Nederlands tennisteam worstelt zich naar finale

Van onze sportredactie AMSTERDAM, PRAAG - In toernooien als de Federation Cup en Davis gebeuren de gekste dingen. Lijnrechters weten het verschil niet meer tussen in en uit, toeschouwers denken dat ze recht van spreken hebben, tennissters van wie nog nooit iemand heeft gehoord winnen moeiteloos van ervaren routiniers.

Laten we dit soort gekkigheid dus maar aanvoeren als excuus voor de wanvertoning, die twee Nederlandse tennissters de wereld de afgelopen twee dagen hebben voorgeschoteld. Het schouwtoneel was Praag, de tennissters waren Brenda Schultz-McCarthy en Miriam Oremans en alle toeschouwers hadden na afloop last van kromme tenen. Want op een trage gravelbaan, aangelegd op een eilandje in de rivier de Moldau, zagen ze het meest beroerde tennis dat ze in lange tijd hadden gezien.

De ellende begon al met Schultz-McCarthy, die om volstrekt onduidelijke redenen nog steeds fungeert als kopvrouw van de ploeg. Zelfs tegen de onervaren Sandra Kleinova wist Schultz er nog een wisselvallige partij van te maken, met elf dubbele fouten. Maar goed, ze won (6-1 7-6) en daar gaat het tenslotte om.

De tweede wedstrijd ging tussen Miriam Oremans en Jana Novotna. Na de verloren Wimbledon-finale zou Novotna lichamelijk en wellicht ook geestelijk behoorlijk geblesseerd zijn teruggekeerd. Haar arts had haar geadviseerd drie weken rust te nemen, maar daar wilde de nummer één van Tsjechië niets van weten. Ze kwam zowel in het enkel- als in het dubbelspel uit en spaarde zichzelf alleen door op halve kracht te serveren. Dat beviel Oremans wel: na vier games stond de Brabantse met 3-1 voor. En schrok daar blijkbaar zo van, dat ze de rest van de partij geen game meer maakte en na een uur de baan kon verlaten met een negatief saldo van 3-6 0-6.

Een dag later won Novotna met 7-6 (7-3) 6-3 van Schultz, die deze keer dertien dubbele fouten sloeg en er ook in andere opzichten nauwelijks aan te pas kwam. Schultz, van wie beweerd wordt dat zij met haar snoeiharde service de beste tennisster van de wereld zou kunnen zijn, was allang blij dat ze af en toe een bal terugsloeg. Als die bal dan ook nog binnen de lijnen terechtkwam, kon ze haar geluk helemaal niet meer op.

Door de zege van Novotna werd het 2-1 voor thuisland Tsjechië en zat er voor de Nederlandse speelsters niets anders op dan de twee resterende partijen te winnen. Op papier leek dat overigens geen al te moeilijke klus. De onbekende Kleinova had zich ziek afgemeld en werd vervangen door de nog onbekendere Adriana Gersi. Na de eerste slagenwisselingen was al duidelijk hoe de krachtsverhoudingen lagen: afgezien van een goede backhand bleek Gersi over geen enkel wapen te beschikken. Haar service was niet meer dan een boogballetje, dat tergend langzaam over het net zweefde. Zo langzaam, dat je telkens dacht dat het een herhaling in slow motion was.

Een makkie dus voor Oremans. Die inderdaad won, maar vraag niet hoe! Van een op het oog simpele klus wist ze een vertoning te maken, die thrillerachtige vormen aannam. De spanning bouwde ze heel geraffineerd op door praktisch iedere bal buiten de lijnen of in het net te slaan. En door op 5-4 in de derde set drie matchpoints te laten schieten. Dat deed Gersi trouwens ook, op 7-6, en in haar geval waren het er vier. Maar dat kwam omdat ze in die fase niet meer kon lopen van de kramp.

Het leek afgelopen met Oremans, die alles wat ze fout kon doen fout deed. Pas toen Gersi van de kramp niet meer wist waar ze het zoeken moest, kregen de Nederlandse toeschouwers weer hoop. Vooral toen de Tsjechische middenin een game met een van pijn vertrokken gezicht de bank opzocht en om een blessurebehandeling vroeg. Na een behandeling met ijs ging Gersi half huilend de baan weer op. En Oremans? Ieder ander zou het strompelende hoopje ellende aan de andere kant van het net in twee rake klappen uit haar lijden hebben verlost. Zo niet Oremans. Die hield de spanning er nog even in door makkelijke balletjes door het midden te slaan, zodat Gersi geen stap hoefde te verzetten en alleen haar racket maar hoefde uit te steken om ze terug te slaan.

Het was om dol van te worden. Wat, zo vroeg je je als toeschouwer af, heeft die Oremans nodig om deze partij winnend af te kunnen sluiten? Pas toen Gersi helemaal geen stap meer verzette, kwam er een eind aan (1-6 6-2 9-7). Na een korte pauze keerde Oremans terug op de baan. Aan de zijde van de ervaren dubbelspecialiste Bollegraf sleepte ze het beslissende punt uit het vuur: 6-4 7-6.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden