Nederlands nog niet op Spaanse kaart

BARCELONA - Eén zwaluw maakt nog geen zomer, zegt een typisch Nederlands - want de kat uit de boom kijkend - spreekwoord. Een cliché dat meestal waar blijkt maar soms uitzonderingen kent. De vraag of één gezamenlijke presentatie van Nederlandstalige schrijvers tijdens Liber '95, de jaarlijkse internationale boekenbeurs voor het Spaanse taalgebied, een garantie voor toekomstig succes inhoudt, kan evenzeer ontkennend beantwoord worden. Het Nederlandse taalgebied staat nog lang niet op de Spaanse kaart.

Toegegeven, de eerste reacties in de Spaanse pers waren bemoedigend. El Pais wijdde op de pagina 'Cataluna' een hoofdzakelijk beschrijvend artikel aan de presentatie, voorzien van een positieve ondertoon. Auteur Xavier Moret vond een dergelijke voorstelling van literatoren, zeker in zo'n grote zaal (1600 plaatsen) als die van het Palau de la Musica Catalana, een gewaagde maar zeker geslaagde onderneming. Hij noemde de mengeling aan stijlen in de hedendaagse Nederlandstalige literatuur en prees de bijzondere muzikaliteit van de Friese dichter Tjêbbe Hettinga.

De reactie in de belangrijke Catalaanse krant La Vanguardia bracht overeenkomstige geluiden voort. Ook hier waardering voor Hettinga, en een gedicht van Jules Deelder - maar niet zijn 'Kutgedicht', dat is te lang - werd afgedrukt. Net als in El Pais vergezelde een foto van Tom Lanoye het stuk.

Goed, die buit is binnen. Intussen heeft Hella Haasse aan El Pais een interview gegeven, en in haar rustige voetsporen treden meer van de aanwezige schrijvers. Maar een andere Nederlandse zegswijze meent dat het eerste gewin kattegespin is. Wie de harde feiten en cijfers erbij neemt, zou wel eens geneigd kunnen zijn deze uitdrukking te onderschrijven.

In de officiële papieren van Liber '95 is hardnekkig sprake van 'Vlaamse' literatuur. Ook in het op de beurs gepresenteerde jaarlijkse rapport van de uitgeverssector in Spanje gaat het over de Vlaamse taal, die kennelijk in Nederland gesproken wordt. In dit rapport bestaat België weer niet. Deze constatering veroorzaakte bij vertegenwoordigers van de organiserende Nederlands-Vlaamse stichting lakonieke reacties als 'gun ze die lol', totdat voorzitter Arie Pais de gewraakte tekstpassages onder ogen kreeg. “Het is dan misschien niet belangrijk, maar toch draagt het bij aan de beeldvorming, dus probeer er maar iets aan te veranderen”, luidde zijn opdracht. Een dag later, op woensdagavond, vermeldde de presentator van de redelijk en grotendeels door Nederlands sprekenden bezochte dichterspresentatie 'De dichter is een koe' (met dank aan Gerrit Achterberg) omstandig de verschillen en overeenkomsten tussen Nederland en Vlaanderen.

Kaart

Staan we eigenlijk wel op de Spaanse kaart, en hoe dan? In 1994 zijn - alweer volgens het uitgeversrapport - vijf 'Vlaamse' literaire titels in het Spaans vertaald, dat is 0,54 procent van het totaal. Niet veel voor een taal die de vijfde in Europa is en plaats 35 op de wereldranglijst inneemt. Het rapport over 1995 zal een spectaculaire stijging te zien geven; tenminste achttien nieuw vertaalde titels. Daarmee scoren we ongeveer twee procent en komen dan op gelijke hoogte met Japan, het land waar Hugo Claus vorig jaar om deze tijd heen reisde om de spanningen rond de bekendmaking van de Nobelprijs voor de literatuur te ontlopen. Ironisch genoeg zal dat percentage snel verder stijgen, omdat de produktie van literaire titels in Spanje sterk terugloopt. In de afgelopen twee jaar was dat ruim twintig procent, met als bekende reden het te grote financiële risico voor uitgevers omdat de boeken te lang op de schappen blijven liggen.

Wellicht is deze sombere teneur niet helemaal terecht. Tijdens een discussiebijeenkomst, woensdagmiddag, over 'schrijven in een kleine taal' meende voorzitter Bernardo Atxaga - zelf een Bask van wie werk in het Nederlands vertaald is - dat een groot paard niet per se beter rijdt. Hij zei dit tegen het einde van de goed bezochte ontmoeting, waarin de deelnemende Nederlandse en Vlaamse schrijvers het gelukkig totaal niet met elkaar eens waren. Harry Mulish toonde zich pessimistisch over de toekomst van het Nederlands. “We mogen blij zijn”, sprak hij, “als over 75 jaar in immigratieland Nederland het Nederlands nog de tweede taal is, na het Engels. Als ik in mijn vinger snijd roept mijn ene dochter 'shit', terwijl de ander zegt 'relax'. Na een felle reactie van Monika van Paemel voegde de uit Oostenrijks-Hongaarse ouders stammende Mulisch er vergoelijkend aan toe dat ook voor hem het Nederlands eigenlijk een tweede taal was. Wat Bolkestein hiervan zou vinden, nee, dat kwam niet ter sprake.

Schrijven in een taalgebied van beperkte omvang, dat was de strekking van Atxaga's opmerking, is eigenlijk geen thema. Of zou dat niet moeten zijn. De schrijver schrijft en woont in zijn of haar verhalen. Als die verhalen in een andere taal willen aanslaan, gaat het niet in eerste instantie om de macht van het getal. “Van belang zijn allereerst individuele internationale contacten die de schrijvers zelf onderhouden”, meent Cees Nooteboom, die uit eigen succesvolle ervaring kan spreken. En verder uiteraard de beschikbaarheid van voldoende vertalers, beter nog, voldoende goede vertalers. Aan deze voorwaarde kan lang niet altijd voldaan worden, er zijn er te weinig. Niet voor niets legde de Vlaamse cultuurminister Luc Martens tijdens de officiële opening van Liber '95 eerder deze week, een zwaar accent op de gezamenlijk te bedrijven Nederlands-Vlaamse vertaalpolitiek.

Zijn Nederlandse collega Nuis onderschrijft dit streven. Hij hecht groot belang aan de opleiding van vertalers en is, zo vertelde hij, van plan daaraan in het komende Kunstenplan aparte aandacht te besteden: “Investeren in vertalers is de best denkbare investering.” 'Dat de ministeries dan ook eens met wezenlijke financiële bijdragen voor de promotie van literatuur in het buitenland over de brug mogen komen', zo viel nadien uit verschillende monden van de Nederlands-Vlaamse organisatie te vernemen. Er zijn immers voorzichtige plannen om over twee jaar het Scandinavische taalgebied aan te vallen, tijdens de boekenbeurs van Göteborg. Want een groot paard mag dan misschien niet beter rijden, zonder paard kom je nergens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden