Opinie

Nederland zucht niet onder seculier-liberale dictatuur

Islamitische school in Amsterdam. 'Minderheidsgroepen hebben alle ruimte zich kenbaar te maken.' ©ANP

Ook minderheidsopvattingen van orthodox-religieuzen verdienen recht van bestaan, en als dit recht in het gedrang komt, moet de wetgever ingrijpen.

Orthodox-religieuze groeperingen stellen met regelmaat dat de seculiere meerderheid haar wil opdringt aan minderheidsgroepen. Waar is de vrijheid om anders te denken? Ik pleit voor een krachtig recht om te mogen afwijken van de meerderheid, maar dat recht komt allereerst het individu toe, niet de groep.

Bij zijn afscheid als leider van de ChristenUnie stelde André Rouvoet onlangs dat de Nederlandse politiek sinds de verzuiling lijkt te hebben afgeleerd hoe om te gaan met verschillen. Rooms-katholieken, protestanten, liberalen en socialisten respecteerden elkaars tradities en grondrechten. Nu de seculiere, ethisch- liberalen de meerderheid hebben, lijkt van dat onderlinge respect minder sprake, zo wordt gesteld. Het schrappen van het blasfemieverbod en onverdoofd slachten, het recht van leerlingen om zelf een school te kiezen, ervoor zorgen dat homoseksuele docenten niet zomaar kunnen worden ontslagen, zouden zelfs blijk geven van een gebrek aan democratische gezindheid. Ik bestrijd dat.

Allereerst klopt Rouvoets analyse over de 'seculiere meerderheid' niet. Er zijn inderdaad geen grote religieuze of ideologische hoofdstromen meer in de Nederlandse samenleving, maar dat betekent niet dat die zijn vervangen door eenvormigheid. De praktijk is dat de variëteit aan opvattingen eerder is toe- dan afgenomen. Die variaties zijn echter niet meer eenvoudig te vangen binnen de engte van makkelijk te definiëren groepen. Mensen kiezen hun identiteit uit een rijke waaier aan opties. Als er al een meerderheidsopvatting bestaat, dan huist die vooral in de gedachte dat ieder mens deze keuzevrijheid toekomt, en dat de wetgever hierin dient te voorzien.

Mag iemand dus ook orthodox-religieuze opvattingen hebben? Ja natuurlijk. Hij mag in Nederland zelfs scholen stichten, verenigingen oprichten en televisieuitzendingen maken, nota bene betaald door de belasting- betaler. Minderheidsgroepen hebben dus alle ruimte zich kenbaar te maken, en kunnen voluit kiezen voor een eigen invulling van hun leven. Dat recht moeten we koesteren.

Maar dat recht is niet oneindig. Rouvoet stelt dat door de inmenging in het bijzonder onderwijs een fundamenteel recht op keuzevrijheid wordt aangetast. Ouders, leerlingen en leraren hebben immers het recht om de school in te richten naar eigen (orthodox) inzicht. Deze redenering lijkt een beroep te doen op de 19de-eeuwse leer van de 'soevereiniteit in eigen kring'. De bedenker ervan, de antirevolutionair Abraham Kuyper, vond dat in bijvoorbeeld het gezin en religieuze kring niet de overheid, maar de 'levenswet' richtinggevend moest zijn. Overheidsinmenging zou haaks staan op de belangen van de groep en mocht alleen als het individu in de knel dreigde te komen.

Maar zit hierin nu juist niet het dilemma? Want hoe staat het met het recht op minderheidsopvattingen binnen de eigen groep? Zelfs binnen religieuze groepen die we vroeger als behoorlijk eenvormig beschouwden, zien we een toename van diversiteit. Zo leven er in orthodox-religieuze kringen inmiddels afwijkende opvattingen over huwelijk en echtscheiding, homoseksualiteit en de positie van de vrouw. Vanuit die constatering is het van belang dat de wetgever zich concentreert op de randvoorwaarden waarbinnen ieder individu de vrijheid heeft naar eigen inzicht zijn leven in te richten. Ook minderheidsopvattingen binnen de orthodoxie verdienen een recht van bestaan, en als dit recht in het gedrang komt, dient de wetgever in te grijpen.

Ik deel de visie dat de overheid grote terughoudendheid moet hebben als het gaat over interne regels binnen een kerk of moskee. Maar in bijvoorbeeld het door de overheid gefinancierde bijzonder onderwijs is zo'n pseudorechtssysteem onwenselijk. Als blijkt dat belangrijke grondrechten als gelijke behandeling, bescherming van de persoonlijke levenssfeer, maar ook de godsdienstige opvattingen van een individu worden overvleugeld door de godsdienstige opvattingen van een meerderheid binnen de groep, dan mag de wetgever hierin het evenwicht herstellen. Het recht op orthodoxie is immers geen vrijbrief om andere individuele rechten in de knel te laten komen.

Deze tekst spreekt D66-Kamerlid Boris van der Ham vanavond uit tijdens de tweede Nacht van de Rechtspraak in Amsterdam. Hij zal in debat gaan met oud-CU-fractieleider André Rouvoet over 'orthodoxie en de rechtsstaat'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden