Nederland ziet gouden bergen in vergrijzend China

Buurtzorg medewerkers werven klanten in Shanghai Beeld Eefje Rammeloo

Een bovengronds langs denderende metro overstemt heel even het geluid van spelende kinderen. Naast het buurtschooltje, weggestopt in een wijkje van het district Changning in Shanghai staat het kantoortje waar vier buurtzusters in helderblauw jasjes de week doornemen.

Ze hebben even pauze tussen de huisbezoeken door. Twintig klanten hebben ze nu in de wijk - en de bedoeling is dat het er meer worden. Dat moet lukken, gezien de demografie in het district. Alleen al in deze buurt van lage flats, pal achter een grote straat, wandelen talloze senioren met wandelstok. In 2017 was 17 procent van de Chinezen ouder dan zestig, in 2030 zal dat al een kwart zijn.

Wat Nederlandse zorginstellingen willen doen - hun expertise hier te gelde maken - doet thuiszorgorganisatie Buurtzorg al een paar jaar. In zeven grote steden werken nu in totaal dertig zorgverleners. Donderdag tekende het bedrijf in het bijzijn van minister Hugo de Jonge van volksgezondheid, welzijn en sport een MoU, een voornemen om Suzhou als achtste stad aan dat rijtje toe te voegen.

“Nederland is vrij uniek in het verzekerd recht op verpleeghuiszorg, waarin de medische en de welzijnskant zijn geïntegreerd”, zegt De Jonge aan het einde van zijn reis. “China is daar nu naar aan het kijken.” Op dit moment bieden negen Chinese verzekeraars een lange-termijnverzekering voor senioren aan - een relatief nieuw fenomeen waar de overheid toestemming voor moet geven.

Bureaucratie

De verzekeraar schaalt de hulpbehoefte in van een klant, die zelf tien procent van de kosten draagt. Daarna schakelt de verzekering een zorgverlener in. Een onbekend aantal organisaties richt zich op de uitvoering van die lange termijnzorg. Het Nederlandse Buurtzorg is er daar één van. “Voor een Chinees bedrijf is het altijd gemakkelijker”, zegt Jiefan Hu, vice-president van Buurtzorg China. Bureaucratische procedures, zoals het verkrijgen van de benodigde licentie, vergen eindeloos geduld.

Voordat Buurtzorg in een wijk aan de slag kan, moet ook nog eens het wijkbestuur akkoord gaan. Dat wijkbestuur is erg betrokken bij haar bewoners, en neemt ook bepaalde taken op. Koken is bijvoorbeeld niet te doen voor de thuiszorgers. Voor een Chinees smeer je niet even een boterham met kaas, maar sta je al snel een uur in de keuken om groenten schoon te maken.

“Soms vragen mensen ons om te koken, of om boodschappen te doen”, vertelt zuster Shen Ruifang. “Dat staat niet op de lijst van de verzekeraar; als we het toch doen, dan komen we in de problemen. Maar als we het níet doen, dan wordt de klant kwaad.” Het is een lastige balans.

Aan het hoofd van de tafel zit de vriendelijke Peng Jianrong. Vroeger was hij arts in een ziekenhuis, nu staat hij aan het hoofd van dit zorgstation. Het gaat er hier anders aan toe dan in Chinese organisaties waar om de haverklap geëvalueerd wordt, verzekert hij. “Al die bijeenkomsten, verschrikkelijk!” Hij steekt zijn tong uit in afschuw. “Wij gaan eens in de week met elkaar zitten, dat is alles.”

Minister De Jonge

Met de extra tijd die Buurtzorg zo uittrekt voor haar klanten, onderscheidt ze zich van andere bedrijven die zich op deze nieuwe markt richten. De zusters helpen dagelijks zes klanten met opstaan, bewegen, en soms een traditionele Chinese massage. Een uur lang zorgen ze dat de senioren het naar hun zin hebben. “En als zij lol hebben, heb ik dat ook,” verzekert zuster Shen.

“Het Nederlandse systeem is ideaal”, meent Hu. De Buurtzorgmedewerker beslist zelf wat er moet gebeuren, de zorgverlener kent de situatie immers het beste - ook dat onderscheidende kenmerk benadrukt Hu graag. Maar hij weet ook dat dit niet zo makkelijk is in het hiërarchische China. “Chinese verplegers zijn gewend dat een dokter ze vertelt wat ze moeten doen.”

De Nederlandse bedrijven in de kielzog van zorgminister Hugo de Jonge, zien gouden bergen aan de horizon van de Chinese vergrijzing. Socioloog Tang Jun van de Academie voor Sociale Wetenschappen zet daar vraagtekens bij. Een verzekering die thuiszorg dekt, is niet verplicht. “De Chinese regering heeft niet veel geld voor langdurige zorg, dus het meeste geld moet van mensen zelf komen.” En daar gaat het mis, denkt Tang. “De jeugd is rijker dan de senioren.”

Buurtzorg is ondertussen op zoek naar financiers en partners om door te groeien in China. “Winstgevend zullen we nooit worden”, voorspelt Hu. Hij vergelijkt het met de aanleg van wegen en spoorlijnen: pas veel later, als het netwerk groot genoeg is, valt er winst te maken. “Tot die tijd moet je er niet over nadenken.”

Lees ook: 

Nederland onderwijst China in ouderenzorg (en krijgt daar iets voor terug)

Ouderenzorg exporteren, zo wil directeur Micha van Lin van de Taskforce Healthcare de samenwerking met China eigenlijk niet noemen. Al heeft de overeenkomst die minister Hugo de Jonge van volksgezondheid deze week in China ondertekent er wel iets van weg. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden