Opinie

Nederlandse choreografen verkopen internationaal beter dan schrijvers

Bij Nederlandse kunstexport denkt men aan schilders, oude vooral, en in mindere mate aan schrijvers. Maar nadere beschouwing leert dat choreografen de toon aanvoeren. Hans van Manen, Jiri Kylian en Nils Christe zijn de vaandeldragers.

Toen Hillary en Bill Clinton ons land bezochten, was de hoofdstad in staat aan the First Lady de heren Mulisch en Van Manen te offreren, als haar galante gespreksgenoten tijdens een rondvaart van Rijksmuseum naar Achterhuis. Deze twee niet geboren maar wel getogen Amsterdammers zijn immers 'first and finest representatives of Dutch art with high export quality'. Omdat de tocht zo'n museaal karakter had waren ook Rudi Fuchs en Judith Belinfante (toen nog directrice van het Joods Historisch Museum) van de partij.

In auteursrechtelijk opzicht vervoerde de boot van firma Kooy voor deze vooraanstaande Amerikaanse juriste een interessant gezelschap. Fuchs en Belinfante konden haar natuurlijk informeren over het belang van de auteursrechten van Rembrandt, Van Gogh, Mondriaan en Anne Frank voor de Amsterdamse economie. Na Anne Frank en Annie M.G. Schmidt is Mulisch de best verkopende Nederlandstalige auteur, zowel in binnen- als buitenland. Als kandidaat voor de Nobelprijs kan hij er prat op gaan dat elf van al zijn titels in zeer veel talen te koop zijn. 'De aanslag' is zelfs in 26 talen te lezen, waaronder het Chinees. Maar ook Mulisch moet het in dit opzicht nog altijd afleggen tegen Anne en Annie. Van de Moeder des Vaderlands, die Nederland lekker stout leerde te zijn, werden vorig jaar alleen al in Nederland 250 000 exemplaren verkocht. De verfilming van haar 'Abeltje' moet nu de internationale filmmarkt veroveren, mede omdat Schmidt samen met Lindgren de internationale kinderboekenmarkt allang veroverd heeft.

Balletmaker Van Manen moet zich naast Mulisch op deze boot als Paddeltje naast schipper Bontekoe gevoeld hebben. Toch is dat diep in de balletwereld gewortelde minderwaardigheidscomplex onterecht. Het hangt samen met de zoveel lagere financiële waardering voor choreografische producten, al zijn die auteursrechtelijk beschermd.

Van Manen bereikt met zijn dansgeschriften (inmiddels meer dan 110 toneelballetten) internationaal gesproken een groter publiek dan zelfs Mulisch. Al de helft van zijn honderdtien dansgeschriften (geschreven op mensenhuid, herdrukt door meerdere generaties dansers en uitgegeven door inmiddels 45 uitgevers van dans in 18 landen) hebben meer (her)drukken en vertalingen beleefd dan het oeuvre van Mulisch. Ook oplage-technisch scoort Van Manens oeuvre hoger dan dat van Mulisch, hoewel dit niet exact te achterhalen is. Op een avond bereikt hij soms met meerdere balletten in twintig verschillende landen zo'n dertig duizendmensen. Vooral zijn 'Vijf tango's', 'Grosse Füge', 'Adagio Hammerklavier', 'Lieder ohne Worte', 'In & Out', 'Sarcasmen' en 'Twilight' hebben in de afgelopen kwart eeuw de meeste aftrek in de internationale balletindustrie gevonden.

En wat te denken van de video's en tv-registraties? Al in 1975 werd zijn 'Four Schumann pieces' met Anthony Dowell in de hoofdrol in Amerika van coast to coast uitgezonden.

Het lijdt geen twijfel: de Nederlands Dans Theater-choreografen Kylian en Van Manen zijn, samen met freelancer Nils Christe, de drie best-selling choreografen van Nederland; ze verslaan de Nederlandstalige auteurs op het punt van internationale distributie. Maar zij hebben het voordeel dat zij met hun geschriften ook analfabeten kunnen bereiken.

In het laatste NDT-magazine dat bij de NDT-premières van hun 'Short cut' en 'Half past' verscheen, spotten Van Manen en Kylian in een gesprek met Jessica Voeten over de verschillende marktwaardes van ballet en beeldende kunst. Zoals bekend kan een topschilder voor zijn doek of beeld tonnen vragen. Een choreografie levert de auteur tussen de 25 000 tot 30.000 gulden op, maar biedt daarentegen het voordeel dat het na aankoop vaak herdanst kan worden; daarvoor vangt de choreograaf zo'n 100 a 400 gulden royalty per avond.

Niet bekend

Wie van de twee, zakelijk leider Carel Birnie of Hans van Manen, was in 1988 het slimst toen zij contractueel overeenkwamen dat de choreograaf per nieuw ballet, ongeacht de lengte of het aantal daarmee gemoeide dansers, verzekerd was van een bedrag van 25 000. Van Manen levert het Nederlands Dans Theater minimaal twee 'eerste drukken' per jaar. Als werknemer die zich solidair met het reilen en zeilen van zijn vaste werkgever moet tonen, staat hij verder voor minder dan 2 500 per maand (bruto) op de NDT-loonlijst. Dat voorschot per ballet en maandtarief is natuurlijk een lachertje in vergelijking met de bedragen die in andere kunstsectoren omgaan. Want welk (belastbaar!) voorschot of vast maandtarief kan bijvoorbeeld Mulisch van De Bezige Bij in ruil voor twee nieuwe boeken per jaar verlangen? Birnie was er destijds van overtuigd dat Van Manen belastingtechnisch aan het langste eind trok. Van Manen gebruikte dat belachelijke maandtarief om ermee naar de buitenwereld te kunnen spotten.

Ook een choreografie valt onder het auteursrecht, maar die wetgeving verschilt per continent en per staat. In de EG hebben de lidstaten elkaar verplicht om auteurs eenzelfde bescherming te bieden. Choreografen zijn vrij in het bepalen van de verkoop en leverantievoorwaarden van hun werk en de meesten stemmen dit af op de draagkracht van de onderling zeer verschillende groepen op de internationale markt. De drie aanvoerders van het wereldklassement - alledrie woonachtig in ons land - variëren hun vraagprijzen van 10 000 tot 30 000 gulden, maar gaan daar als vriendendienst soms ook onder, of als het kan er wat boven. Het zijn volgens Christe - met inmiddels 55 balletten voor 41 companies, 5 conservatoria en 4 solistenparen in 20 landen - vooral de Amerikanen (Balanchine Foundation, Graham Trust, Twyla Tharpe, Jerome Robbins) die tonnen aan copyrights gingen vragen. Met als gevolg dat zij zichzelf steeds meer uit de markt hebben geprijst.

Van Manen kan over deze situatie spotten, omdat hij als 'auteur' van 110 balletten steeds beter in de internationale markt is komen te liggen. Al behoort hij tot de groep kunstenaars voor wie pas recentelijk de opbouw van pensioen-rechten is geregeld en ook het salaris is opgewaardeerd, hij had zonder angst voor een arme oude dag het choreograferen na het bereiken van zijn pensioengerechtigde leeftijd (in 1997) kunnen stoppen. Maar zoals Kylian hem dat bij zijn jubileum voorhield: “There is more time to dance.” Choreograferen met jonge mensen wordt door veel choreografen als een verjongingskuur ervaren, al komen zij na een repetitiedag geradbraakt thuis.

Al in 1992 publiceerde de Rotterdamse cultuursocioloog professor Bevers in het Dansjaarboek zijn bevindingen omtrent de internationale distributie van dans uit Nederland. Nils Christe's zo lucratief gebleken keuze voor freelancerschap loochenstraft zijn conclusie, dat de verspreiding van een choreografisch oeuvre afhankelijk is van vast dienstverband bij een groep. Al kan Van Manen terecht klagen over het feit dat het NDT meer Kylian- dan Van Manen-balletten over de landsgrenzen presenteert, toch neemt de verkoop van zijn choreografieën aan buitenlandse groepen nog steeds toe. Hij heeft allang opgegeven bij te houden welke van al die balletten waar ter wereld binnen dezelfde week gedanst worden.

Veel onaangenamer is het daadwerkelijk innen van royalties, want de meeste grote Europese balletgroepen zijn zo noodlijdend dat zij op dit punt zo lang mogelijk in gebreke lijken te blijven. Kleinere groepen in den verre vermelden vaak niet wat zij met de eenmaal bij hen ingestudeerde creaties uitspoken. En kom daar maar eens achter vanuit Nederland.

Ook Kylian - inmiddels goed voor meer dan vijfentwintig balletten bij 43 gezelschappen in 21 landen - behoort allang tot de top van de wereldranglijst der meest gevraagde choreografen. Ook hij heeft daar handen vol werk aan. Van Manen, Christe en hij hebben voor de instudering (vertaling) van hun werk bij andere dansuitgeverijen elk een eigen, vast team. Wat Roslyn Anderson is voor Kylian, is Mea Venema voor Van Manen, is Annegien Sneep voor Christe. Kortom, de heren verlaten zich voor het instuderen vooral op vrouwen. Alleen Van Manen laat zijn repetitor, designers en belichter met het gezelschap in kwestie hun eigen contracten afsluiten. Aangezien Keso Dekker vaste designer van zowel Van Manen als Christe is, kunnen zijn toneelbeelden en sterk op de grafiek van beweging gerichte kostuums bepalend genoemd worden voor het imago van eigentijds ballet.

Volgens velen heeft Van Manen te lang de verkoopwaarde van zijn balletten te laag ingeschat. Aan deze roulette-tafel was hij de man van de zuinige inzet en een voorbeeld van management op langere termijn. Vooral in Duitsland bleek dat een vruchtbare tactiek. Van Manen, die zich daarom ooit een Duitse uitvinding noemde, liet zich dus niet verleiden tot de verkooppolitiek van met name Amerikaanse collega's of hun erven; eenmaal in de ban van succes of uit noodlijdendheid joegen zij de prijzen van hun producten op. Met name grotere balletgezelschappen hebben daarvan in deze tijden van budgetbevriezing of besnoeiing last, zoals Het Nationale Ballet al vaak liet weten.

Voor gematigder prijsvragers als de drie danskruideniers in Holland bleek dat alleen maar gunstig uit te pakken. Van Manen is een van hen. Zolang de meester bij de beste dansers ter wereld zijn 'eerste drukken' kan uitgeven zit hij op rozen. De internationale pers komt al jaren naar Den Haag om over deze gebeurtenissen te rapporteren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden