Nederlandse couture: glitter & glim

De afgelopen weken toonden de Nederlandse couturiers hun nieuwste wintercollecties. Wie op zoek is naar creatieve invallen of verrassende vondsten moet niet bij hen aankloppen. Op één uitzondering na.

Het kon niet op. De couturiers leken vooral hun best te hebben gedaan zoveel mogelijk luxe materialen te gebruiken. Glim, glans en glitter buitelden over elkaar heen. En het publiek klapte al uitbundig zodra een mannequin, gehuld in een dergelijke stof, nog maar nauwelijks het plankier had betreden. Kennelijk zaten de toeschouwers niet te wachten op nieuwe vormen of oplossingen. Ook de meeste couturiers hadden zich daar niet om bekommerd. Zij waren vooral bezig geweest met de vraag hoe en waarmee zij hun klanten het beste konden behagen.

Couture wordt in Nederland voornamelijk geassocieerd met luxe en exclusiviteit en daarom komen deze ontwerpers eensgezind uit bij dezelfde clichés. Het lijkt of zij gezamenlijk ongeschreven regels in het leven hebben geroepen van wat couture voor hen is: het gebruik maken van luxe stoffen of transparante materialen, het 'verplicht' toepassen van bijvoorbeeld een bontrandje langs kraag en polsen, een opstaande plooikraag met een lintje erom, een aandachtvragend halsaccent, of met het rijkelijk strooien van pompoentjes, rozetjes, kwikjes en strikjes. Door deze eensgezindheid ontstaat logischerwijze een herhaling van zetten en is het onderscheid tussen sommige ontwerpen van Frans Molenaar, Mart Visser, Sheila de Vries en Ronald Kolk regelmatig moeilijk te maken. Hoewel de inspiratiebronnen nogal uiteenlopen, van 'Azië' (Mart Visser), 'Egypte' (Sheila de Vries), 'Mode als passie' (Monique Collignon) tot 'Circus' (Ronald Kolk), verwijzen de collecties steevast naar deze zelfde basisideeën over wat kennelijk onder couture wordt verstaan. Zodoende valt er weinig nieuws te beleven. Want ook de vormgeving blijft traditioneel.

Een fout die beginnende ontwerpers vaak maken is dat zij te veel ideeën in één ontwerp willen stoppen. Daarvan hebben deze gevorderde couturiers weinig last, maar van echt nieuwe ontwerpen is helaas nauwelijks sprake. Zij borduren eindeloos voort op bestaande patronen en modellen en tonen voornamelijk variaties op een thema of op een enkel onderdeel. En dat is jammer, want van een ontwerper mag je toch verwachten dat hij of zij zich voortdurend inspant om zichzelf te overtreffen en te vernieuwen. Zijn deze ontwerpers niet in staat om iets nieuws te bedenken of willen ze het niet?

Een Franse top-couturier kan rustig 45.000 euro vragen voor een exclusief ontwerp. Een Nederlandse ontwerper zal daar in ons landje geen klant voor vinden en mag blij zijn als iemand een tiende van dat bedrag wil spenderen aan een kledingstuk.

Het ontwikkelen van een nieuw ontwerp en patroon kost veel tijd en dus veel geld. Behalve het bedenken en uitwerken van een nieuw patroon, moet dat vervolgens in verschillende proefstukken worden aangepast en bijgesteld. Zodra een ontwerper een aantal goede basispatronen heeft uitgewerkt, die ook door de clientèle wordt gewaardeerd, is zowel de uitdaging als de noodzaak weg om iets anders te bedenken. In de shows was goed te zien dat de meeste kledingstukken zijn gebaseerd op slechts een handjevol patronen. De verschillende materialen en kleuren moeten zorgen voor een gevoel van variatie.

De collectie van Frans Molenaar is niet overdreven uitbundig. Juist de ingetogen belijningen, die voortkomen uit geometrische grondvormen, zoals de cirkel en de rechthoek, de perfecte coupe en gevoel voor materiaalverwerking maken zijn kleding bijzonder. Bij deze 74ste presentatie grijpt hij ook terug naar succesnummers uit het verleden. Een verwarrend déjà-vu gevoel is het gevolg: is deze mantel écht een nieuw ontwerp uit 2002 of een oud stuk uit de collectie van pak-'m-beet 1985? Tijdloosheid overheerst.

De couture van Mart Visser heeft een standaard-chique uitstraling en is een mix van serene rust en ruisend geroezemoes. Dat kan spannend zijn, maar helaas niet zodanig dat je op het puntje van je stoel zit. Gelukkig weet hij goed maat te houden met zijn accenten en maakt zijn collectie een afgewogen en verzorgde indruk.

Sheila de Vries weet dat een vrouw met haar kleding niet te veel aandacht op de probleemgebieden wil vestigen. Haar ontwerpen zijn dan ook zeer vrouwvriendelijk wat betreft de accenten op heupen en taille en elk model lijkt geschikt voor uitvergroting naar meerdere maten. Zo'n veilig vormgegeven outfit, uitgevoerd in fraaie materialen, zal menige 'moeder van de bruid' goed bevallen. De zakelijk ingestelde de Vries heeft plannen om volgend jaar een boetiek-collectie te maken voor de wat grotere maten (t/m 44) die meteen uit het rek zullen worden verkocht.

Monique Collignon voert als enige de ondertitel 'haute' couture en dat is onterecht. Haar collectie laat op geen enkele manier iets hogers zien dan de oorspronkelijke vertaling van couture: kleermakerschap. En zelfs dat is nog de vraag. Hoewel zij al een flink aantal jaren meedraait en in haar kleding voortdurend refereert naar klasse en luxe, overheerst in deze onsamenhangende collectie vooral de klassieke beginnersfout: van alles te veel, en soms wordt het zelfs ordinair. Het publiek zit er echter niet mee en applaudisseert naar hartelust.

Ronald Kolk draagt zijn vijfde collectie op aan zijn overleden grootvader, die voor de Tweede Wereldoorlog in het circus optrad als muzikale clown. Dat biedt Kolk de gelegenheid om een breed scala aan kleuren en materialen in te zetten tot een bont geheel. Zijn oorspronkelijke achtergrond als coupeur is af te lezen aan de creaties. Goed gesneden jasjes en vloeiend vallende mantels verraden dat hij de kunst van het kleermaken beheerst. Het is daarom vreemd dat de valling en afwerking bij zomen en splitten nogal eens te wensen overlaat.

De collectie van de in Rotterdam gevestigde ontwerper Peter George d'Angelino Tap, al jarenlang werkend onder de merknaam PGxxx, wijkt in alle opzichten af van de overige couturiers. Zo toont hij zijn kleding niet op een gebruikelijke catwalk, maar in de Waalse Kerk tijdens het Amsterdamse Bachfestival. Terwijl de solisten hun liederen vertolken draaien zij langzaam om hun as zodat de kleding van alle kanten goed zichtbaar is. Ondertussen lopen enkele mannequins via strakke lijnen over het podium. Zijn ingenieuze patronen komen voort uit een fascinatie voor de onuitputtelijke mogelijkheden van niet-westerse patronen die hij vertaalt naar een westerse coupe. Ook in zijn materialen is hij voortdurend op zoek naar nieuwe mogelijkheden en veel van zijn stoffen ontwikkelt hij zelf. Zijn affiniteit met kunst, muziek en theater versmelt als het ware in zijn couturecollecties. Naast dameskleding toonde hij trouwens als enige ook outfits voor heren en opmerkelijke breisels. Na al het glitter- en glansgeweld en het voortborduren op bekende vormen van de andere couturiers zijn d'Angelino Taps ontwerpen een verademing.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden