Nederlandse economie gebaat bij polderkracht

Hij noemt de verhoging van de AOW-leeftijd ’een vrij klein onderwerp’. Want de echt grote vraagstukken moeten volgens Ser-voorzitter Alexander Rinnooy Kan nog komen: de houdbaarheid van het sociale stelsel en, het allerbelangrijkste: het invoeren van een kringloopeconomie.

’Met alle respect, maar de verhoging van de AOW-leeftijd was een vrij klein onderwerp in de hele heroverwegingsopgave waar de politiek voor staat.” De voorzitter van de Sociaal-economische Raad (Ser) zegt het niet uit bescheidenheid. In de 60-jarige geschiedenis van de raad waren wel meer lastige onderwerpen waar de werkgevers, werknemers en kroonleden samen niet uitkwamen, wil Alexander Rinnooy Kan maar zeggen. Ook al was het mislukken „een persoonlijke teleurstelling”.

Je moet bij hem dan ook niet aankomen met de bewering dat het polderoverlegorgaan zijn langste tijd heeft gehad. De grote onderwerpen zoals de houdbaarheid van het sociale stelsel en wat te doen met de bedrijfspensioenen, komen er nog aan. De bijna 60-jarige raad heeft bovendien meer tegenslagen overleefd. Sterker nog, Rinnooy Kan ziet een kansrijke toekomst voor de raad. „Het overleg heeft Nederland heel veel opgeleverd.” Ons land is volgens hem gekend om zijn flexibiliteit en aanpassingsvermogen in de economie. „Tegenover elke wijziging staat echter een offer. Helpen bij die overgang en een formule vinden voor een nieuw perspectief, dat is de kracht van de raad.”

Maar hoe moet dat nu, als het kabinet zich in het voorjaar door een enorme berg met voorstellen voor hervormingen en bezuinigingen heen worstelt? Er is nu al een flinke politieke lobby gaande om de wereld van werk en uitkering onder handen te nemen.

Rinnooy Kan denkt niet dat de voorstellen à la het AOW-besluit worden uitgepolderd. Al helemaal niet als de besluitvormingsperiode veel korter is . „De Ser is niet bedoeld om binnen 24 uur een reactie te geven op welk kabinetsvoorstel ook. We zijn er wel voor om een denkrichting voor Nederland op de middellange en lange termijn te geven.”

Het kabinet heeft de raad gevraagd zijn visie te geven op de vooruitzichten van de Nederlandse economie op de lange termijn. Die visie moet komend najaar af zijn. Rinnooy Kan: „Daarmee proberen we natuurlijk wel invloed uit te oefenen op de politieke besluiten. Die moet met name beïnvloeden wat het volgende kabinet gaat doen. We hopen dat ze een belangrijke rol speelt bij de verkiezingsprogramma’s, in wat politieke partijen hun kiezers aan keuzes voor gaan leggen.”

De Ser-voorzitter zegt het in een bijzin. Maar dat hij daarin het vólgende kabinet noemt als de club die besluiten zou moeten nemen, roept vragen op. Immers, het huidige kabinet wil juist in deze periode al knopen doorhakken. De regeringspartijen kregen voortdurend het verwijt van een groot deel van de oppositie dat ze alles uitstellen. De politiek heeft behoefte om daadkracht te demonstreren. „Zeker, daar heb ik begrip voor”, zegt Rinnooy Kan. „Maar ik houd me vast aan de adviesaanvraag van het kabinet . Ze vragen ons daarin na te denken over de financiële consequenties van de crisis, over het op orde brengen van de overheidsfinanciën. En ze vragen ons om mee te denken over het groeivermogen van de economie. Dat gaat echt over de prioriteiten die op de langere termijn gaan spelen.”

Het ’slapende’ D66-lid is zich er te goed van bewust dat zijn positie als Ser-voorzitter geen politieke is, en dat ook niet moet worden. Hij vindt dan ook niet dat hij zojuist een verkapte waarschuwing heeft gegeven, om niet al deze kabinetsperiode in grote haast besluiten te nemen die tot een enorme omslag leiden. „Het is niet aan ons om zo’n waarschuwing te geven. Wat wij kunnen doen, is de politiek voorzien van een unaniem perspectief van de toekomst van de arbeidsmarkt. Als dat lukt is het ook betekenisvol, dan is er draagvlak voor.”

Draagvlak. Dat betekent voor Rinnooy Kan ook dat mensen zich betrokken voelen bij wat er over hen wordt besloten. FNV-voorzitter Agnes Jongerius zei pasgeleden in Trouw dat de manier waarop er uiteindelijk over de AOW is besloten, slecht is voor het vertrouwen in de democratie. Rinnooy Kan ziet dat niet zo zwaar. „Maar ik herken wel dat veel mensen in ontevredenheid om zich heen kijken. Heel veel van de grimmigheid en spanningen hebben te maken met het gevoel dat er weinig kans is om echt mee te doen met politieke besluitvorming. ”

Hij noemt het voorbeeld van Ridderkerk. „Het bestuur heeft erg zijn best gedaan om mensen bij de gemeente te betrekken. Ze gingen langs bij alle nieuwe bewoners met taart om hen uitdrukkelijk uit te nodigen. Het werd een totale mislukking. Mensen zitten niet te wachten op gezelligheid, ze willen de kans krijgen om mee te praten en serieus genomen worden bij de invulling van hun eigen toekomst. Dat is heel iets anders.”

De enorme hoeveelheid bestuurslagen werkt volgens hem niet mee. „ Nederland heeft nu wel een erg complex model. Het is gerechtvaardigd om na te denken over die inrichting van deelgemeenten, gemeenten, provincies, het Rijk en Europa plus waterschappen. Welke invloed heeft dat op de betrokkenheid van mensen en hoe effectief is die? Het kost ook een hoop geld.”

Rinnooy Kan werd kort geleden voor de derde achtereenvolgende keer door de Volkskrant bestempeld tot meest invloedrijke Nederlander. Met dank aan zijn enorme netwerk. Dat zijn naam onder het zogenoemde Baliemanifest staat, een schets van een nieuwe vorm van sociale zekerheid, is dan ook niet zonder betekenis. Zeker niet nu de politiek de kans heeft om, met het oog op de gevolgen van de crisis, het stelsel helemaal tegen het licht te houden.

Het manifest ademt een sfeer van eigen verantwoordelijkheid. .

Dat kan al snel worden opgevat als het flink reduceren van solidariteit en van collectieve regelingen. Immers, als mensen zelf verantwoordelijker zijn voor ziekte of het hebben van werk, hoeft de samenleving als geheel daar niet voor op te draaien. Maar dat wordt er volgens Rinnooy Kan niet mee bedoeld. „Het is niet het eind van solidariteit of van collectieve regelingen. Het gaat wel om ontvoogding, een voortgezet emancipatieproces. Steeds meer mensen zijn bereid om een eigen invulling te geven aan hun loopbaan.”

De Ser-voorzitter wijst op de groeiende groep mensen die als zzp’er voor zichzelf begint. „Dat is een proces van professionalisering. Mensen weten vaak goed wat ze willen van een werkgever. Wat zij nodig hebben onttrekt zich vaak aan de klassieke modellen in cao’s. Ze moeten ruimte hebben om hun eigen invulling te geven aan werk.”

Dat lang niet iedereen daar op zit te wachten en veel mensen liever de veiligheid van een werkgever en een vast contract hebben, beaamt Rinnooy Kan. „Maar ik hoop wel dat op termijn ook groepen die dat nu niet aankunnen er naar toegroeien dat zij hun baan zelf invullen. Een deel is nog niet gewend aan de nieuwe arbeidsverhoudingen. We slagen er nog altijd slecht in om werknemers aan het einde van hun loopbaan een nieuwe, inhoudsvolle taak te geven. We moeten werk en scholing zo inrichten dat mensen door kunnen blijven groeien. Als er (bij)scholing wordt aangeboden, moeten mensen ook bereid zijn om in zichzelf te investeren.”

Hoe enthousiast Rinnooy Kan de toename van zelfstandigen ook duidt, hij geeft ook wel toe dat een deel van hen er zelf niet voor heeft gekozen. Er zijn genoeg mensen te vinden die zijn ontslagen en alleen als freelancer door mogen, of die maar voor zichzelf beginnen omdat ze geen werk in loondienst kunnen vinden. „Maar er is ook zeker een deel dat op deze manier heer en meester over zijn eigen tijd en inspanningen wordt. De relatie werkgever-werknemer wordt zo meer fluïde. Dat is een positieve ontwikkeling.”

Zelfstandigen hebben volgens hem „een eigen plek verdiend op de arbeidsmarkt”. Ze zorgen voor flexibiliteit. Dat de werkloosheidscijfers meevallen, komt onder meer doordat zelfstandigen die hun werk zien afnemen maar nog wel wat opdrachten binnenhalen, niet worden meegeteld.

Maar waar werknemers zijn verzekerd bij ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid, is dat bij zelfstandigen niet zo vanzelfsprekend. „Deze crisis is voor hen een harde leerschool”, ziet ook Rinnooy Kan. In de Tweede Kamer gaan zo af en toe stemmen op om zelfstandigen te verplichten deel te nemen aan collectieve verzekeringen en pensioenen zodat de grootste klappen worden opgevangen.

Rinnooy Kan heeft de afweging tussen eigen verantwoordelijkheid en sociale houdbaarheid nog niet gemaakt. De Ser is ingeschakeld om een advies te geven over een goed evenwicht tussen de vrijheid waar zelfstandigen aan kunnen hechten en de vraag waar de rekening terecht komt als zij het niet redden maar zich niet hebben ingedekt. Het overlegorgaan hoopt in het voorjaar met een advies te komen.

Het wordt een van de vele adviezen die voor Rinnooy Kan bewijzen dat de Ser van groot belang is. Elke keer dat de leden het niet met elkaar eens zijn, komt de vraag weer op of dat gepolder nog zin heeft.

Voor Rinnooy Kan leidt dat geen twijfel. „Negentig procent van de adviezen is unaniem, en gemiddeld wordt negentig procent daarvan overgenomen door kabinetten. Dat is geen slecht trackrecord. Zo’n advies is natuurlijk ook geen advies van 33 Ser-leden alleen, maar ook van hun complete achterbannen.”

Hij is er trots op dat er in het buitenland regelmatig naar het Nederlandse model wordt gekeken. „Wij hebben een flexibiliteit in de economie die er in Duitsland en Frankrijk niet is. Een aanpassingsvermogen dat er door het overleg kan zijn.”

Daarom is het volgens Rinnooy Kan juist in deze tijd van economische crisis zo belangrijk dat de Ser er is. „We zijn er nog lang niet en hebben nog veel aanpassingen voor de boeg. Nu het diepste punt van de crisis is gepasseerd, moeten we aan de slag met de volgende fase: zorgen dat we er iets goeds van maken.”

Daar treedt hij in de voetsporen van zijn voorganger, Herman Wijffels. „We moeten lessen trekken uit de enorme klap die de ecologie en de economie zijn toegebracht. Die klappen zijn hard aangekomen. Maar de crisis is een kans op herbezinning. Een kans om echt tot een kringloopeconomie te komen. Er zijn allerlei kansen op verbeteringen.”

Het verleden leert dat de Ser meermalen daartoe de aanzet heeft kunnen geven. „Maatschappelijk verantwoord ondernemen was eerder nog een hobby van een paar ondernemer. Nu is het een algemene manier van werken. We staan voor een heroïsche opgave. Maar dankzij onze traditie van de overlegeconomie, is er een plaats waar werkgevers en werknemers die ideeën verder kunnen ontwikkelen.”

Rinnooy Kan vindt het niet erg dat de Ser er soms niet uitkomt. „Liever zo nu en dan een verdeeld advies dan verwaterde compromissen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden