Nederlandse scheepswerven / Scheepsbouw bloeit op dankzij specialisatie

Het gaat de Nederlandse scheepsbouw weer voor de wind. Specialisatie en overheidssteun hielpen de bijna opgegeven sector er bovenop.

In de Merwede bij Hardinxveld-Giessendam ligt de ’Seven Oceans’, een constructieschip van 157 meter lang voor de offshore olie-industrie. Als het klaar is, zal het dienst doen voor de kust van West-Afrika. Binnen in de productiehal van Merwede Shipyard wordt druk gewerkt aan eenzelfde schip. En als dat af is, volgt de bouw van ’s werelds grootste duikers-ondersteuningsschip voor de olie-industrie. Merwede Shipyard heeft een wachttijd van drie jaar en bij andere grote Nederlandse scheepsbouwers is het niet anders.

Het jaar 2005 was al een recordjaar, met een omzet van 2,9 miljard euro. Maar 2006 was, met een omzet ruim 3 miljard euro, nog beter, vertelt Ruud Schouten, directeur van de Vereniging Nederlandse Scheepsbouw Industrie (VNSI). Schouten: „We zitten in een situatie die we drie jaar geleden niet voor mogelijk hadden gehouden.”

Een paar jaar geleden werd nog alarm geslagen. De Nederlandse scheepsbouw zou door de Aziatische concurrentie definitief ten onder gaan. Maar sinds vorig jaar is de stemming volledig omgeslagen. „Scheepsbouw is de enige booming industrie in Nederland die nog over is,” stelt Ton Rietdijk, directeur van Merwede Shipyard.

De ’Seven Oceans’ torent hoog boven Hardinxveld-Giessendam uit, maar internationaal gezien is het geen groot schip. In Zuid-Korea, en steeds meer ook in China, worden veel grotere schepen zoals olietankers een stuk goedkoper gemaakt. „Vier à vijf jaar geleden hebben we een grote ommezwaai gemaakt naar specialisatie in schepen voor de offshore olie-industrie,” zegt Rietdijk.

De keuze voor specialisatie is kenmerkend voor de Nederlandse scheepsbouw. „Nederland presteert nu vooral goed in de complexere scheepstypen, gespecialiseerd in nichemarkten,” zegt Martin Bloem, directeur van Holland Marine Equipment, de branchevereniging van maritieme toeleveranciers. De Nederlandse werven richten zich op kleine tankers, schepen voor baggeraars en de olie-industrie, en ferries en cruiseschepen. Ook is Nederland één van de grootste producenten van mega-jachten, luxe schepen van meer dan 30 meter lengte.

De bloei leidt tot een nieuw probleem: een gebrek aan gekwalificeerd personeel. Bij Merwede Shipyard werken van oudsher veel mensen uit de regio, de Alblasserwaard, vaak al van generatie op generatie. Maar met een specialisatie in ’ingewikkelde’ schepen er is steeds meer behoefte aan ingenieurs. „Het is een compleet internationale sector. Als je jezelf uit de markt prijst, zullen steeds meer van onze bedrijven werk uitbesteden aan goedkopere landen,” aldus Bloem. De grootste Nederlandse scheepsbouwer, Damen, heeft al twee keer zoveel werknemers in het buitenland als in Nederland.

VNSI-directeur Schouten verwacht dat de bloei structureel is en nog enige jaren zal aanhouden. Toen het slecht ging, klopte de scheepsbouw bij de overheid aan voor steun. De sector krijgt tegenwoordig een jaarlijkse subsidie van twintig miljoen euro van het ministerie van economische zaken. Zou die steun, nu het weer goed gaat, niet moeten worden beëindigd? De industrie wijst naar de vergelijkbare steun in andere landen.

„Op zich hebben we geen subsidies nodig”, zegt Schouten, „maar als andere Europese werven staatssteun krijgen, willen wij dat ook. Wij willen op hetzelfde niveau opereren als andere landen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden