Nederlandse bedrijven innoveren zich noodgedwongen een weg uit de crisis

Vooral export-ondernemingen vinden nieuwe inkomsten, maar investeringen dalen wel

JAN KLEINNIJENHUIS

Het gaat goed met het innovatieve vermogen van Nederlandse bedrijven, zo stelt de Erasmus Universiteit Rotterdam. Het aantal innovaties dat bedrijven doorvoeren is, sinds in 2006 begonnen werd met meten, nog nooit zo hoog geweest. Dat blijkt uit de zogeheten Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor, die jaarlijks door de universiteit wordt samengesteld. Vandaag worden de resultaten bekend gemaakt.

Ten opzichte van 2010, toen het aantal innovaties in Nederlandse bedrijven tot een dieptepunt gedaald was, is dit jaar sprake van een toename van 8 procent, zo stellen de onderzoekers onder leiding van professor Henk Volberda. Volgens Volberda zorgen de aanhoudend moeilijke economische omstandigheden voor extra druk op ondernemingen om te innoveren. "Bedrijven worden gedwongen kritisch naar de kosten te kijken, maar ook op zoek te gaan naar nieuwe inkomstenbronnen." Vooral in de export lukt dat goed, zo zien de onderzoekers. De uitvoer naar andere landen is één van de weinige goed draaiende sectoren in de Nederlandse economie. De cijfers worden tegelijkertijd beïnvloed door het verdwijnen van bedrijven die zich niet aanpassen aan de nieuwe omstandigheden, signaleert Volberda. "Denk hierbij aan bedrijven in de bouw of de logistiek. Door het failliet gaan van niet-innovatieve bedrijven stijgt de gemiddelde innovatiegraad van de overige Nederlandse bedrijven."

Ondanks de goede cijfers van dit jaar ziet Volberda op langere termijn risico's voor de innovatie in Nederlandse bedrijven. De investeringen die ondernemingen doen in onderzoek en ontwikkeling van nieuwe producten is lager dan ooit. Hetzelfde geldt voor uitgaven aan investeringen in ICT - een graadmeter voor toekomstige innovaties. Al sinds 2009 beknibbelen bedrijven op die budgetten. De huidige lage uitgaven kunnen op termijn een probleem creëren voor het concurrentievermogen van de Nederlandse economie, waarschuwt Volberda.

Belangrijkste oorzaak voor het achterblijven van de investeringen ziet Volberda in het gebrek aan financiering die bedrijven zien. Banken lenen moeilijk geld uit, laat staan voor zaken waarvan de opbrengst onzeker is. Maar ook bedrijven vinden het lastig in te schatten hoe rendabel investeringen in deze tijden zijn. "Het onzekere ondernemingsklimaat draagt bij aan minder investeringen in technologische innovatie", aldus Volberda. Een oplossing daarvoor zou zijn dat bedrijven meer gaan samenwerken als het gaat om innovatie-investeringen. Dat gebeurt enigszins, maar het beperkt zich tot zogenoemde 'sociale' innovaties - nieuwe manieren van managen, organiseren en werken. "Bedrijven werken echter maar weinig samen om fundamenteel nieuwe kennis te ontwikkelen."

Naast samenwerking met andere bedrijven kan meer gekeken worden naar onderzoeksinstituten, om nieuwe kennis te ontwikkelen. Dat gebeurt nog veel te weinig, stellen de onderzoekers. Bedrijven richten zich op hun klanten en leveranciers als zij naar vernieuwing zoeken, maar deze partijen dragen volgens Volberda weinig bij aan innovaties.

Uit het onderzoek blijkt verder dat de regio's Twente en de Achterhoek koplopers zijn in innovatie. Volgens Volberda is daar sprake van een hoge mate van ondernemerschap, waardoor er snel op veranderingen wordt ingespeeld. De hoogste uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling vinden plaats in Oost-Brabant en Noord-Limburg, terwijl in Noord-Holland veel wordt ingezet op ICT.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden