Nederlanders geven niet om status

Fumiko Miyake: ‘Dat gevoel dat je zelf bepaalt hoe je leeft, dat zit bij Nederlanders denk ik wel heel diep’. Beeld Lars van den Brink

Nederland moet Nederland blijven, zei premier Rutte. Maar hoe ziet dat Nederland eruit? In deze serie stelt Trouw die vraag aan nieuwe Nederlanders. Filosoof Pieter Pekelharing reageert.

Je zou het een vluchtverhaal kunnen noemen. Toen Fumiko Miyake 26 was, kwam ze in haar eentje naar Nederland, op de vlucht voor de huwelijkstradities in haar geboorteland. “Die stijve Japanse moraal: daar pas ik niet in.” Als Japanse vrouwen niet op tijd trouwen, vertelt ze, “minstens voor hun dertigste”, krijgen ze van tantes of zelfs buurvrouwen foto’s van huwelijkskandidaten in handen gedrukt. “Het enige dat telde, was zijn carrière. Welke school heeft hij afgemaakt? Welk diploma? Welk inkomen? Vréselijk!” Hier in Nederland mág je trouwen, maar het hoeft niet, ontdekte ze: je kunt hier ook samenwonen. “Dat vind ik heel bijzonder.”

Uiteindelijk trouwde Fumiko tóch, met een Nederlandse man, en ze kreeg een dochter. Op het schoolplein van een Amsterdamse montessorischool wachtte haar alsnog een cultuurschok. “Ik dacht: wat zijn dit voor mensen? Zijn ze allemaal hippies? Ik zag een moeder met een lange, theaterachtige rok. Een ander droeg gewoon een T-shirtje met jeans. In Japan is dat ondenkbaar. Zelfs als je je kind naar school brengt, moet je er mooi en netjes uitzien. Je moet laten zien dat je man een goede baan heeft.”

Die vrouwen op het schoolplein bleken best aardig. “Heel normaal.” En interessant, omdat ze vaak werkten. “In Japan zorgen mannen voor het inkomen, vrouwen voor het kind, het huis, de mannen, de dieren. Dat is wel aan het veranderen: sommige vrouwen werken. Maar de Japanse maatschappij wordt ook harder. Dus moeten de mannen nóg harder werken en moet hun vrouw nóg harder laten zien dat ze geld heeft.”

Op het Nederlandse schoolplein gaat het er relaxter aan toe. Je kunt zijn wie je wilt. “Dat gevoel dat je zelf bepaalt hoe je leeft, dat zit bij Nederlanders denk ik wel heel diep”, peinst Fumiko. “Inmiddels begrijp ik wel hoe dat komt: door jullie geschiedenis. Jullie hebben altijd gevochten voor je vrijheid, tegen de Spanjaarden bijvoorbeeld. En jullie voeren met boten overal naartoe. Jullie vinden niks raar. Daarom ben ik nog altijd blij dat ik hierheen gekomen ben, om die vrijheid.”

Fumiko Miyake
Leeftijd: 58 jaar
Geboren in Japan
Woont in Amsterdam sinds 1986
Beroep: verkoopster in Koreaans-Japanse winkel

Reactie Pieter Pekelharing

Het informele is de norm. Niemand mag zich beter voelen omdat hij veel geld heeft.

Pieter Pekelharing Beeld Pieter Pekelharing

Inderdaad lijkt het vaak alsof Nederlanders weinig geven om kledingcodes, denkt Pieter Pekelharing. Maar schijn bedriegt. In werkelijkheid laten Nederlanders ook heel duidelijk zien bij welke groepen ze willen horen en vooral bij welke niet. En dat laten ze zien via hun kleding. Het lijkt alleen niet zo, omdat ze zich vaak nogal informeel kleden.

“Die nonchalante stijl adopteerden Nederlanders eigenlijk pas in de jaren zestig, met de cultuur van vrijheid blijheid. De levensstijl en kledingcode van de hippie, met hun slordige kleren en ‘theaterachtige rokken’, was in het begin vooral gericht tegen de consumptiecultuur. Pronken met dure kleding was not done. Dat was conservatief en materialistisch.

“Het interessante is dat die kritiek voor een deel door de consumptiecultuur is overgenomen. Nonchalante kleding werd zelf big business, want niets verkoopt in de consumptiecultuur zo goed als kritiek op de consumptiecultuur. Je ziet dat de informele dresscode verhuist naar het domein waar ze oorspronkelijk tegen gericht was: naar de wereld van de grote ondernemers. Kijk maar eens naar Facebook-baas Mark Zuckerman of naar de stijl van de grote man achter Apple, Steve Jobs: allemaal mensen die zich heel informeel voordoen. Ze dragen nooit pakken, nooit dassen, alleen maar een informeel T-shirt of een trui. Ze willen uitstralen dat hun wereld er een is van informeel contact, dat ze allemaal met hetzelfde bezig zijn, dat er bijna geen verschil is tussen de baas en de werknemer. De omgangsvormen zijn direct, de lijntjes kort. Google bijvoorbeeld, is een gigantisch machtig bedrijf, maar werkt tegelijk enorm informeel.

“Die betekenis van de informele stijl zie je ook bij Nederlanders. We hebben een ideaal van gelijkheid en we vinden allemaal dat de omgangsvormen van die gelijkheid moeten getuigen. Het informele is de norm. Niemand mag zich beter voelen omdat hij veel geld heeft, dus laat je dat liever niet zien of in elk geval niet al te opzichtig.

“Opvallend is wel dat hetzelfde ideaal van ‘doe maar gewoon’ toch veel diversiteit toelaat. Je kunt naar de opera in een mooi pak, maar ook in je spijkerbroek - dat is een bewijs van onze gelijkheid. Dat kunnen wij, dat tolereren wij, daar zijn we trots op.

“Nederland kent dus wel kledingcodes, maar die zijn heel subtiel. Dat maakt het lastig om ze te herkennen. Maar je moet ze wel kennen als je hier met succes door het leven wilt laveren. Wat doe je bijvoorbeeld aan bij een sollicitatie? Om dat te weten moet je op de hoogte zijn van de kledingstijl in het bedrijf waar je die baan wilt vinden. En zodra je die baan hebt, conformeer je je aan de kledingstijl van je collega’s. Op scholen geldt dat nog veel sterker. Als je de verkeerde kleren aan hebt, kun je meteen omlaag gezet worden, of gepest. Vandaar dat kinderen in veel landen, zowel in Engeland als in Japan, een schooluniform dragen. In Nederland vinden we dat een ontoelaatbare inbreuk op onze vrijheid van expressie. Misschien komt dat wel omdat we denken dat ongelijkheid bij ons geen rol speelt.

“Vergeet niet dat je je ook bewust nonchalant en informeel kunt kleden. Als je hier een T-shirt en een spijkerbroek draagt, betekent dat meestal dat je progressief denkt en dat je directe omgangsvormen op prijs stelt. Het is ook een manier om te laten zien dat je bij een bepaalde groep Nederlanders hoort.

“Misschien zou je het zo moeten samenvatten: we zijn heel gevoelig voor statusverschillen, maar de norm is dat ze niet mogen bestaan.”

pieter pekelharing Leeftijd 68 jaar Geboren in Nederland Woont in Amsterdam Werkte als docent politieke filosofie aan de UvA, gepensioneerd

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden