Nederlandse ondernemers blij met EK

Langs menig Poolse weg in aanbouw zie je bordjes Arcadis, DHV, Grontmij en Tebodin

Voetbal is oorlog. Niet alleen op het veld en de tribunes. Ook de aanloop naar het EK is een strijd tussen landen. "Als een Duitse architect een stadion ontwerpt, of een Fransman, of een Oostenrijker, dan zorgen ze ervoor dat bedrijven uit hun landen ook de bouworders krijgen", zegt Marek Lorczyk van de lichtdivisie van Philips.

Hij heeft alle reden tot tevredenheid: twee van de vier EK-stadions in Polen draaien helemaal op Philips-lampen. 2-2 dus, of eigenlijk iets meer dan 2 voor Philips, want in de andere stadions hebben sommige onderaannemers Philips-lampen gebruikt. Dat mag ook wel, want met drie grote fabrieken en ruim 8000 werknemers in Polen, speelt de lichtdivisie een thuiswedtrijd.

Dat geldt niet voor alle aanwezigen op de afsluitende presentatie van vier jaar EK-handelsmissies naar Polen en Oekraine. "Het is een hele prestatie dat we er hier tussen zijn gekomen", zegt John Hendriks, van Hendriks Graszoden. "Je praat met zo'n Pool. Hij lacht je vriendelijk toe, maar hij denkt: ja man, je bent veel te duur. Maar dat zegt hij je niet."

De goedkoopste wint. Dat eist de Poolse wet. Helaas voor de Nederlandse EK-boeren bestaat er geen lekkerbekkende vertaling voor "goedkoop is duurkoop", die de Poolse gang van zaken toch zo aardig samenvat. "Wij legden de eerste grasmat in Poznan", vertelt Hendriks. Maar die was al gauw aan vervanging toe.

Hendriks kent de oorzaken: Niet de juiste ondergrond, niet genoeg ventilatie. Maar Poznan vond Limburgse zoden bij nader inzien te duur en nam een andere grasadviseur in de arm. "Die nam andere grasmatproducenten mee", zegt Hendriks. "Dat waren natuurlijk Poolse bedrijven", vult een andere aanwezige aan: "Ons-kent-ons". Sindsdien moest Poznan een keer of vier in de buidel tasten om afstervend gras te vervangen. In Warschau ging het beter. "De openingswedstrijd is op onze grasmat", concludeert de zodenroller tevreden.

Tevredenheid voert de boventoon. De BV Nederland heeft goed geboerd. Staatssecretaris Schultz van Haegen stelt tevreden vast dat de economische voorronde is afgesloten met een dikke 200 miljoen euro. Dat bedrag is een beetje omhooggesjoemeld, want de hele infrastructuur telt mee. Ook zonder EK is Polen namelijk één grote bouwput: vliegvelden, stations, binnensteden, rails, autosnelwegen, het kan niet op met Europese subsidies. Tot vreugde van ontwerpend Nederland. Menig Poolse snelweg in aanbouw wordt gesierd met bordjes van Arcadis, DHV, Grontmij en Tebodin.

"We zijn een Nederlands bedrijf, maar er werkt niet een Nederlander meer bij ons", zegt Maciej Gwozdz van ingenieursbureau Tebodin. Hij betreurt het recente vertrek van zijn laatste twee Nederlandse collega's, want Nederlanders zijn lekker direct. "Zo'n Poolse ingenieur gaat eerst een heleboel onnodige dingen vertellen, voordat hij to the point komt."

Ook in de wegenbouw kunnen ze meepraten over 'goedkoop is duurkoop'. De Nederlandse ingenieursbureau's hebben het niettemin gered. Sterker nog, ze zijn de grootste Poolse ingenieursbureau's geworden. Poolse technici zijn goedkoper, en vinden makkelijker de weg in het lokale regelgevinglabyrint van openbare aanbestedingen.

En wie in Polen de weg kan vinden, kan dat overal. "Voordat ze naar Polen kwamen, had Tebodin nauwelijks ervaring in de wegenbouw. Nu beroepen de Nederlanders zich op hun ervaring in Polen om orders voor de aanleg van wegen in de Arabische Emiraten binnen te slepen."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden