Nederlandse renners nemen de wijk naar België

AFFLIGEM, AMSTERDAM - De ambitieuze Belgische wielerploeg Collstrop ontpopt zich zo'n beetje als de redder van het Nederlandse cyclisme. In die functie is ze ook voor een deel het opvangtehuis van renners uit de stal van Peter Post. Morgen tekent Gert-Jan Theunisse een eenjarig contract bij de formatie van Willy Teirlinck. Het ziet ernaar uit dat Nico Verhoeven en Danny Nelissen zijn voorbeeld binnen afzienbare tijd volgen.

Omdat door Allerheiligen het openbare leven in België een paar dagen stil ligt, verkeert een handjevol Nederlandse profs nog een tijdje in onzekerheid. Collstrop, fabrikant van tuinhekken, is eigendom van de Belgische grootindustrieel Noël De Meulenaere, die er buiten het burgemeesterschap van Wielsbeke een genoegen in schept wielerploegen te sponsoren. In die zin zijn enkele tientallen coureurs financieel van de multimiljonair (ook in de Nederlandse verhoudingen) afhankelijk. De Meulenaere voert eigenhandig de sollicitatiegesprekken met coureurs die op de vacatures bij Collstrop azen. “Tot woensdag kunnen we sowieso niets doen”, zegt Teirlinck, “omdat maandag en dinsdag hier vrije dagen zijn. En de dagen erna is de heer De Meulenaere afwezig.”

Met Theunisse werden de onderhandelingen zondag afgerond, met Verhoeven moeten hooguit een paar kleine puntjes worden doorgesproken. Wat Nelissen betreft, heeft Teirlinck goede hoop dat hij en De Meulenaere er met de manager van de Limburger, Manfred Krikke, wel uit komen. De oud-zakelijk leider van de PDM-ploeg heeft zich over Nelissen ontfermd, sinds die op voet van oorlog met ploegleider Cees Priem van TVM leeft. Nelissen werd begin dit jaar afgekeurd voor profwielrennen, omdat bij een medisch onderzoek hartritmestoornissen werden geconstateerd. Nelissen verdween drie maanden in de Ziektewet - in die periode trok de KNWU ook zijn licentie in - maar is na een second opinion genezen verklaard. Met TVM bakkeleit hij nog over de uitbetaling van achterstallig salaris, doch bij Priem is hij hoe dan ook niet langer welkom. De overgang naar Collstrop lijkt een kwestie van tijd, omdat Krikke via co-sponsor Concorde 'aandelen' in de ploeg van Teirlinck heeft. “Als Danny de medische keuring doorstaat en we ook financieel tot overeenstemming komen, dan ben ik ervan overtuigd een aanwinst in huis te halen”, zegt Teirlinck.

Toekomst ongewis

De tweede profploeg van België (achter Lotto) had dit seizoen trouwens al vier van de zes bij de zuiderburen actieve Nederlanders onder contract staan: Jos van Aert, John van den Akker, Adri van der Poel en Wiebren Veenstra. De eerste twee stoppen, Veenstra, met negen overwinningen de vaderlandse zegekoning, ziet met zijn transfer naar het Amerikaanse Motorola een hartewens in vervulling gaan. Van Van der Poel is de toekomst nog ongewis. De veteraan bouwde zijn carrière op de weg af - zo was tenminste zijn bedoeling - maar deed dat zo fanatiek, dat hij nog een van de best presterende Nederlandse renners werd. In Parijs-Roubaix en de najaarsklassiekers Parijs-Brussel en Parijs-Tours streed hij lang met de besten mee. Van der Poel, eind 1993 'uitgekotst' door Mercatone Uno, heeft contacten met een andere Italiaanse ploeg, Brescialat. “Persoonlijk houd ik hem graag bij Collstrop”, laat Teirlinck doorschemeren. Een korte vakantie in de aanloop naar het veldritseizoen en de viering van Allerheiligen blokkeerden de laatste dagen ook die onderhandelingen.

Collstrop, dat zich verder versterkte met de Lotto-rijders Michel van Haecke en Wim Omloop, de Belgische amateurkampioen Mario Moermans, veldrijder Marc Janssens en de Post-renners Guy Nulens en Jo Planckaert, wil met de aangekochte routine en punten in de top twintig van het UCI-klassement belanden en dus een groot internationaal programma rijden. “We willen graag deelnemen aan de Tour de France”, zegt Teirlinck, “maar ik besef dat we toelating met prestaties in het voorseizoen moeten verdienen. De Vuelta (volgend jaar voor het eerst in september - red.) staat in ieder geval op het programma. Ik ben al vaker in de Ronde van Spanje geweest. Ik heb daar goede contacten.”

Mede door de dadendrang van De Meulenaere c.s. staat het wielrennen in België er plotseling een stuk beter voor dan aan de vooravond van het seizoen 1994. Qua werkgelegenheid althans. Zestig profs zijn reeds verzekerd van brood op de plank in '95. Vorig jaar wist slechts de helft zeker dat ze niet hoefde te stempelen. Er zijn in ieder geval zes ploegen operationeel. Misschien komt er nog een zevende bij, als de kleurrijke Robert Lauwers eindelijk zijn belofte gestand kan doen een sponsor op de kop te tikken. Vorig jaar beloofde hij een aantal renners, en niet eens de minsten, een kip met gouden eieren, nu zou een groothandel in rotanmeubelen van ongeduld staan te trappelen om geld in een wielerploeg te mogen steken. Concreet nieuws laat al een tijdje op zich wachten. Doorgaans is dat een slecht voorteken. Maar misschien zijn de verplichte ATV-dagen ook hieraan debet.

Voortvarender

In Frankrijk gaat het in dat opzicht een stuk voortvarender. Na de oprichting van het prestigieuze Le Groupement, waarvoor onder andere wereldkampioen Luc Leblanc en de Nederlandse sprinter Jean-Paul van Poppel zullen uitkomen, werd de vorige week een derde, zogeheten équipe promotionelle gepresenteerd; een ploeg met, op routinier Laurent Pillon na, louter eerstejaars profs. De opvallendste naam in dat gezelschap is Nicolas Jalabert, de broer van de in de Tour de France zo onfortuinlijke sprinter Laurent. Dat brengt de instroom van nieuw Frans talent voor dit en volgend jaar op veertig 'neo's'.

Willy Teirlinck ziet het ook in zijn land de goede kant op gaan. “In die zin dat de sponsors die vorig jaar hun opwachting in het peloton hebben gemaakt, heel tevreden zijn over de publiciteit. De mensen komen aan hun trekken. De kleine Belgische ploegen die niet de ambitie hebben om een groot programma te rijden, worden ook in de kranten genoemd.” De kwaliteit van het gebodene laat, net als in Nederland, veel te wensen over. Johan Museeuw is de wanhopige vaandeldrager op een schip dat voortdurend dreigt te kapseizen. Om het niveau van de jeugd op te krikken presenteerde de BWB (Belgische wielerbond) onlangs een gedurfd plan waarin een verbod op midweekse wedstrijden werd afgekondigd. “Een goed voorstel”, vindt Teirlinck. “Als junioren te veel koersen rijden, zoals nu, verwaarlozen ze de training.”

Het Nederlandse wielrennen wacht voorlopig gelaten op betere tijden. Het verdwijnen van de ploeg-Post dwarsboomt de doorstroming van talentvolle amateurs, waar dit land volgens allerlei ploegleiders van overloopt. Post had er twee op het oog, voordat begin vorige maand het doek over zijn levenswerk viel. In de donkere dagen die daarop volgden, reisden de Amstelvener en zijn ploegleiders Planckaert en De Rooy stad en land af om de reeds voor 1995 gecontracteerde renners te 'parkeren'. Dat dat lukte, is haast een even groot wonder als het vinden van een sponsor. Post wil rustig aan zijn nieuwe ideaal werken: een goed gestructureerde ploeg met veel jong talent, die vijf jaar met dezelfde geldschieter voort kan. Slaagt hij er volgend voorjaar in dat fundament te storten, dan zijn de meeste renners op afroep beschikbaar. Nulens, Verhoeven, Planckaert (zoals gezegd Collstrop), Wilfried Nelissen, Sergeant (Lotto), Bouwmans, De Vries (Novell, de nieuwe sponsornaam van de ploeg-Raas) en Capiot (de nieuwe Italiaanse formatie-Refin) tekenden bij hun nieuwe werkgever een overeenkomst voor één seizoen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden