Nederland wil zingen

De mezzo-sopraan

,,Ik was zo'n kind dat altijd zong. Dat ik op de planken zou gaan, was al vroeg duidelijk. Ik was altijd de clown van de familie.'' Op haar vijftiende begon ze met zangles omdat ze haar popidool Nina Hagen na wilde doen. Daarna volgde het conservatorium en meteen daarna had ze genoeg aanbiedingen om zich full time aan zingen te wijden.

Meijer genoot ervan. Van het zingen, maar ook van de aandacht die ze erdoor kreeg. ,,In het begin is het heel aantrekkelijk om in de schijnwerpers te staan, met je foto in de krant. Mijn ijdelheid heeft zeker meegespeeld bij de keuze voor dit vak. Maar na een tijdje kom je er achter dat al die aandacht niet veel voorstelt. Dan moet er een belangrijker reden zijn om door te gaan.''

Voor Meijer is dat haar muzikale geldingsdrang. ,,Ik wil míjn muzikale creatie laten horen. Ik heb er dan ook moeite mee me ondergeschikt te maken aan de visie van een dirigent of regisseur. Ik vind het vreselijk als ik hoor dat het daardoor minder goed wordt.''

,,Zingen is eerlijk,'' vindt Meijer. ,,Alles wat je in het leven meemaakt, heeft een weerslag op de stem.'' Zingen geeft inzicht, zegt ze. ,,Je leert jezelf goed kennen. Een goede zangleraar is ook psychologisch onderlegd. Want een bepaalde psychische gesteldheid kan het zingen tegenhouden.''

Zoals veel zangers heeft Meijer baat bij meditatie. Het vermindert de stress en helpt negatieve gedachten uit te bannen. ,,Dat heb je absoluut nodig op het podium. Als je kon horen wat er in de hoofden van zangers omgaat terwijl ze zich in een gevoelig lied moeten inleven: 'nu komt die moeilijke passage, die stukje ging gisteravond helemaal mis.' Dat is een straf, hoor.''

Zangles heeft ze nog steeds. Na haar conservatoriumtijd bleek ze een verkeerde techniek te hebben aangeleerd. Na twee jaar met veel verplichtingen doken de beruchte stemknobbeltjes op. ,,Mijn stembanden sloten niet goed. Daardoor heeft mijn stem minder volume en minder controle. Gelukkig hoefde ik niet geopereerd te worden, maar ik moet wel een verkeerde techniek afleren. Je moet eens weten hoeveel zangers dit hebben meegemaakt. De techniek van zingen is zo ingewikkeld. Als je niet goed op je benen staat, kun je niet ademen. Verkrampte armen geven stress op de toon. Het is niet altijd leuk, hoor. Ik heb de boeken weleens door de kamer gesmeten.''

Het lijkt zo mooi: van zingen je beroep maken. Maar Meijer verlangt weleens terug naar de tijd waarin ze puur voor haar plezier zong. ,,De lol gaat er wel vanaf als je een rol moet zingen waar je eigenlijk geen zin in hebt. Bijvoorbeeld in een productie waarin je volkomen inwisselbaar bent. Ik ben de tiende Despina in een productie van 'Così fan tutte' in Berlijn. Maar ja, er moet brood op de plank. Als ik die lege agenda voor volgend jaar zie, schiet ik in de stress. Zingen is een van de meest natuurlijke dingen om te doen. Het is een prachtige fysieke sensatie. Maar niet het leven erom heen: de stress, de vliegtuigen, de grijze appartementjes in een onbekende stad. Nee.''

De amateurstem

,,Zing je klank naar de overkant van de straat. Je hebt nog driemaal zoveel in je zitten.'' Marjan Boonen, klassiek sopraan en zanglerares, spoort haar leerling aan. Amateur-zangers die bij haar op les komen, hebben vaak de behoefte zich te uiten, zich te laten zien, weet ze. Maar eruit krijgen wat erin zit, dat valt nog niet mee. ,,Durf nog meer te gillen. Wat je hebt, moet je niet verbergen. Op je stem kun je vertrouwen,'' verzekert ze de leerling.

Wat jonge kinderen doen - zonder reserves zingen, met hun hele ziel en zaligheid - is de stille wens van veel volwassenen. Maar door het ontbreken van een zangcultuur in Nederland zijn veel mensen die onbevangenheid kwijtgeraakt. Volwassenen zongen tot voor kort bijna alleen in de kerk.

De laatste jaren kiezen steeds meer mensen ervoor het zingen weer op te pakken. Dat blijkt onder meer uit het groeiend aantal koren. Er zijn ongeveer tienduizend geregistreerde koren en twee à drieduizend 'wilde' koren. Bij de Landelijke instelling voor koorzang staan een kleine 600 000 koorleden geregistreerd. Met de 'wildzangers' erbij loopt de schatting op tot een kleine miljoen mensen.

De kerk blijkt nog steeds een belangrijke inspiratiebron; de geregistreerde koren zijn bijna allemaal aangesloten bij verzuilde organisaties. Tegelijk zijn moderne, niet-religieuze koren in opkomst. Naast zeemans- en popkoren gedijen kleine groepjes met moeilijk repertoire, zoals close harmony of klassiek.

De nieuwe zangers zijn afkomstig uit alle lagen van de bevolking en alle leeftijdsgroepen. Vrouwen zijn licht oververtegenwoordigd. Het aantal mensen dat zangles neemt, groeit gestaag. Behalve om durven zingen gaat het daarbij om techniek.

Zingen is niet slechts een kwestie van de stembanden laten trillen, zingen doe je met je hele lichaam, doceert Boonen. ,,Je moet goed staan, ademen vanuit je buik en geen lichaamsdeel fout aangespannen houden. Je lichaam is je klankkast.'' Forse mensen kunnen een voordeel hebben, aldus Boonen. Want hoe meer gewicht, hoe beter je de spanning van de inademing voelt. Een groot hoofd zorgt voor een goede resonans.

,,Adem tussen je kruis en je taille. Maak een Michelinmannetje van jezelf.'' En daar klinkt de aria van Pamina uit De Toverfluit van Mozart: Ach, ich fühl's, es ist verschwunden...

De kinderkeel

Een miljoen Nederlanders zingt in een koor. Op de basisschool klinkt weer een lied. En dan zijn er nog de mensen die van zang hun beroep hebben gemaakt. Februari is uitgeroepen tot de maand van het zingen. Want Nederland zingt weer.

'Laslofer nam een paard, uit de stallen van de waard. Laslodief, paardendief, breng dat paard weer alsjeblief.' De kinderen van groep 5 van basisschool Et Buut uit Zaandam zoeken met de hand boven de ogen de horizon van de poesta af. Waar is de Hongaarse paardendief gebleven? Dáár is de Donau, wijzen ze, dáár het moeras. Al zingend beleven ze de zoektocht naar de paardendief lichamelijk. Met armgebaren, de vuisten in de lucht, een rondedansje. Als de imaginaire paardendief is gevonden en wordt 'opgesloten levenslang', grijpt een aantal kinderen hem zo stevig vast dat hij bijna wordt gewurgd.

,,Jullie zingen als oude opaatjes. Jullie zijn toch niet bang voor die paardendief,'' sart meester Eric Hoorn, met zijn gitaar op schoot. Natuurlijk zijn ze niet bang. En het toch al flinke volume wordt verdubbeld.

Plezier krijgen in zingen. Dat is wat Hoorn, directeur van Et Buut, met zijn lessen nastreeft. ,,Natuurlijk leer ik ze ook luisteren naar muziek en ritmes klappen. Maar het doel is dat kinderen thuis en op straat gaan zingen. Daarna vinden ze vanzelf de weg naar gitaar, blokfluit of piano.'' Muziekles geven is niet gemakkelijk, weet Hoorn. ,,Het vraagt een zeker lef van de leraar. Je moet zelf dúrven zingen en daar ontbreekt het aan bij veel leraren.'' Ook kinderen voelen vaak schroom om te zingen, merkt hij. ,,Kleuters niet. Die zingen eigenlijk de hele dag. Je ziet het plezier in zingen verdwijnen als ze acht, negen jaar worden. Op deze school niet omdat we er veel aandacht aan besteden. Maar kijk eens om je heen: wie zingt er nog tegenwoordig?''

Hoorn besteedt veel aandacht aan de keuze van de liedjes. Vooral voor de hogere klassen is dat geen sinecure. Regelmatig zoekt hij zijn heil in de popmuziek. ,,Sommige hits worden na een maand al door de kinderen verworpen. Andere blijven populair, de liedjes van de film Grease bijvoorbeeld. You're the one that I want: machtig vinden ze dat.''

Zingen in de klas is goed voor de sfeer in de klas, zegt Hoorn. Als groep 5 het zielige lied zingt over een poes die doodgaat, barsten bij het eerste couplet twee kinderen in tranen uit. Bij het tweede couplet volgen nummer drie en vier. Maar de troostende armen die als vanzelf om de schouders worden geslagen, maken veel goed.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden