’Nederlandse politiek laat islamofobie de vrije hand’

Bij de Raad van Europa zijn er grote zorgen over de polarisatie tussen bevolkingsgroepen in Nederland. Vooral politici zouden verantwoordelijk zijn voor de ’islamofobie’, staat in een rapport.

Racisme en vreemdelingenhaat zijn een gebruikelijk verschijnsel geworden in het publieke debat, constateert de Europese commissie tegen racisme en intolerantie (Ecri) in een rapport over Nederland.

Die commissie is een onderdeel van de in Straatsburg gevestigde Raad van Europa, waarvan 47 landen lid zijn om de mensenrechten te bevorderen.

Sinds het laatste rapport over Nederland, in 2000, constateert de commissie dat het debat over integratie en minderheden heel negatief is geworden. De toon van het debat heeft ’de integratie niet vergemakkelijkt, maar bemoeilijkt’.

Typerend voor het Nederlandse debat is, volgens de commissie, „het spreken over moslims in termen van invasies die het land overspoelen en derhalve een majeure bedreiging van de nationale van de nationale veiligheid en identiteit vertegenwoordigen”. De commissie vindt dat politici die zulke dingen zeggen, moeten worden vervolgd.

De rapporteurs noemen de PVV van Wilders bij naam als belangrijke aanstichter van de islamofobie.

Zij storen zich er vooral aan dat stigmatiserend, stereotyperend en zelfs ronduit racistisch taalgebruik tegen moslims ’in de regel onweersproken blijft door de gevestigde politieke partijen’.

Die conclusie schiet in het verkeerde keelgat van het Nederlandse kabinet. Dergelijke uitingen worden krachtig veroordeeld door de meerderheid van de politieke partijen en door leden van de regering, schrijft het kabinet in een commentaar op het rapport.

De commissie van de Raad van Europa zit er wel vaker naast, meent het kabinet. Zo negeert de commissie de discriminatie door minderheden zelf, zoals tegen vrouwen en homoseksuelen.

Ook neemt het kabinet aanstoot aan de bewering dat de ontkenning van de Holocaust een trend aan het worden is bij Nederlandse jongeren. Van een trend is geen sprake, schrijft het kabinet dat wijst op een rapport van het Centrum voor informatie en documentatie over Israël dat in 2005/2006 slechts twee gevallen van ontkenning op Nederlandse scholen telde. Beide keren was daar maar één scholier bij betrokken.

Maar de commissie van de Raad van Europa wijst ook op het internet, waar ontkenningen van de Holocaust ruimschoots te vinden zijn op Nederlandse websites. Dat is drastisch toegenomen sinds 2000, stellen de rapporteurs. Ook vindt antisemitische taal bij voetbalwedstrijden makkelijk een weg naar alledaagse situaties buiten het stadion.

De Nederlandse media krijgen een ook een veeg uit de pan. Ook zij maken zich op grote schaal schuldig aan generalisaties over moslims. De gedragscodes die de media zelf hebben opgesteld worden in de praktijk zelden toegepast, menen de rapporteurs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden