Nederlandse Kathchen met jonge overmoed, maar ook overrompelend

T/m 2 februari in de Bovenzaal van de Stadsschouwburg in Amsterdam. Niet ma, zo matinee.

Heinrich von Kleist schreef deze woorden in 1807 aan zijn zuster Marie, toen hij de 'Penthesilea' had voltooid en begonnen was aan het schrijven van zijn historische ridderschouwspel, dat als tweede titel meekreeg: 'De vuurproef'.

In veel opzichten zijn de twee stukken elkaars tegenpolen. Bijvoorbeeld in het feit dat de 'Penthesilea', die geent is op de Griekse mythe, de hele 19e eeuw verafschuwd werd, maar dat de middeleeuwse 'Kathchen' vanaf 1810, als loflied op de Duitse ziel, in alle Duitse theaters talloze malen is opgevoerd, zij het meestal in een bewerking.

In herbergen en op kastelen, in grotten, wouden en aan het hof van de keizer achtervolgt de smidsdochter Kathchen bijna 3 000 verzen lang met opofferende liefde haar Friedrich Wetter, Graf vom Strahl en weet na spectaculaire scenes als die in een brandend slot en bij een instortende brug over een rivier tenslotte zijn liefde te winnen. Dat gebeurt overigens pas, zoals ook de romantici moeten toegeven, nadat gebleken is dat Kathchen niet door de smid werd verwekt, maar door de keizer zelf, toen deze op doorreis de nacht in Heilbronn doorbracht.

Parodieen

Behalve bewerkingen, zijn dan ook veel parodieen op de 'Kathchen von Heilbronn' geschreven, zoals een 'Kathi von Hollabrunn' uit 1831. In deze traditie staat ook 'Liesje uit Leefbron' van Janine Brogt, een voorstelling van Toneelgroep Amsterdam die een uur duurt. Ze wordt gespeeld door de jongerengroep van het gezelschap onder regie van Els van der Jagt.

Voor het werk van Kleist had Toneelgroep Amsterdam dit seizoen een centrale plaats ingeruimd en als dramaturg van het gezelschap heeft Janine Brogt daarin een belangrijk aandeel. Zij deed eerder dit seizoen de dramaturgie van 'Penthesilea' (regie Gerardjan Rijnders) en was al eerder, met dezelfde regisseur, bij een produktie van de 'Kathchen' in Duitsland betrokken.

Onvoorwaardelijke liefde

Ze kent zijn werken en brieven grondig, en haar 'Liesje' is een liefdevol spel met de onvoorwaardelijke liefde van de smidsdochter, ironisch maar geen moment cynisch. Zo is de manier waarop Liesje flauw valt (Kleists heldinnen vallen voortdurend in katzwijm, of ze nu koningin van de Amazonen of onschuldige dorpsmeisjes zijn) geestig en ontroerend tegelijk. Geestig als commentaar op de toch wel erg dubieuze manier waarop Kleist tegen vrouwen aankeek, ontroerend als moment van zuiverheid in een kwaadaardig agressieve wereld.

De elf jongens en meisjes die 'Liesje' spelen (onder wie een nieuw personage: de engel die Liesje uit gevaren redt en via dromen de gelieven bijeen brengt, is lijflijk aanwezig) zijn professioneel getraind.

Hun tableau de la troupe is een treffende weergave van de twintigjarigen in de Nederlandse bevolking, zwart, wit en bruin dooreen. En, als het visioen uit het stuk, een hoopvolle verwijzing naar de toekomst, hoe dan onze toneelgezelschappen zullen zijn samengesteld.

Temidden van de brokstukken van omgevallen zuilen, en tegen een achterwand van scheefgevallen poorten en andere runes maken ze met jonge overmoed, naiefmaar toch weer overrompelend, een voorstelling over de liefde, zeer bezienswaardig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden