Nederlanders kunnen wél sprinten

In 2002 werd Gerard van Velde in Salt Lake City verrassend Nederlands eerste olympisch kampioen op een sprintafstand. Dit weekeinde ziet hij als trainer bij de WK sprint op hetzelfde snelle ijs drie pupillen meestrijden om de podiumplaatsen. 'We zijn een sprintland geworden.'

Om training op zijn manier te geven, moet Gerard van Velde (42) zelf flink aan de bak. Waar zijn collega's met hun stopwatch langs de baan staan, rijdt Van Velde 70 procent van de rondjes mee. Pas als het treintje rijders in rondjes van 24 seconden duikt, moet hij passen.

"Ik ben de enige die zo training geeft. Ik moet daar fit voor blijven, er iets extra's voor doen anders kom ik niet mee." Zelfs voor de oud- wereldrecordhouder en olympisch kampioen op de 1000 meter slijt de snelheid. "Ik doe dit nog tot en met de Winterspelen van volgend jaar, daarna kijk ik wel verder."

"Het voordeel van deze trainingswijze is dat ik zelf meedoe met het opbouwen van de snelheid en die daardoor beter kan bewaken. Dat is van de kant lastig. Ik ziet achter de rijders bepaalde bewegingpatronen waarop ik meteen kan ingrijpen."

In 2008 sloot Van Velde zijn actieve carrière af met het idee een of twee jaar afstand te nemen van schaatsen. Al snel kwam bij de eenling de behoefte om zijn kennis te delen. Streekgenoten als Freddy Wennemars en de tweeling Ronald en Michel Mulder reden in Heerenveen zonder trainer rond. "Dan red je het dus nooit. Ik wilde wat goeds doen voor die jongens. Ronald en Michel hadden een beetje een Canadese stijl van bochten rijden. Ze skeelerden altijd al, ik zag grote talenten in ze. Het verbaasde me dat niemand anders daar wat in zag. Er moest iets met ze worden gedaan.

"Tijdens mijn actieve carrière heb ik nooit gedacht dat ik trainer zou worden. Ik was altijd lekker bezig met mezelf. Dit is totaal anders, maar wel heel leuk. Het is gaaf om je kennis door te geven en te zien dat anderen er wat aan hebben. Eigenlijk is het leuker nog dan zelf schaatsen. Nu zit je ook wel in spanning, maar lang niet zo erg.

"Het is goed om oud-topsporters er snel bij te betrekken, zij hebben de meest recente praktijkervaring. Als je net hebt geschaatst, is het makkelijk om te visualiseren en dingen over te brengen. Alles in mijn hoofd was vers. Daarom kom ik bijna nooit voor problemen te staan, ik heb alles zelf meegemaakt.

"Ik ga niet van mezelf zeggen dat ik goed ben. Maar het heeft wel bepaalde redenen dat ik de afgelopen vijf jaar, vanaf het begin tot nu, altijd jongens heb gehad die hard reden. Dat komt niet uit het niets. Ik ben een beginnend coach, en voor een beginnend coach gaat het hartstikke goed."

Van Velde bewees vorig jaar bij het armlastige APPM dat hij met beperkte middelen kan werken. Nu hij met sponsor Beslist.nl meer armslag heeft, blijft hij sober. "Ik heb laten zien dat je niet veel geld hoeft te hebben voor trainingskampen. Als je kan improviseren en je hebt mensen die echt willen, dan is er veel mogelijk. Maar ben je eenmaal veel luxe gewend, dan is het lastig om weer bij jezelf te komen en opnieuw te beginnen.

"Het is nu makkelijker geworden. Maar ik houd de boel op de handrem, ik wil een geleidelijke overgang. We hebben nu mooie auto's, er is voor jongens al veel veranderd. Ik was daar vroeger als rijder niet zo bewust mee bezig. Natuurlijk, als jonge vent wil je het liefst steeds meer, meer, meer. Maar ik zeg altijd: er zijn heel veel mensen in dat 'meer' verzopen. Het is mijn kracht om bij mezelf te blijven."

Toen Van Velde aan het begin van zijn carrière stond, was sprinten in Nederland een ondergeschoven kindje. Pas sinds op zijn voorspraak in 1996 de Amerikaan Peter Mueller als bondscoach werd aangesteld, werd een ontwikkeling in gang gezet die tot het huidige brede en hoge niveau heeft geleid.

"Peter Mueller heeft op zijn eigen manier sprinten op de kaart gezet. Het was een beetje een gekke Amerikaan, een echte coach die mensen psychologisch ergens kon brengen. Het klikte wel tussen ons, maar mij kreeg hij niet aan de praat. Hij liet ons te zwaar trainen. Dat werkte wel voor bepaalde mensen en voor een bepaalde tijd. Maar er zat een groot risico in. Toch was hij de wake-up call."

Dat Mueller op voorspraak van de jonge Van Velde kwam, was tekenend voor de tijdgeest. "Door de beschermde kernploeg was er geen concurrentiestrijd en de gewesten hadden geen faciliteiten om talent te ontwikkelen. Er werd verkeerd getraind, daar ben ik de afgelopen tien jaar wel achtergekomen. Ze wisten gewoon niet waarmee ze bezig waren. Ik was een eenling, als sprinter met allrounders om me heen.

"Toen ik als zeventien-, achttienjarig jochie snel progressie maakte, was Arie Loef de enige troef. Loef ging nog wel eens een avondje uit, dat viel bij de KNSB niet goed en hij werd uit de ploeg gezet. Ze dachten: Gerard rijdt nu goed, die maken we kopman. Zonde, jonge rijders moeten zo veel mogelijk worden gevoerd, en dat gebeurt niet meer als je kopman bent. Er werd gewoon niet over nagedacht dat samen trainen met een ervaren rijder als Loef ons beiden sterker had gemaakt."

Hoe groot is de verandering. "Het is onzin om te denken dat Nederlanders niet kunnen sprinten, zoals nog niet zo lang geleden werd gedacht. Je kunt van de KNSB zeggen wat je wilt, we doen het nu met zijn allen gewoon goed. Vroeger moest je naar het buitenland voor een goede wedstrijd, nu is er in eigen land een sterke competitie. En talenten uit de gewesten worden beloond met opengevallen plaatsen voor de wereldbeker, dat is een geweldige stimulans en ervaring."

Het begin van de ontwikkeling in de juiste richting ligt volgens Van Velde bij de eerste professionele schaatsploeg, Sanex, gevormd rond Rintje Ritsma. Van Velde was gestopt omdat hij niet overweg kon met de klapschaats; Ritsma haalde hem terug. "Ik draaide twee jaar een goed programma en werd olympisch kampioen.

"Wat we nu doen, is daaruit voortgekomen. Ik liep 10.8 op de 100 meter. Daar werd onderkend dat je dan snelle vezels hebt. We gingen op 100 meters trainen, de programma's werden individueel afgestemd. Er zaten allemaal mensen die er verstand van hadden: Geert Kuiper, Jac Orie, fysiotherapeut Jillert Anema en krachttrainer Ton Leenders. Het gros van de mensen loopt nog steeds in het schaatsen rond.

"Er werd ingezien: hé dat werkt. Kuiper en Orie gingen elk naar hun eigen ploeg en het is alleen maar blijven werken. Die aanpak bij Sanex is belangrijk voor mij. En de rest, van de twaalf jaar daarvoor, daar heb ik het meeste aan. Van de fouten die ik heb gemaakt, en dat zijn er veel geweest."

Trainer Gerard van Velde: We hebben jarenlang verkeerd getraind

Carrière Gerard van Velde
Gerard van Velde (30 november 1971, Wapenveld) schaatste, met een korte onderbreking, van 1990 tot en met 2008. In die tijd werd hij zes keer Nederlands sprintkampioen, vier keer tweede en een keer derde. Op de NK afstanden won hij twaalf titels op de 500 (8) en 1000 meter (4). Tijdens de Olympische Spelen van 1992 werd hij vierde op de 500 meter en vijfde op de 1000. Tien jaar later liet hij in Salt Lake City op een vierde plaats op de 500 zijn olympische titel op de 1000 volgen. Hij deed dat in een wereldrecordtijd van 1.07,18, nog altijd de tiende tijd ooit. In 2003 werd Van Velde tweede op de WK sprint en op de 500 meter bij de WK afstanden. Tijdens de WK sprint behoort zijn de debuterende pupil Michel Mulder dit weekeinde tot de favorieten voor een podiumplaats. Zijn andere troeven zijn Hein Otterspeer en Mark Tuitert. De kansen voor titelverdediger Stefan Groothuis, rijder bij Jac Orie, zijn door een vormcrisis onzeker.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden