Nederlandse biercultuur blijft maar goed gaan

In het Brouwhuis voegt de brouwmeester hop toe in de ketels. Trappistenbrouwerij van trappistenklooster Onze Lieve Vrouw van Koningshoeven. Binnen deze Abdij maakt de brouwerij het enige Nederlandse Trappistenbier, genaamd La Trappe. Beeld Maarten Hartman

Het gaat uitstekend met de Nederlandse biercultuur. Afgelopen jaar steeg het aantal bierbrouwers en brouwerijverhuurders voor het zoveelste jaar op rij. 

Momenteel zijn er in Nederland 488 bierbrouwers en brouwerijverhuurders actief, 66 meer dan vorig jaar. Dat blijkt uit gegevens van Stichting Erfgoed Nederlandse Biercultuur. Van de 488 actieve biermakers zijn pakweg de helft bedrijven met een eigen brouwerij. Dit zijn zowel de grote bekende pilsmakers als Heineken en Grolsch als speciaalbierbedrijven als Brouwerij ’t IJ en Jopen Bier.

De andere helft bestaat uit brouwerijhuurders. Dit zijn veelal kleine bedrijven zonder eigen brouwerij die in ketels elders hun gerstennat laten produceren. Tot slot telt Nederland nog een handjevol brouwerijverhuurders: bedrijven die zelf geen bier produceren, maar alleen hun brouwerij beschikbaar stellen voor derden.

Het aantal bierbrouwers in Nederland neemt al jaren toe, al vlakt de stijging wel wat af. Zo werden er in 2015 maar liefst 138 nieuwe bedrijven opgericht en startten er in 2016 negentig nieuwe bierbrouwers. Dit jaar staat de teller van nieuwe bierbrouwers tot nu toe op achttien.

Opkomst Nederlandse biercultuur 

Dat het goed gaat met de Nederlandse biercultuur is pas iets van de laatste jaren . Het dieptepunt op de Nederlandse biermarkt lag in de jaren tachtig, toen het verschraalde landschap slechts acht brouwerijen telde. Hun producten leken zo op elkaar dat zelfs connaisseurs ze bij een blinde test nauwelijks uit elkaar konden halen. Tot teleurstelling van echte bierliefhebbers, die ofwel genoegen moesten nemen met een doorsnee pilsje of Belgische speciaalbieren.

Dit schrale aanbod van bieren leidde tot onvrede bij bierliefhebbers. In Trouw vertelde de wetenschapper Michiel van Dijk vorig jaar dat deze onvrede zorgde voor een ommekeer in de Nederlandse biercultuur. "Tegelijkertijd kwamen er in de jaren zeventig vier speciaal-biercafés in Nederland die bieren uit België importeerden: De Beyerd in Breda, Jan Primus in Utrecht, Gollem in Amsterdam en 't Pumpke in Nijmegen."

Geïnspireerd door Amerikaanse en Britse bierclubs richtten Nederlandse enthousiastelingen in 1980 de bierclub Pint op. Pint werd een soort kennisorganisatie waar hobbybrouwers en nieuwe microbrouwerijen terecht konden voor informatie, contacten en een distributienetwerk.

Microbrouwerijen als 't IJ in Amsterdam, De Friese Bierbrouwerij in Bolsward en de Christoffel Brouwerij in Roermond gingen bieren maken naar traditioneel Belgisch recept, zoals witbier, dubbel of tripel. Ook contractbrouwen, waarbij een brouwer zelf geen brouwketels heeft maar gebruik maakt van de installatie van een ander, werd populairder, zegt Van Dijk.

Vanaf 2010 explodeerde het aantal microbrouwerijen. Ze bliezen oude lokale recepten nieuw leven in en brouwden Amerikaanse ales. Dat begon in grote (studenten)steden en later in dorpen.

Internet en vraag naar ambachtelijke producten

Dat lokale bieren de laatste tien jaar zo populair zijn, heeft onder meer te maken met de huidige communicatietechnologie zoals het internet, vertelde bedrijfskundige Jochem Kroeze van de Erasmus Universiteit Rotterdam vorig jaar in Trouw . In de jaren tachtig konden lokale enthousiastelingen niet online zoeken naar tweedehands brouwinstallaties en op fora kennis uitwisselen.

Ook profiteren bierbrouwers van de vraag naar ambachtelijke producten. De consument wil tegenwoordig wat anders dan een massaproduct: iets ambachtelijks en lokaals. 

Volgens Kroezen, is dat ambachtelijke meer dan alleen een marketingverhaal. "In de meeste kleine brouwerijen staan de brouwmeesters en hun product dicht bij elkaar. Zo werken veel brouwers nog met de hand. Zij gooien zelf de ingrediënten in de bak."

Maar ook het verhaal rond een lokaal bier is belangrijk. 'Jopen' uit Haarlem heeft dat goed begrepen. Het biermerk verbindt het rijke Haarlemse bierverleden met de huidige flesjes witbier, extra stout en tripel.

Pilsplas

Dat doet Jopen zo goed, dat Haarlemmers in de lokale Albert Heijn-filialen niet meer om hun eigen biermerk heen kunnen. "Dat Jopen bij Albert Heijn in de schappen staat, is een doorbraak", zegt Kroezen. "Grote supermarktketens waren altijd het domein van de grote concerns."

Volgens Kroezen hoeven de grote bierbrouwers als Heineken, Grolsch en Bavaria niet direct bang te zijn dat lokale eenpitters hen verdringen. "De grote pilsplas blijft sterk dominant. Toch spelen lokale brouwers een grote rol bij de vernieuwing van de biermarkt. In 1980 was 99,9 procent van al het bier pils. Nu bestaat de markt voor ongeveer tien procent uit speciaalbier. Deels komen de speciaalbieren van grote brouwerijen die een kleine brouwer hebben gekocht. Maar die interesse is wel aangewakkerd door de kleine brouwerijen. De beweging komt van onderaf."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden