Nederlandse marine kijkt jaloers naar Amerikanen

Jaloers hebben Nederlandse marine-officieren de afgelopen paar weken rondgelopen op de Mount Whitney, het best uitgeruste commandoschip van de Amerikaanse marine. Wat daar aan communicatiemiddelen voorhanden is, doet de technologische uitrusting van het modernste Nederlandse fregat verbleken tot een doe-het-zelf-kist.

In het hart van het schip flitsen de beeldschermen van de ene situatieschets naar de andere. Stafleden lopen af en aan met materiaal over schepen, vliegtuigen, bemanningen en hun activiteiten. Het oproepen van technische en strategische gegevens lijkt amper beperkingen te kennen. De 'battlewatch captain' zit als een spin in het web tijdens een van de drie dagelijkse evaluaties. Hij zal zijn conclusies later door moeten spelen naar de Amerikaanse admiraal William Fallon, die de leiding heeft van wat formeel JTFEX 99-1 heet.

Met steun van marines uit West-Europa en Latijns-Amerika hield de Amerikaanse marine voor de oostkust van de VS en in het Caribisch gebied een oefening. Middelpunt is de fantasiestaat 'Korona', die het heeft voorzien op de olierijke buurstaat 'Kartuna'. De oefening, waarbij het vliegdekschip Theodore Roosevelt met zijn battlegroep en het amfibisch schip Kearsarge zijn betrokken, moet uitlopen op een invasie op de kust van 'Korona', gesitueerd in de Amerikaanse staat North Carolina.

De Nederlands bijdrage bestaat uit het escorteren van de Kearsarge in zijn amfibische aanvalsactie op de kust van 'Korona'. Dat escorte wordt gedaan door de fregatten De Ruyter en Van Nes, plus de Belgische Wandelaar. Het marine-bevoorradingsschip Zuiderkruis en de onderzeeër Walrus hebben aanvullende taken. De escortering wordt geleid door commodore Klaver. Hij heeft ook het commando over de amfibie-landing op de kust.

Klaver over de Nederlandse bijdrage: ,,De Amerikanen hebben escorteschepen tekort. Defensie heeft er ook te kampen met bezuinigingen. Daarnaast willen de Amerikanen van zo'n oefening geen nationale gebeurtenis maken. Ze zijn blij dat wij meedoen. Admiraal Fallon heeft zich daar sterk voor gemaakt.''

JTFEX 99-1 is ook een repetitie voor de Europese oefening Northern Light, die later voor de kust van Zuid-Bretagne wordt gehouden. Groot-Brittannië en Nederland spelen een sleutelrol in deze oefening. De amfibische eenheden van beide marines moeten als gezamenlijke groep tijdens Northern Light optreden en Klaver zal het commando voeren over dat deel van de oefening.

Klaver is, in zijn 'kantoor' op de Kearsarge, tevreden over de samenwerking met de Amerikanen. Vooral de begeleiding is perfect, stelt hij vast. Van doorslaggevend belang is de communicatie. Omdat Amerikanen hierin eigen gewoonten hebben, ging Klaver als eerste aan boord van de Kearsarge, zodat hij wist wat zijn mensen te wachten stond. Vooral de veelheid van informatie die over en weer van de Kearsarge naar de De Ruyter gaat heeft hem geïmponeerd.

Toch is het die communicatie waar de Nederlanders zich zorgen over maken. Ze zijn ervan doordrongen dat de Nederlandse rol bij JTFEX 99-1 beperkt is, dat de fregatten slechts werkpaarden zijn. Tegen het licht van de Hoofdlijnennotitie van Defensie, die minister De Grave in januari uitbracht en waarin het afstoten van twee fregatten staat, zal moeten worden gekeken welke taken Nederland kan en wil uitvoeren.

Het belang wordt grotendeels bepaald door de technische mogelijkheden en daar ligt het probleem. Verbindingsofficier overste Anton Nieland: ,,De kloof tussen onze marine en de Amerikaanse zien we hier en als we niet oppassen wordt die alleen maar groter. Onze eskaderstaf werkt nog met laptops en Windows 95.'' Hij en zijn collega's overste John Weyne -een van de drie battlewatchers in het communicatiecentrum - en luitenant-ter-zee Murk Eland wijzen er afgunstig op dat je vanaf de Mount Whitney zonder technische toeren met de kust van Virginia kunt telefoneren.

Om op de fregatten het Internet met zijn zoekprogramma's beter te kunnen gebruiken, om beelden op te kunnen roepen op de computerschermen en e-mails te kunnen versturen is meer communicatie-bandbreedte nodig op de satelliet. Weyne: ,,Zolang binnen de Navo geknokt wordt over communicatiesystemen en het negen jaar duurt voor je satelliet-ruimte krijgt, hou je achterstanden op de Amerikanen, die overal snel over beschikken. Je moet faciliteiten hebben om efficiënt te werken en te plannen. Je moet systemen op elkaar afstemmen. Alleen zo kun je informatie uitwisselen. Aan kennis ligt het niet, die hebben we genoeg.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden