Nederlander wijst abortus niet af, maar heeft moeite met niet-medische redenen

Jongeren staan iets kritischer tegenover zwangerschapsafbreking dan ouderen

ALWIN KUIKEN

Nederlanders staan ruimdenkend tegenover abortus, maar hebben er moeite mee als een zwangerschap om niet-medische redenen wordt afgebroken. Dat blijkt uit een onderzoek dat TNS-Nipo in opdracht van de SGP hield onder een kleine duizend Nederlanders.

Zo zegt 72 procent van de ondervraagden voorstander te zijn, maar niet wanneer voor een abortus wordt gekozen vanwege gebrek aan geld, omdat het gezin compleet is, of omdat een kind niet met werk te combineren is.

Verder wil een groot deel van de ondervraagden dat alternatieven vaker besproken worden, zoals een pleeggezin. Ook zijn ze voorstander van objectieve voorlichting door onafhankelijke hulpverleners, terwijl nu abortusklinieken en huisartsen dat doen. Ook willen ze registratie van de redenen waarom vrouwen voor abortus kiezen. Dat gebeurt nu (vrijwel) niet.

Elk jaar kiezen zo'n 30.000 vrouwen in Nederland voor een abortus, in zo'n 90 procent van de gevallen in een abortuskliniek. Bijna de helft van de vrouwen die voor abortus kozen, laat weten dat financiën een rol speelden, gevolgd door 'compleet gezin' en 'niet te combineren met werk', zo bleek in 2015 uit een van de weinige onderzoeken naar de motieven.

"Vrouwen zeggen vaak: 'Ik was hier altijd op tegen, maar nu ik zelf in deze situatie zit, denk ik er toch anders over'", zegt Ellen Giepmans, directeur bij Fiom, een expertisecentrum waar zich jaarlijks zo'n tweeduizend vrouwen melden die een abortus overwegen.

Dat jongeren iets kritischer tegenover abortus staan, begrijpt ze wel. "Ouderen weten nog hoeveel strijd geleverd is om abortus mogelijk te maken. Daarnaast: omdat het voor de huidige generatie makkelijker is om aan voorbehoedmiddelen te komen, zijn ze strenger in hun oordeel."

Giepmans is huiverig om de redenen voor een abortus te gaan registreren, zoals bij euthanasie wel gebeurt, en 58 procent van de ondervraagden bepleit bij abortus. "Je krijgt dan lijstjes met zaken die men niet geoorloofd vindt. Maar in de praktijk zijn er vaak veel verschillende redenen en is de context erg belangrijk. Daar moeten we oog voor houden."

Met de roep om meer onafhankelijke voorlichting is de Fiom-directeur het wel eens. Ze wijst op het hoge percentage vrouwen dat voor een abortus naar één van de vijftien abortusklinieken gaat, waar volgens haar relatief weinig tijd voor voorlichting is.

Bij Casa Klinieken, waar de helft van de abortussen in Nederland wordt uitgevoerd, wordt per gesprek een half uur tot drie kwartier uitgetrokken, zegt interim-directeur Sjoerd de Blok. Hij wijst erop dat 'het merendeel' van de vrouwen via de huisarts binnenkomt, en dat er dáár ook al over hun voornemen gesproken is. "Verder geldt er een wettelijk bedenktijd van vijf dagen. Het is dus echt niet: 'U vraagt, wij draaien'."

Voor het vaker aandragen van alternatieven, zoals adoptie of een pleeggezin, zoals 60 procent van de ondervraagden wil, voelt De Blok niet. "Bij elk gesprek dat wij voeren, komt dat wel langs, maar in de praktijk gebeurt dat vrijwel nooit."

Maar omdat óók hij meer gesprekken met zwangere vrouwen wil kunnen voeren, overlegt hij sinds vorig jaar met het ministerie van volksgezondheid, dat de klinieken indirect financiert. De onderhandelingen verlopen volgens hem 'langzaam', maar 'positief'.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden