Nederlandse acts verwarren New Yorkers

Nederlandse theatermakers proberen de sfeer van Oerol en De Parade te herscheppen op een verlaten eiland in de haven van New York.

Frank Kools

De torenspits van de St-Ceciliakerk staat weer bovengronds. Net als het beeld van directeur Decaluwé, dat op de fabriek voor snow globes (de decoratieve sneeuwschudbollen) stond, en een benzinestation met jukebox.

Die restanten zijn zogenaamd gevonden bij een archeologische opgraving van Goverthing, een verdwenen dorpje op Governorseiland, een bestaande verlaten marinebasis in de haven van New York. De opgraving en de bijbehorende historische expositie zijn een locatieproject van de Antwerpse theatergroep KAiET.

De groep groef eerder een dorp op in Oerol, het zomerfestival op Terschelling. Nu maakt zij deel uit van het Nieuw-Eilandfestival. Daarin verplaatst Nederland in het kader van de Hudson-herdenking tien dagen lang het Oerol-festival en het Parade-zomerfestival naar New York.

„Het is grotendeels hetzelfde project als op Oerol. We hebben alleen het verhaal van het ontstaan van New York erdoorheen geweven”, vertelt ’archeoloog’ Stefan Gevaerts. Het dorpje heet nu in de zeventiende eeuw door katholieke Vlaamse immigranten te zijn gesticht onder de rook van het protestantse Nieuw-Amsterdam.

Gevaerts denkt dat de opgraving in New York aan zal slaan. „Amerikanen hebben een ander gevoel voor geschiedenis. Vierhonderd jaar is voor hen heel oud. Het is in deze stad, waar aan de lopende band dingen worden afgebroken, heel geloofwaardig dat een dorp onder de grond is verdwenen.”

Dat blijkt meteen na de opening eergisteren. „Ik drong pas na een hele tijd tot me door dat de opgraving verzonnen was”, lacht pedagoge Judith Horowitz. „Ik vond het toch wat vreemd dat op zo’n eilandje een fabriek voor sneeuwbollen stond.”. Ook metgezel Fae Robin tuinde erin: „Het is slim gedaan.”

Verspreid over het eiland zijn andere projecten te zien. Actrice Halina Reijn van Toneelgroep Amsterdam speelt in een militair pakhuis een monoloog. De provincie Friesland en de Vlaamse gemeenschap hebben kunstprojecten in huis aan de Kolonelsrij, een straat met vroegere officierswoningen.

Op het grasveld voor die huizen is het Parade-festivaldorp opgebouwd. Koks rijden met een kruiwagen vol ketels over de 120 meter lange tafel, die door het hele dorp loopt, en serveren klapstuk. Artiesten gebruiken die tafel voor korte acts.

Broadway-producent David Binder, die het festival in New York hielp opzetten, waarschuwt in The New York Times dat de Nederlanders een ’horde moeten overwinnen’. Amerikanen associëren Nederland niet met experimenteel theater.

Linda Chapman, die voor het New York Theater werkt, was bij de opening eergisteravond niet bezorgd over de reactie in de stad. „Die gemeenschapstafel, de gastvrije sfeer is voor mij zo Europees. Dat doet het goed in New York, want wij houden van alles wat Europees is.”

Maar als enkele acteurs op de tafel een Kniertje-act in Nederengels doen, kijken twee Amerikaanse gasten in opperste verwarring toe. „Ik snap er niets van”, verzucht één van hen. Astronoom Marcel Agueros vindt het hele festivalgebeuren ’niet te verwerken’. „Ik sta op een verlaten eiland naar erg vreemde acts te kijken, in het kader van een herdenking waar de doorsnee New Yorker niets van weet.”

„Het theater doet vermoeden dat Nederlanders vriendelijke, gekke mensen zijn, maar ik heb geen idee hoe ik die acts moet plaatsen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden