Nederlands pianoconcert herleeft Ivo Janssen houdt briljant pleidooi voor werk van Leo Smit Vredenburg doorbreekt taboe op chauvinisme

UTRECHT - “De Hollander heeft zijn wijn, zijn graan, zijn tabak en zijn muziek altijd behoorlijk geïmporteerd en hij weet niet beter of het hoort zo. Hij is geenszins onwillig om tot het inzicht te worden gebracht dat een Nederlandse muziek precies even 'goed' kan zijn als een Franse of een Oostenrijkse, maar hij wil dat wel eens horen.”

CHRISTO LELIE

Sinds de componist Willem Pijper deze woorden in 1927 schreef, is er weinig veranderd: de Nederlandse musici en orkesten besteden nog steeds weinig aandacht aan het repertoire dat op eigen bodem ontstond. Muzikaal chauvinisme lijkt in ons land nog steeds suspect.

Met de serie 'Het Nederlandse Pianoconcert' dit seizoen in Muziekcentrum Vredenburg, wordt eindelijk op een constructieve manier Pijpers klacht beantwoord. Dank zij een samenwerking tussen de NOS-radio, het Centrum voor Nederlandse Muziek en de Wereldomproep, is het mogelijk geworden om in een zestal thematische concerten liefst acht pianoconcerten van Nederlandse componisten uit deze eeuw tot klinken te brengen. Dat gebeurt in samenhangende programma's van eigentijdse Nederlandse en buitenlandse orkestwerken .

Zondag begon deze serie met een concert door het Radio Symfonie Orkest o.l.v. Ed Spanjaard. De pianisten Ellen Corver en Ivo Janssen brachten respectievelijk het Concertino van Henriëtte Bosmans (1895-1952) en het Concerto voor piano en harmonieorkest van Leo Smit (1900-1943) ten gehore. Deze werken werden omlijst door 'Le tombeau de Couperin' van Maurice Ravel en het 'Concerto pour sept instruments à vent, timbales, batteries et orchestre à cordes' van Frank Martin.

Leo Smit is tegenwoordig een vrijwel vergeten componist. Des te interessanter was de kennismaking met zijn pianoconcert, dat tot nu toe zelden werd gespeeld. Smit heeft zelf de première ervan nooit mogen beleven. Na zijn studie bij Bernard Zweers en Sem Dresden en een langdurig verblijf in Parijs, schreef hij dit werk in 1937 direct na zijn terugkeer naar Amsterdam. In 1943 werd hij door de Duitsers naar Auschwitz gedeporteerd; hij kwam nimmer terug. Pas in 1987 werd zijn concert voor het eerst gespeeld.

In de briljante uitvoering door Ivo Janssen was goed hoorbaar dat Smit dezelfde heldere klank en muzikale taal voor ogen stond als zijn tijdgenoot Stravinsky. Het stuk opent met vrolijke, Zuidamerikaanse ritmes, die ook aan Milhaud en Poulenc doen denken. Indrukwekkend is het sobere koraal, dat polytonaal geharmoniseerd de kern van het tweede deel en de finale vormt.

Ten opzichte van Smit is de naam van Henriëtte Bosmans momenteel minder vergeten. Het feit dat zij één van de weinige vrouwelijke componisten was, in combinatie met het opkomende feminisme, maakte dat sinds enkele jaren relatief veel aandacht naar deze musicienne uitging.

Het Concertino voor piano en orkest, dat zij in 1928 voor Pierre Monteux schreef, geldt als haar meest succesvolle werk. In de poëtische uitvoering door Ellen Corver bleek het inderdaad om een aantrekkelijk stuk muziek te gaan, dat zoals zoveel van de twintigste-eeuwse Nederlandse muziek nogal Frans georiënteerd is. Opvallend is de Oosterse sfeer met pentatonische melodieën.

Bosmans had het vak geleerd bij Willem Pijper, die zich eveneens hoofdzakelijk op de muziek van zijn Franse tijdgenoten oriënteerde. Afgaande op haar concertino was Bosmans echter veel minder een studeerkamercomponist: zij integreerde de nieuwe muzikale taal in een concertanter, voor groot publiek toegankelijker idioom dan Pijper. Niet voor niets riep Pijper vooral bij latere generaties musici de nodige weerstand op: Reinbert de Leeuw bijvoorbeeld noemde hem ooit 'een pedante schoolmeester'.

In het jaar van zijn eeuwfeest dat wordt gevierd in de twee steden waarin hij het grootste deel van zijn leven werkzaam was, Rotterdam en Utrecht, is men zijn betekenis weer gaan inzien. Vooral zijn zogenaamde 'kiemcel-techniek', waarmee hij op basis van een enkel, klein motief een hele compositie ontwikkelde, heeft navolging gevonden bij veel van zijn leerlingen.

Dat viel echter niet te constateren toen zaterdagavond min of meer toevallig los van de serie Nederlandse pianoconcerten eveneens in Vredenburg een pianoconcert van Pijper klonk tijdens een concert, georganiseerd door TROS Klassiek. Dit was namelijk niet zijn bekende pianoconcert uit 1927, zoals was aangekondigd, maar het 'Orkeststuk met piano', een nogal onbeduidend jeugdwerk waarin van de kiemcel-techniek nog geen sprake is. De behandeling van de piano is weinig geraffineerd, de thematiek bombastisch en de klankwereld is niet Frans, maar direct ontleend aan Mahler.

Het werk werd trefzeker uitgevoerd door Sepp Grotenhuis en het Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Jean Fournet. Samen met Debussy's 'Prélude a l'apres-midi d'un Faune' en de Ouverture 'Phèdre' van Jules Massenet vormde dit curiosum een van de voorgerechten voor de monumentale uitvoering van de 'Evocation's, opus 15' van Albert Roussel voor groot orkest, koor en solisten.

Dat Pijpers onbekende orkeststuk en niet zijn pianoconcert werd uitgevoerd, was een verrassing. Gevraagd naar de reden van de programmawijziging zei pianist Sepp Grotenhuis dat er nooit sprake van was geweest dat het pianoconcert uit 1927 zou gaan. Inderdaad speelt Ronald Brautigam op 2 december met het Radio Symfonie Orkest dit werk in de serie Nederlandse pianoconcerten. Overigens wijst de programmawijziging erop dat er met de interne communicatie bij TROS Klassiek iets goed mis moet zijn. Zelfs in het programmaboekje was namelijk een uitvoerige toelichting opgenomen over het pianoconcert!

Meer dan dit werk van Pijper, waren de concerten van Bosmans en Smit representatief voor het genre van het Nederlandse pianoconcert. Geen van beide werken heeft het niveau of de pretentie van de buitenlandse pianoconcerten die inmiddels tot het ijzeren repertoire behoren, zoals het derde pianoconcert van Prokofiev, de beide concerten van Ravel of de concerten van Rachmaninov.

Desalniettemin zijn het composities die gehoord mogen worden, liefst vaker dan in zo'n thematische serie. Dat is stellig ook van toepassing op de andere werken voor piano en orkest die in de volgende vijf concerten zullen klinken van Kees van Baaren (29 oktober), Carl Smulders (23 maart), Willem Pijper (2 december), Jan van Vlijmen en Tristan Keuris (27 januari) en Ton de Leeuw (24 april).

Veel Nederlandse componisten waren zelf tevens uitvoerend en talrijke Nederlandse pianisten componeerden werken voor piano en orkest. Vandaar dat met de acht pianoconcerten dit seizoen het panorama allerminst compleet is. Met de concerten van bijv. Willem Andriessen, Gerard Hengeveld, Peter Schat, Alexander Voormolen, Frank Martin, Jan Koetsier, Henk Badings, Hans Henkemans, Hans Osieck of Léon Orthel, zou nog gemakkelijk een nieuwe serie te vullen zijn.

Gezien de matige opkomst bij het openingsconcert, is het helaas de vraag of daar in de toekomst sprake van zal zijn. Henriëtte Bosmans schreef in 1932: “Wat ik wensch is dat het Nederlandsche publiek zijn goede eigenschappen - intuïtie, cultuur, trouw - in de eerste plaats in dienst stelt voor hen, die alles Nederland gezocht en alles aan Nederland te danken hebben, in dienst van de landgenoten.” Wat dat betreft heeft de componiste reden om postuum teleurgesteld te zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden