Nederlands blauw

Nederland is een echt jeansland. Nergens zie je zoveel spijkerblauw op straat. Nederlandse jeansmerken horen tot de hipste ter wereld. Drie liefhebbers uit de wereld van mode en design leggen uit waarom denim nooit verveelt.

M'n oude middelbare schoolfoto van halverwege de jaren zeventig is één grote blauwe zee van spijkerstof. Het lijkt of we allemaal een uniform dragen terwijl ik zeker weet dat iedereen zich heel exclusief voelde in de toen best dure Levi's, Lee, Lois of Wrangler. Meer smaken hadden we nog niet. De achterzak van mijn jeans had ik zorgvuldig geborduurd met kleurige bloemen en in combinatie met mijn spijkerblouse (mét herensluiting, er waren nog geen damesmodellen) voelde ik me super modern. Inmiddels draag ik al jaren geen spijkerbroeken meer. Ik heb er niks op tegen, maar kan gewoon geen geschikt exemplaar vinden voor mijn lijf met rondingen. Ze geven niet mee, prikken in mijn buik en de heupexemplaren zijn ongenadig voor de overhellende vetkwabjes. Trouwens in de winter vond ik zo'n broek altijd steenkoud en in de zomer bloedheet.

Toch telt Nederland al decennia lang ontelbaar veel jeansliefhebbers. Wanneer zijn wij eigenlijk een spijkergoedland geworden?

In de jaren vijftig kwam het fenomeen uit Amerika, maar de enorme populariteit is hier pas in de jaren zestig echt goed op gang gekomen. Oude onderzoekscijfers leren dat begin jaren zeventig 38 procent, zowel mannen als vrouwen, zich vrijwel dagelijks in een spijkerbroek hees. Dit percentage is flink toegenomen en marketingbureau Ruigrok Netpanel becijferde in 2008 dat maar liefst 95 procent van de Nederlandse bevolking wel eens een spijkerbroek draagt. Voorzichtige onderzoekers menen dat we gemiddeld 1,8 spijkerbroeken in de kast hebben. Anderen denken dat het er wel 5,4 zijn.

De Britse modepolitie-dames Trinny en Susannah vinden dat maar niks. Regelmatig rukken ze bij hun televisiemetamorfoses op RTL4 de argeloze Nederlandse kandidaten het spijkergoed van het lijf, om het te vervangen door andere materialen. Misschien is het vechten tegen de bierkaai, want ondertussen profileert Nederland zich als 'denimland nr. 1', met Amsterdam als 'jeans capital'. Onlangs opende er zelfs een heuse Jeanschool, die gespecialiseerde vakkrachten gaat opleiden op mbo-niveau. Insiders zien Amsterdam als een creatief broeinest voor denim. Nederlandse ontwerpers staan bekend om het bedenken van variaties op archetypes, én om hun innovatieve en duurzame ontwerpmentaliteit.

Op de expositie 'Blue Jeans', momenteel te zien in Utrecht, zijn fraaie staaltjes van duurzaamheid en innovatie te zien. Van vervezelde oude spijkerbroeken worden truien en sjaals gemaakt. Voor het vervaardigen van een spijkerbroek is wel 7000 liter water nodig. Dat kan sterk verminderd worden door vernieuwende laser- en ozontechnieken toe te passen. En naaien hoeft ook niet meer: naden kunnen tegenwoordig worden gelijmd.

Maaike Feitsma, die wetenschappelijk onderzoek doet naar de Nederlandse mode-identiteit, beaamt dat er in Nederland grote stappen worden gezet op jeansgebied. Maar ze is verder voorzichtig. "Er zitten inderdaad veel denimmerken en veel expertise in Amsterdam." Maar er wordt wel heel hard geroepen dat hier iets heel bijzonders gebeurt. "Of we de geboorte van een modemythe meemaken, is een beetje de vraag."

Feitsma legt momenteel de laatste hand aan haar promotieonderzoek waarin ze betoogt dat denimkleding heel goed past bij onze informele kleedcultuur en het 'Nederlandse karakter'. Ten eerste is denim functioneel: comfortabel, sterk, relatief goedkoop, makkelijk te wassen. En de uitstraling is sober, egalitair en anti-autoritair. Zo kunnen we, jong en oud, er altijd en overal mee voor de dag komen.

Nou ja, overal: we zijn het er ook redelijk over eens dat er gelegenheden zijn waar je iets anders moet aantrekken: uit onderzoek blijkt dat 72 procent van de Nederlanders jeans als not done beschouwt tijdens speciale gelegenheden als bruiloften, begrafenissen en jubilea.

Maar verder hoeft er geen belemmering te zijn om jeans te dragen. Op de expositie in Utrecht zijn fraaie stukken te zien van Lanvin, Vivienne Westwood, Jean Paul Gaultier en Jan Taminiau, die tonen dat een jeans ook couturetrekken kan hebben.

Misschien moet ik toch maar weer eens wat serieuzer op zoek naar geschikte jeans?

Mariette Hoitink (48)
Directeur HTNK Fashion recruitment & consultancy en voorzitter van House of Denim

Wat heb ik met spijkergoed? Alles! Ik werk voor allerlei denimlabels - G-Star en Scotch & Soda - en help hen om de juiste designers en developers te vinden. Maar denim is ook mijn persoonlijke passie. Er is geen duurzamer materiaal te bedenken dat ook nog eens oneindige innovatie mogelijk maakt. En het fijne is dat iedereen een eigen stijl kan hebben. Ik heb ontelbaar veel stukken in de kast en die worden in de loop van de tijd steeds mooier. Mijn coolste jasje is een Diesel uit de jaren tachtig, ontworpen door een vroegere klasgenote, Marly Nijssen. Die draagt mijn twaalfjarige dochter nu met veel plezier.

Nederland is echt een denimland en met de netwerkorganisatie House of Denim willen we de unieke Nederlandse kennis bundelen en internationale verbanden aangaan. De Jeansschool is er nu en we zijn bezig met het ontwikkelen van een lab en een archief.

Ik ben dol op allerlei merken en ontwerpers en draag hier een black jeans van Avelon, van de Nederlandse ontwerper Erik Frenken. Gecombineerd met een jasje van Amerikaan Rick Owens, een sjaal van DIED,

ook Nederlandse ontwerpers, en

schoenen van het Italiaanse

CoSTUME NATIONAl.

Ton Hoogerwerf (56)

Beeldend kunstenaar en docent Design-Esthetiek, Industrial Design, TU Delft

Vanuit mijn beroep kan ik me qua kleding veel permitteren. Studenten vallen stil als ze me voor het eerst zien in zo'n set, want het roept veel verbazing op. Als ik dan zeg dat ik 's ochtends eerst het toilet grondig heb schoongemaakt met chloor is het ijs snel gebroken. Ik koop kleding bewust óf in het hoge óf in het lage segment zoals bij de kringloop. Ik vermijd het middensegment. Kringloopwinkels hebben soms interessante, kwalitatief goede stukken uit voorbije perioden. Die items combineer ik graag met die van vooruitstrevende ontwerpers.

Tijdens het maken van mijn kunstwerken draag ik ook graag spijkergoed, vooral omdat het praktisch is. Het zit lekker en het geeft niet als er wat verfspatten of vlekken op komen. Ik heb ongeveer dertig jeans en dan nog de nodige spijkerjasjes en -overhemden in de kast. De oudste is zeker al dertig jaar.

Dit jack en de 501 zijn van de kringloop en kostten maar een paar euro. De fles bleek was ook maar 69 cent. Het shirt van Vivienne Westwood was 225 euro en de stropdas van Claude Montana 115 euro. De schoenen van Andrew Mackenzie kostten 345 euro - in de opruiming.

Gerrit Jan Vos (50)
Afdelingshoofd mode aan de Willem de Kooning Academie, Rotterdam Sinds mijn vroege jeugd, vanaf mijn zevende of zoiets, draag ik spijkergoed. Mijn eerste liefde was een Levi's. Dit jasje is ook van dat merk. Het is op dit moment mijn lievelingsjasje, hier gecombineerd met een Denham jeans. Dat is momenteel een van mijn favoriete merken. Ze hebben mooie modellen en ze zijn van goede kwaliteit. Ik heb een stuk of vijftien tot twintig jeans. Ze gaan lang mee en hoe vaker je ze draagt hoe prettiger ze zitten, én ze worden mooier. Het draagcomfort van jeans vind ik heel belangrijk. Ik ben voor mijn werk veel onderweg en draag ze het hele jaar door. Alleen bij echte fashion-events draag ik ze niet. Ik zou dat wel willen, maar ik heb voor mijn lengte helaas nog geen goed denimpak kunnen vinden. Ik combineer veel, bijvoorbeeld een denimjasje met een colbert zodat ik er toch steeds een beetje anders uit zie. Dat er in Nederland zoveel jeans worden gedragen heeft waarschijnlijk iets te maken met ons calvinisme. En misschien ook wel met ons klimaat. In het voorjaar en herfst is denim toch net iets warmer dan een dunne katoen.

Jeans

Eerst was het de naam van een stofsoort: geweven katoen in keperbinding. Voor- en achterkant hebben dezelfde kleur. De naam is waarschijnlijk ontstaan vanuit Franse spelling van Genua: 'Jannes de Gênes'. Vanaf de jaren vijftig is het de Engelse naam voor een spijkerbroek.

Denim

Stevige katoenen stof waarvan de voorkant gekleurd is en de achterkant wit/ecru. Dat het woord een verbastering is van 'serge de Nîmes' is omstreden.

Spijkerstof

Pas in 1984 opgenomen in Van Dale als een stevige katoenen stof voor werk- en vrijetijdskleding. Ruim een decennium eerder werd het in de spreek- en schrijftaal al gebruikt.

Enkele feiten

Jaarlijks worden er wereldwijd vijf miljard jeans gemaakt.

Een spijkerbroek gaat gemiddeld drie jaar mee in de garderobe van een Nederlander.

De prijzen voor jeans lopen nogal uiteen. Volgens onderzoek vinden we tussen de 30 en 100 euro redelijk.

Op veilingen worden topprijzen betaald voor oude spijkerbroeken. In 2001 werd een Levi's uit 1880 voor 36.500 euro verkocht. Een exemplaar uit een verlaten zilvermijn in Californië deed in 2005 47.000 euro.

Expositie 'Blue Jeans, 350 jaar' in Centraal Museum Utrecht, t/m 10 maart.

Tijdens de expositie kan je zelf aan de slag in het jeansatelier om je eigen ontwerp te maken, je oude spullen een oppepper te geven of te experimenteren met duurzame verftechnieken. Ook een spijkerbroek op maat laten maken kan: Koen Tossijn is daarin gespecialiseerd en verplaatste zijn atelier tijdelijk naar het museum.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden