Nederlandse critici spelen te vaak op safe

Moet de krant vaker boeken bespreken die je puur voor je lol leest? Volgens de Amerikaanse biografe en recensente Julie Phillips zijn Nederlandse recensenten geobsedeerd door literaire kwaliteit, en dat maakt onze boekenbijlagen er niet spannender op.

Julie Phillips

Toen recentelijk sprake was van een crisis in de Amerikaanse literatuurkritiek kwam bij recensenten onder meer de vraag op of kranten niet vaker populaire boeken moeten bespreken. Zouden ze hun lezers niet een dienst kunnen bewijzen (en hun oplagecijfers verhogen) door ook over lowbrow boeken te schrijven, die immers veel gelezen worden en waarvan veel mensen genieten?

Het idee is interessant, maar stuit toch direct al op bezwaren. De meeste boekenbijlages, zowel in de VS als hier, hebben een thrillerrubriek. Maar geen rubriek voor romantische verhalen, voor lezers die op zoek zijn naar een emotioneel bevredigend plot en naar pakkende personages, en niet zozeer naar diepgang of originaliteit, kwaliteiten die door literaire bijlages hoger worden ingeschat, alleen al omdat ze meer stof geven tot nadenken.

De canon weerspiegelt de feiten: dat er een hiërarchie in fictie bestaat, met ’hoge’ literatuur bovenaan. En toch lijkt het onverstandig om alle ’lichte’ literatuur overboord te zetten. Niet voor niets drijft ’The American Book Center’, de onafhankelijke Engelstalige boekhandel met filialen in Amsterdam en Den Haag, op de constante stroom chicklit, new age, zelfhulp en tweederangs sciencefiction. De levendige, pretentieloze wereld van de populaire cultuur is vaak leuker en toegankelijker dan het literaire apartheidssysteem.

Over het algemeen lijken Nederlandse critici te ver doorgeschoten naar de serieuze kant. Ze zijn zo obsessief bezig met literaire kwaliteit dat de recensies zelf eronder lijden. Onlangs kreeg ik een lijst onder ogen met algemene aanbevelingen voor literatuurrecensies voor studenten Nederlands. Een ervan was dat de literatuurcriticus een duidelijk waardeoordeel moet geven, ’ondubbelzinnig onder woorden gebracht’.

Los van de vraag of je over een goed boek wel een eenduidige mening kúnt hebben, levert scherpslijperij vaak saaie recensies op. Het devies van de fictieschrijver ’Show, don’t tell’ lijkt mij ook toepasbaar op recensenten. De Nederlandse literatuurkritiek lijdt vaak onder de drang te willen oordelen in plaats van te beschouwen. De hoge drempel van de goede smaak maakt critici ook te voorzichtig: bij twijfel is het wel zo veilig om de duim naar beneden te richten.

Toen NRC Handelsblad zijn lezers onlangs vroeg om niet het béste buitenlandse boek aller tijden te kiezen – een canon dus – maar hun favoriete, was de uitkomst heel anders dan gebruikelijk. Tolstoj en Céline haalden weliswaar de top-10, maar Tolkien en Marianne Fredriksson óók, auteurs die erg geliefd zijn, maar niet om redenen die doorgaans als ’literair’ worden bestempeld.

Wat ook opviel aan de lijst, was dat er zo veel vrouwen in stonden. Nederlandse boekenbijlages lijken nog minder vrouwen te recenseren dan Amerikaanse. Wanneer openden boekenkaternen van kwaliteitskranten voor het laatst met een uitgave van een vrouw?

Omdat ze zo bezig zijn met literaire kwaliteit, spelen Nederlandse critici op safe. Met boeken van mannen zit je altijd goed; bij vrouwen slaat de twijfel toe: hun boeken worden al snel minder gewichtig gevonden. Ze komen gevaarlijk dicht in de buurt van lowbrow.

Misschien zijn het trouwens niet de boeken die minder pretenties moeten hebben maar de recensies. Pauline Kael was een Amerikaanse filmrecensente wier werk nog steeds veel gelezen wordt, ook door literatuurcritici. Ze was enorm invloedrijk, en enorm enthousiast. Ze prees films de hemel in die je links hoorde te laten liggen (de vroege Brian de Palma, ’Indiana Jones and the Temple of Doom’), en kraakte films die je geacht werd goed te vinden (Wim Wenders, Woody Allen). Of je het nu met haar eens was of niet, ze zorgde dat je naar de bioscoop ging. En belangrijker: ze gaf je het gevoel dat een film je leven kon veranderen. Je las haar niet om te weten te komen naar welke film je moest; je las haar om erachter te komen waarom je eigenlijk zo van films hield.

Ik mis dat enthousiasme in de Nederlandse literatuurkritiek. Ik mis het idee dat grote literatuur ook leuk kan zijn, dat ’Oorlog en vrede’ ook iemands favoriete boek kan zijn. Als recensenten een béétje minder zouden geven om goede smaak en een beetje meer om leesplezier, zullen ze de ontlezing waarschijnlijk nog niet kunnen keren. Maar ze kunnen ons er aan herinneren waarom we eigenlijk lezen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden