’Nederlander snakt naar een feestje’

De oranjegekte is alomtegenwoordig. Zo lang het Nederlands elftal blijft scoren, lijkt iedereen te willen delen in de volkseuforie. De opwinding weerhoudt zelfs hartpatiënten er niet van om mee te genieten.

Nederland én Zwitserland zijn sinds enkele weken in een sinaasappelkleurige natie veranderd. Jong en oud gaat gehuld in oranje brulshirts en trom-petten. Andere oranjeprullaria zoals de welpies, nederlampen en oranje vla zijn niet aan te slepen. De oranjekoorts is tot grote hoogte gestegen.

„De uitgevonden traditie van oranjegekte is al met het WK in 1974 begonnen”, zegt massapsycholoog Jaap van Ginneken. „In 1988, toen Nederland het EK won, beleefde de hysterie natuurlijk een piek.” De oranjekoorts wordt al een aantal achtereenvolgende jaren extremer en krijgt steeds carnavaleskere uitingen, zegt Van Ginneken. „Maar bij dit EK waren de bedrijven en sponsors er wel heel vroeg bij. Door de politieke problemen die er aan de Olympische Spelen kleven, is het niet zeker of dat een commercieel succes gaat worden, dus de makers van oranjeartikelen buiten de goede prestaties van het Nederlands elftal nu flink uit.”

Maar er is nog iets anders aan de hand, zegt Van Ginneken. „Dit evenement beantwoordt aan een diepgaande behoefte om ons te identificeren met iets wat onszelf overstijgt. Vroeger hadden de kerken en zuilen die functie, maar die zijn enorm afgekalfd. Nu gaan we als alternatief op in een oranje massa.”

Een nieuw ritueel, noemt Thomas Quartier, docent rituele studies aan de Radboud Universiteit, de oranjegekte van het moment. „Rituelen zijn handelingen die op het eerste gezicht nergens toe dienen. Je in oranje hullen en de straat versieren, heeft geen nut. Zelfs de koffiehoek hier op de universiteit kleurt oranje. Maar dat we dat met z’n allen doen, heeft alles te maken met de hang naar collectiviteit in deze sterk geïndividualiseerde samenleving. Dat zie je ook aan de toegenomen belangstelling voor publieke uitvaarten, zoals die van André Hazes. Toevallig ook in een voetbalstadion.”

Een collectief ritueel als het EK geeft ook de gelegenheid dingen te doen die normaal niet kunnen of mogen. „Uitbundig doen, je vreemd kleden en uiting geven aan een nationaal gevoel van ’wij tegen zij’ is in deze tijd geoorloofd”, merkt Quartier op. „Normaal gesproken rust daar een taboe op. Zeker in Duitsland, waar ik vandaan kom, zijn nationale symbolen om historische redenen zeer omstreden. Maar nu de nationale ploeg speelt kan het opeens wel. Sterker: het móet bijna.”

Dit EK valt precies twintig jaar na de laatste Nederlandse overwinning én in een tijd dat we saamhorigheid en verbroedering goed kunnen gebruiken. Van Ginneken: „We worstelen met de multiculturele samenleving en de polarisatie tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Maar we willen even geen publieke debatten en gedoe meer.” En voetbal omzeilt al die complexe problemen mooi. „Het is zomer, iedereen snakt naar een ongecompliceerd feestje. We willen weer blij zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden