Nederlandse meesters zijn bij dieven populair

De bewakingstechnologie mag dan zijn voortgeschreden, in de afgelopen eeuw verdwenen geregeld topwerken. Vele doken weer op.

Wouter Bax

Dit is een selectie van de meest opmerkelijke kunstroven in de afgelopen honderd jaar:

21 augustus 1911: Leonardo Da Vinci’s ’Mona Lisa’ wordt uit het Louvre gesmokkeld door een Italiaanse werkman die vindt dat er veel te veel Italiaanse kunst in Franse handen is. In december 1913 wordt het teruggevonden.

1961: Francisco de Goya’s ’Portret van de Hertog van Wellington’ wordt gestolen uit de Londense National Gallery. Een werkloze chauffeur biecht op dat hij ermee uit het raam is geklommen en zit drie maanden vast, maar in 1996 pleit de Gallery hem onschuldig. Het schilderij is spoorloos gebleven.

Oktober 1969: Een Kersttafereel van Michelangelo da Caravaggio wordt door maffiosi gestolen uit een kerk van San Lorenzo in Palermo. Een spijtoptant die aan de diefstal deelnam verklaart 27 jaar later dat ze hadden geprobeerd het schilderij op te vouwen: „Toen onze opdrachtgever het vernielde werk zag, barstte hij in tranen uit. Hij wilde het niet meer.”

12 december 1988: drie werken van Van Gogh, waaronder een voorstudie van ’De Aardappeleters’ uit 1885, met een totale waarde van 125 miljoen euro worden gestolen uit het Kröller-Müllermuseum in Otterlo en later zwaar beschadigd teruggevonden. De twee dieven krijgen 2,5 jaar gevangenisstraf.

1989: ’Man met Baard’ van Rembrandt en ’IJsvermaak’ van Jan van Goyen worden gestolen uit het depot van de Rijksdienst Beeldende Kunst en later teruggevonden in Rotterdam. Vier mannen zitten er tot zeven maanden cel voor uit.

18 september 1990: De grootste kunstroof in de Amerikaanse geschiedenis. Nepagenten maken twee stagiairs die de collectie van het Isabella Stewart Gardner Museum in Boston bewaken wijs dat ze een alarmmelding hebben gekregen. Ze boeien de studenten, wissen de bewakingsvideo en stelen elf meesterwerken, waaronder ’Storm op het meer van Galilea’ en ’Een dame en een heer in het zwart’ van Rembrandt, ’Musicerend trio’ van Johannes Vermeer en schilderijen van Manet, Degas en Flinck. De werken – samen zo’n 300 miljoen euro – zijn spoorloos.

14 april 1991: Uit het Amsterdamse Van Gogh-museum verdwijnen twintig schilderijen van de meester met een totale waarde van tenminste 500 miljoen euro. Enkele uren later worden ze gevonden in een gestolen auto, maar drie werken – waaronder ’Korenveld met kraaien’ – zijn ernstig beschadigd. Drie maanden later worden er vier verdachten aangehouden.

13 mei 1999: ’De Knotwilg’ van Van Gogh verdwijnt uit het hoofdkantoor van Van Lanschot Bankiers in Den Bosch en wordt in maart 2006 teruggevonden na de inzet van een pseudokoper van de politie. Twee Bosschenaren worden gepakt.

28 januari 1999: ’Portret van een dame’ van Rembrandt en ’Portret van een jongeman’ van de Venetiaanse Giovanni Bellini verdwijnen uit de Deense Nivaagaard Kunstsammlung, nadat de daders een oude bewaker hebben neergeslagen. De politie arresteert al snel twee mannen en vindt de werken, maar het kleine museum betaalt wel bijna 300.000 euro aan tipgeld.

Nieuwjaarsnacht 2000: ’Zicht op Auvergne-sur-Oise’ van Cézanne verdwijnt tijdens het feestelijke Millenniumvuurwerk uit het Ashmoleum Museum in Oxford.

22 december 2000: twee schilderijen van Pierre-Auguste Renoir en een zelfportret van Rembrandt worden onder bedreiging van een machinepistool geroofd uit het Nationaal Museum in Stockholm. De daders worden ontmaskerd nadat ze losgeld hebben geëist. In 2005 wordt het werk van Rembrandt teruggevonden. In 2001 duikt Renoirs ’Gesprek met de tuinman’ op, in 2005 zijn ’Jonge Parisienne’.

1 december 2002: uit het Haagse Museon verdwijnen juwelen van de Portugese koninklijke familie Braganca en onder andere ook stukken uit de beroemde Suasso-collectie. Portugal wijzigt zijn uitleenbeleid voor Nederland.

7 december 2002: Een man klimt over het hek van het Van Gogh-museum, bereikt met een ladder een raam en maakt in vijf minuten ’Zeegezicht bij Scheveningen’ en ’Het uitgaan van de Hervormde kerk te Nuenen’ buit. Twee mannen worden gearresteerd en veroordeeld, maar blijven ontkennen. De schilderijen zijn spoorloos.

27 augustus 2003: Da Vinci’s ’Madonna dei Fusi’ – 60 miljoen euro – wordt uit het Drumlanrig Castle in Schotland gestolen door dieven die zich als toeristen uitgeven en de jonge gids overmeesteren.

22 augustus 2004: ’Madonna’ en een versie van ’De Schreeuw’ van Edvard Munch verdwijnen op klaarlichte dag uit het Munch Museum in Oslo. De werken zijn samen 120 miljoen euro waard en duiken in 2006 beschadigd op.

15 december 2005: Dieven stelen met een takelwagen de 2000 kilo wegende sculptuur ’A Reclining Nude’ van Henry Moore in het Engelse Hertfordshire. Het beeld is 4,5 miljoen euro waard, maar waarschijnlijk ging het hen alleen om het brons. Sindsdien wordt onder andere Moore’s ’Eros’ op het Londense Picadilly Circus permanent bewaakt. En de Kunsthal in Rotterdam mocht een expositie van Moore alleen binnen houden.

24 februari 2006: Gewapende mannen roven werken van Salvador Dalí, Henri Matisse, Pablo Picasso en Claude Monet uit het Museu Chacara do Céu in Rio de Janeiro.

10 juni 2007: Het ontbreken van bewakingscamera’s maakt het dieven gemakkelijk om uit de Art Gallery van de staat New South Wales in het Australische Canberra een klein zelfportret van Frans van Mieris de Oude ter waarde van 900.000 euro te stelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden