Opinie

Nederlands Dans Theater maakt verwachtingen in Zweden meer dan waar.

Zijn reputatie is het Nederlands Dans Theater I (NDT I) vooruitgesneld. Vijf maanden geleden begon de run op kaartjes, de drie voorstellingen op het danspodium Dansens Hus in Stockholm zijn uitverkocht.

Op de premièreavond staat een indrukwekkende hoeveelheid mensen op de wachtlijst voor het theater te blauwbekken. Even leeft de hoop dat er een aantal gereserveerde kaarten niet zal worden opgehaald. Maar nee, daar arriveert nog een bus met premièregangers. Dames met stola’s, de heren strak in pak. Eenmaal in de zaal barst bij het doven van de lichten een verwachtingsvol applaus los. Er is nog geen stap of pas gezet.

Eerder die dag, de dagelijkse les van het gezelschap. In de studio in de catacomben van het Dansens Hus gaat artistiek directeur Anders Hellström de groep voor in de training van klassieke danscombinaties; ook bij een hedendaags dansgezelschap als NDT de absolute basis voor het uitoefenen van het metier. Waar bij normale stervelingen de eerste kop koffie wonderen doet, is het bij de danser de ’class’ die hem of haar de dag in trekt.

Nancy Euverink, gezichtsbepalende danseres van het gezelschap, bloeit op bij de academische passenreeksen die Hellstöm als een ware ’danseur noble’ voorschrijft. Bij elke plié of élevé gaan Euverinks ogen krachtiger stralen, wordt haar charisma nog stralender: dansen doé je niet, dansen bén je.

Het Nederlands Dans Theater is een van Nederlands meest succesvolle culturele exportproducten. Naast de honderd voorstellingen in eigen land toert het dansgezelschap jaarlijks met zo’n zeventig voorstellingen door Europa, Azië en Latijns-Amerika.

Gesubsidieerd door het Rijk en gemeente Den Haag moet het gezelschap daarnaast een kwart van zijn budget aan eigen inkomsten genereren. Daarvan wordt de helft gevormd door de opbrengsten uit internationale optredens. „Maar in de eerste plaats is het natuurlijk prachtig dat we een visitekaartje zijn voor Nederland”, zegt zakelijk directeur Jet de Ranitz. „We behoren internationaal tot de top en daarmee treden we graag naar buiten.”

Het kleinere podium van Dansens Hus dwingt tot aanpassing van de te presenteren choregrafieën van de NDT-huischoreografen Jirí Kylián en Lightfoot/León die in residentie Lucent Danstheater comfortabel alle ruimte hadden. Bij een technische doorloop voorafgaand aan de première wordt gepast en gemeten, elke beweging van de dansers moet in een kleiner jasje worden gestoken. Danseres Nancy Euverink blijft bij elke onderbreking van Anders Hellström in opperste concentratie, ook bij de zoveelste aanwijzing valt zij niet uit haar rol.

Ondertussen hebben de inspeciënten een ingenieuze oplossing bedacht voor het decor van Lightfoot/Leóns ’Signing Off’. De technische staf is uren bezig geweest alles tot op de centimeter te laten passen. Ondanks de veel minder geoutilleerde trekkenwand van Dansens Hus, worden de schermen die in het ballet een cruciale rol spelen, nu feilloos in werking gezet. „Het zou anders toch onze eer te na zijn geweest...”, reageren de technici later trots.

„Ons ’menselijk kapitaal’ bepaalt ons succes”, zegt Jet de Ranitz. „Uitzonderlijke goede dansers, buitengewone choreografen en mensen ’achter de schermen’ die minstens zo gedreven zijn als de mensen op het toneel.” Dat verklaart De Ranitz door de ’rebelse’ mentaliteit die nog steeds de sfeer in het gezelschap bepaalt. In 1959 ontstond het gezelschap door ’dissidente’ dansers vanuit het toenmalige Nederlands Ballet van Sonia Gaskell, tegenwoordig Het Nationale Ballet.

De Ranitz: „Het eerste dat werd afgeschaft was de stringente ballethiërarchie van solisten en corps de ballet. En nog steeds is bij ons iedereen gelijk. We gaan er met zijn allen voor.” Van 1961 tot 1970 zwaaide Hans van Manen de scepter bij NDT, maar zijn vertrek luidde in de jaren zeventig een artistieke impasse in. Jirí Kylián gaf als huischoreograaf en vanaf 1976 als artistiek directeur, het gezelschap een nieuw elan wat zou leiden tot wat door velen wordt beschouwd als ’een van de beste dansgezelschappen ter wereld’.

Het ’menselijk kapitaal’ waar De Ranitz het over heeft, bestaat uit het beste dat de wereld van de dans te bieden heeft. Van heinde en verre melden talentvolle jonge dansers zich aan om auditie bij de jongerendivisie NDT II te doen. Van de 250 auditanten worden er hooguit twee aangenomen, binnen NDT II opgeleid en vertrouwd gemaakt met het repertoire van het gezelschap. Na een aantal jaren stromen ze al dan niet door naar NDT I, het ’volwassen’ gezelschap, aangevuld met uitzonderlijke danstalenten die de huidige artistiek directeur Hellström – in 2003 volgde hij Kyliáns opvolger Marian Sarstüdt op – buiten NDT II engageert.

Als ’hoeder’ van dat al dat voortreffelijke menselijk kapitaal is Hellstöm aanwezig bij elke repetitie in het Dansens Hus. Tussendoor rept hij zich van afspraak naar afspraak: van een ontmoeting met de Nederlandse ambassadeur die zich hard heeft gemaakt voor de financiering van deze tournee, tot een bespreking met de sponsor in verband met een ontvangst van relaties na afloop van de première. Niemand kan zich aan de indruk onttrekken dat Hellström meer gespannen is dan bij andere internationale tournees. Terwijl je toch zou denken dat het voor de geboren Zweed een ’thuiswedstrijd’ is.

Hellström: „De laatste keer dat NDT I hier optrad, is meer dan twintig jaar geleden. Het Zweedse publiek heeft enorm naar onze komst uitgekeken. Het is toch spannend om alle verwachtingen waar te maken.”

De dansrelatie Nederland-Zweden gaat terug tot het begin van de jaren tachtig. Toen presenteerde het Koninklijk Zweeds Ballet als eerste gezelschap buiten NDT een avondvullend programma met Kylián-balletten. Hellström: „Dat heeft een enorme indruk gemaakt en sindsdien wordt het NDT door jonge Zweedse dansers beschouwd als ’place to be’. Zo kwam er een levendige Zweeds-Nederlandse uitwisseling op gang.”

Zoals Hellström als artistiek directeur de overstap maakte van het Göteborg Ballet naar NDT, danste bijvoorbeeld de Zweed Johan Inger binnen de NDT-gelederen om in 2003 als artistiek leider van het Zweedse Cullberg Ballet aan te treden.

Hellström: „Op ons repertoire staan balletten van de Zweden Mats Ek en Alexander Ekman, maar ook van de internationaal toonaangevende choreografen Ohad Naharin en de zeer succesvolle Nacho Duato die bij NDT zijn carrière is begonnen.

Naharin leidt nu het ook in Zweden razend populaire Batsheva Dance Company en Duato het vermaarde Spaanse Compañía Nacional de Danza. Zo kun je zeggen dat NDT veel invloed heeft gehad op de ontwikkeling van de internationale danskunst en dat de Zweeds-Nederlandse connectie daarin van groot belang is geweest.”

Afgaande op het enthousiast gejoel dat na Lightfoot/Leóns ballet ’Signing Off’ in Dansens Hus losbarst, heeft NDT alle Zweedse verwachtingen meer dan waargemaakt. Twee oudere dames houden hun handen voor hun oren om zich te wapenen tegen het lawaai van bijna achthonderd toeschouwers die de zaal afbreken. Ze laten danseres Nancy Euverink en haar collega-dansers niet gaan; ze fluiten en klappen om meer.

Samen met een opgeluchte Anders Hellström mengt zakelijk directeur Jet de Ranitz zich na afloop ontroerd onder de bezoekers van de sponsorontvangst. „Wat ben ik trots op het gezelschap!” De genodigde dames hebben hun stola’s afgelegd, de heren de dassen wat losser in de knoop. Het kost wat moeite om Nancy Euverink te ontwaren. Onopvallend prikt ze van een bordje premièrehapjes; stralen doet ze wel op het toneel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden