' Nederlanders denken dat alles hun fout is'

''Niets in de Nederlandse geschiedenis heeft het land voorbereid op het vraagstuk hoe bijna een miljoen moslims in de cultuur te integreren.” De Britse historicus Simon Schama vergelijkt het moderne onbehagen met dat van de zeventiende eeuw: ”We zijn echt een nieuw tijdperk binnengetreden.”

Simon Schama is een drukbezet man. Hij schrijft vuistdikke historische werken over landschappen en kunstwerken, maakt televisieseries over de Britse historie en over kunstgeschiedenis, en hij geeft les in New York aan de Columbia Universiteit. Volgens zijn Nederlandse uitgever is het onmogelijk hem wat te vragen over de Maand van de Filosofie. Schama heeft geen tijd. Het mag dan ook een klein wonder heten als hij uiteindelijk toch zijn mobiele telefoon oppakt en in zijn keurige, dromerige Oxford-Engels zegt over tien minuten bereid te zijn tot een gesprek.

Waarom hij zo hard werkt? Gierigheid, zegt Schama. ” Niet op geld maar op tijd. Als ik denk over het verleden, woon ik in meerdere tijden tegelijk. Zit ik even niet vast aan mijn tijdgenoten. Het is spookachtig, alsof je aan een dinertafel kunt zitten met mensen die al honderden jaren dood zijn. Toch word ik daar gelukkig van.”

Schama's inmiddels al klassiek geworden werk over de Hollandse Gouden Eeuw begint met een citaat van Calvijn: 'Laten zij die overvloed hebben eraan denken dat ze omgeven zijn met doornen, en laten ze goed oppassen dat ze er niet door geprikt worden.'

Hij gaat in 'Overvloed en onbehagen' met behulp van uiteenlopende historische bronnen, op zoek naar de Nederlandse cultuur van de zeventiende eeuw. Schama treft een gedeeld gevoel van onbehagen aan over de nieuw gewonnen vrijheid en rijkdom.

Volgens de Duitse filosoof Peter Sloterdijk geeft Simon Schama met dit geweldige boek het gevoel weer dat de moderne mens karakteriseert. Diens onbehagen komt deels voort uit christelijk schuldgevoel. Hij is zondaar, en tegelijkertijd rijk, hetgeen ingewikkeld is. Een ander deel van zijn onbehaaglijke gevoel komt voort uit een overschot aan mogelijkheden. Hij heeft last van postmoderne ' kiespijn'. Geconfronteerd met overvloed in plaats van tekort, weet hij niet meer waarop hij zijn keuzes moet baseren.

Het woord ' onbehagen' lijkt in Nederland ondertussen ook een andere betekenis te hebben gekregen. Een politieke en een religieuze moord - de eerste sinds eeuwen - hebben nieuw onbehagen voortgebracht.

Verdraagzaamheid, vrede en welvaart lijken hierdoor niet langer vanzelfsprekend. Voordat Schama zijn historische analyse op het Nederland van nu legt, komt hij eerst terug op het onbehagen uit de Gouden Eeuw.

” Aan mijn boek lagen destijds een paar waarnemingen ten grondslag. Ten eerste viel het me op hoe populair Vanitas schilderijen waren. Schilderijen die tegelijkertijd al het goede van het leven lieten zien, samen met de waarschuwing dat dit nooit zal blijven. Je kon oude christelijke ideeën hierin terug vinden. Bijvoorbeeld de gedachte dat de kameel eerder door het oog van de naald kruipt dan dat een rijke de hemel in komt. Max Weber meende dat het kapitalisme dit onbehagen had laten verdwijnen, maar de schilderijen lieten iets anders zien.”

” Ten tweede kwam uit de vroege literatuur van P. C. Hooft en Hugo de Groot en vroege historische verslagen van de Tachtigjarige Oorlog niet het beeld naar voren dat de overwinning van de vrijheid vanzelfsprekend en onontkoombaar was. Vrijheid werd daarin juist als een fragiel en voorlopig iets gepresenteerd.”

” Voor iemand die leeft en werkt in Amerika, waar vrijheid beschouwd wordt als iets onoverwinnelijks en onontkoombaars, is dat opmerkelijk. Die onderstroom van dreiging en onbehagen in Holland viel me daardoor erg op.”

Is dit onbehagen ook politiek van belang geweest?

” Hugo de Groot en anderen vonden dat het land een deugdzame republiek moest zijn. Zonder koning, maar met een stadhouder. Hollanders willen geen corrupte monarchie die zich hult in luxe en ceremonie, maar één waarin de koningin een gewone burger is op de fiets.”

Het tweede deel van de twintigste eeuw is qua rijkdom en overvloed ook een soort Gouden Eeuw geweest. Zijn er parallellen te trekken, ook met het nieuwe onbehagen dat in Nederland ontstaan is?

” De recente gebeurtenissen zijn ontnuchterend geweest. Toen ik in de jaren zeventig in Rotterdam woonde, viel het mij op hoe graag Nederlanders ruimdenkend en tolerant wilden zijn, met name tegenover mensen uit de voormalige koloniën. Nederlanders hebben na de oorlog geprobeerd hun postkoloniale schuldgevoel te boven te komen door zich te presenteren als zeer tolerant. Maar deze liberale droom, waarin de Nederlanders op een goede manier om zouden leren gaan met hun koloniale verleden, is nu ruw verstoord door het probleem met de islam.”

” In de honderden jaren oude culturele en historische ervaringen van Nederland zit niets dat het land hierop voorbereid heeft. De Republiek in de Gouden Eeuw was een intens christelijke samenleving, maar om economisch te kunnen functioneren, moest de rol van religie beperkt worden. Het was nooit een calvinistische theocratie zoals Genève. Omgaan met een cultuur waarin religie wél alles omvat, zoals nu met de islam, wordt dan extra ingewikkeld.”

De huidige tijd lijkt mede daardoor een tijd van onbehagen te zijn.

” Het onbehagen wordt alom gevoeld. Het is niet iets typisch Nederlands. Nederlanders hebben de neiging te denken dat alles altijd hun fout is. Dat zit er diep in, de gedachte dat het allemaal hun eigen schuld is. Maar soms zijn historische toevalligheden, zoals het mislukken van de integratie van islamitische bevolkingsgroepen in West-Europese steden, de fout van niemand. Ze gebeuren gewoon.”

We moeten dit onbehagen niet zien als iets typisch Nederlands?

” Nee, wel typisch Nederlands is de gedachte dat jullie op unieke wijze gestraft zijn hierdoor, hetgeen niet waar is. De Amerikaanse benadering is hieraan totaal tegenovergesteld: het is allemaal de schuld van een ander. Het is nooit de fout van Amerika. Amerika kan wel iets van het Nederlandse zelfonderzoek gebruiken.”

Amerika en Holland lijken veel gemeen te hebben: beide protestants, beide kapitalistisch...

” In de oosterse delen van de VS, waar een sterke protestantse ethiek heerst, kan het er wat op lijken, maar in het westen vind je het zorgeloze kapitalisme van Texas en Zuid-Californië. Daar heerst het schuldvrije kapitalisme. Het enige onbehagen dat daar gevoeld wordt, is of de aandelenmarkt misschien naar beneden zal gaan. Je kunt ook niet een meer schuldvrije president hebben dan George W. Bush.”

Vindt u het vreemd dat u als buitenstaander moet vertellen wie wij als Nederlanders zijn en dat we wel degelijk een identiteit hebben? ”Het was overduidelijk voor mij dat Nederlanders een identiteit hadden. Mijn eerste boek, ' Patriotten en Bevrijders' over de Bataafse Revolutie in de achttiende eeuw, ging over de Fransen die aankwamen in de Bataafse Republiek. Zij dachten dat iedereen in Europa de Franse revolutionaire weg kon bewandelen. Maar ze troffen een volk dat compleet ongeschikt was daarvoor, met een geheel eigen definitie van wat bijvoorbeeld vrijheid is.” ”Het land veranderde enorm in de negentiende en twintigste eeuw, maar in zijn grondvesten is alles aan Nederland, de steden, de religie, de kunst, de dagelijkse manier van leven, zelfs de literatuur, verschillend van alle andere landen. In de jaren zestig, zeventig en tachtig is dat ontkend: Nederlanders zouden geen eigen cultuur hebben; maar dat idee heb ik altijd vreemd gevonden.”

Waarom dacht men dat?

”Doordat er na de oorlog zo'n spectaculaire verandering op gang kwam. De kinderen die aan het dansen waren in de Melkweg en Paradiso waren niet bezig met Johan de Witt en Michiel de Ruyter. Oud Holland was voor hen een fantasie voor toeristen: mensen die zich uitdossen in klederdracht in Marken en zo. Maar je kon bijna alles overhoop gooien, zoals Nederland deed in de jaren zestig en zeventig, en nog steeds zien dat de Hollandse cultuur erg verschilde van andere culturen.”

Wat is een cultuur eigenlijk?

”Ik schrijf over sociale gewoontes, over het gewone leven van mensen en families. Als ik zou schrijven over het Nederland van nu zou ik bijvoorbeeld schrijven over voetbal, bruine cafés, over de irritaties die je aantreft op de pagina's van bladen als Vrij Nederland en Elsevier. Ik zou zaken vinden die gaan over sociale gewoontes, geestesgesteldheden, populaire ideeën. Ik zou opnieuw onbehagen aantreffen. Maar het onbehagen van nu is niet te vergelijken met het onbehagen van de zeventiende eeuw. Het nieuwe onbehagen beperkt zich niet tot Nederland alleen. Het is overal. Er is bovendien bijna niets in de Nederlandse geschiedenis wat het land voorbereid heeft op het vraagstuk hoe bijna een miljoen moslims in de cultuur te integreren. We zijn echt een nieuw tijdperk binnengetreden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden