderwijs moeten afstemmen op de veranderende doelgroep. Misschien met een extra taaltoets. De overheid zal de bruggetjes van mavo naar havo moeten herstellen, zoals de commissie-Dijsselbloem wil. Het vraagt, kortom, om het opnieuw doordenken van het bestel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden