Nederland weet vrijwel niets over echte beroepsziekten

Kappers met eczeem kunen vanaf 1 januari terecht bij een speciale polikliniek voor de kappersbranche. Binnen een week wordt iedere werknemer die last heeft van huid-irritatie of -allergie onderzocht. Daarna volgt een gericht advies over behandeling en preventie. De kliniek is opgezet door de kappersorganistie Anko (met 6 000 aangesloten salons) en het Centrum voor arbeidsdermatologie in het Ziekenhuis Rijnstate GZ in Arnhem. Daar is de kliniek ook onder gebracht. De kliniek is begonnen met het onderzoek door het toenemend aantal ziekmeldingen in de kappersbranche.

ARLETTE DWARKASING

En onderzoek ontbreekt in Nederland. “We zijn een ontwikkelingsland als het gaat om beroepsziekten”, zegt Gert van der Laan. “Artsen in Nederland zijn onvoldoende deskundig om beroepsziekten te herkennen, laat staan te behandelen.” Het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten wil daarin verandering brengen. Van der Laan, ex-chirurg en ex-bedrijfsarts, is coordinator van het centrum dat begin januari officieel start.

De gebrekkige kennis in Nederland over beroepsziekten is wel te verklaren. Sinds de invoering van de WAO in 1967 is in Nederland de aandacht voor het verschil tussen beroepsziekten en andere 'sociale' ziekten vervaagd. Om in aanmerking te komen voor een WAO-uitkering wordt niet meer gekeken naar de oorzaak van de arbeidsongeschiktheid. Het maakt niet uit of je door het werk of door een ongeval in je vrije tijd arbeidsongeschikt bent geworden. In landen waar zo'n onderscheid wel wordt gemaakt, is veel meer onderzoek naar beroepsziekten gedaan en is er ook meer kennis over. De werknemer heeft ook een financieel belang bij de erkenning van zijn of haar 'geval' als beroepsziekte.

“In Nederland is dat vakgebied niet tot ontwikkeling gekomen”, zegt Van der Laan. “In veel landen kun je in de artsenopleiding het specialisme beroepsziekten kiezen. En dat geldt echt niet alleen voor landen waar beroepsziekten floreren. Bijvoorbeeld in Oost-Europa en het Verre Oosten waar de arbeidsomstandigheden slecht zijn. Ook in landen met vergelijkbare arbeidsomstandigheden als in Nederland is al meer deskundigheid aanwezig.”

Van der Laan heeft zelf veel geleerd van bezoeken aan collega's in Duitsland en Scandinavie. Daar bestaan ook speciale klinieken voor beroepsziekten. “Om een beroepsziekte te herkennen zijn twee factoren van belang. Je moet medische kennis hebben over de ziekte, maar ook over de arbeid. In die klinieken wordt aan beide factoren aandacht besteed. Daar wordt vastgesteld of bijvoorbeeld bepaalde gewrichtsafwijkingen te maken hebben met de uitoefening van een beroep. Of dat bepaalde klachten te maken hebben met het inademen van agressieve stoffen.”

Twee jaar geleden onderzocht een werkgroep van het Coronel Laboratorium (arbeid, gezondheid en milieu) van de Universiteit van Amsterdam de behoefte aan informatie over beroepsziekten. De vernieuwingen in de Arbeidsomstandighedenwet en de verplichtingen die werkgevers daarin opgelegd krijgen om te waken over de veiligheid, gezondheid en het welzijn van de werknemers hebben de vraag naar informatie over beroepsziekten verhoogd.

Onbekendheid

“Als bedrijven zelf moeten gaan investeren in arbeidsomstandigheden willen ze meer doen aan de preventie van ziekten”, zegt Van der Laan. “Maar dat kan pas, als je beroepsziekten ook kunt herkennen. Jaarlijks worden slechts 700 gevallen van beroepsziekte bij de Arbeidsinspectie gemeld, maar als je de statistieken van andere Europese landen bestudeerd zouden dat er in Nederland meer dan 10 000 per jaar moeten zijn.”

Zo wordt in Nederland voor bouwvakkers algemeen aangenomen dat hun rugklachten te maken hebben met de beroepsuitoefening. In Duitsland behoren rugklachten niet tot de beroepsziekten, maar cementexceem bij metselaars wel. Dat komt omdat het oorzakelijke verband tussen de blootstelling op het werk en de aandoening direct aantoonbaar is.

Van der Laan is in de tijd dat hij als chirurg werkte zelf slachtoffer geworden van een beroepsziekte: hepatitus B ofwel geelzucht. Een bekende beroepsziekte voor mensen die in de gezondheidszorg werken. “Twee jaar heb ik daardoor buiten spel gestaan. Tegenwoordig worden werknemers in de gezondheidszorg daartegen ingeen. Door de vrees voor aids, is het hygienisch besef in die sector sowieso veel groter.”

Als bedrijfsarts werkte Van der Laan in de bouwnijverheid en de agrarische sector. De Tulpenvinger is in de bollenteelt een gevreesde allergische aandoening. Zo ook de Hyacintenschurft of de champignon-long. Drie procent van de mensen die champignons telen heeft zo'n longprobleem. Er komen allerlei schimmels in de lucht die ingeademd worden. Zo'n acht uur later ontstaat benauwdheid en koorts. Vaak wordt dan aan een griepje gedacht. “Heel concreet kun je telers dan aanbevelen om een deel van de teelt te mechaniseren of de werknemers air-stream-helmen te laten dragen.”

Voorkomen

Het centrum heeft als doel beroepsziekten te voorkomen door voorlichting te geven aan werknemers, werkgevers en patientenverenigingen, maar vooral door de deskundigheid van bedrijfsartsen en verzekeringsgeneeskundigen te vergroten. De vraag is groot, het centrum is al druk doende met een aantal projecten. In opdracht van het Astmafonds wordt een cursus voorbereid voor bedrijfsartsen. Voor de telers van bleekselderij is onlangs een onderzoek naar een veel voorkomend exceem afgerond.

“In de zomer van 1992 was er een epidemie van huidafwijkingen in de nog jonge teelt van bleekselderij in Nederland. Men dacht dat het te maken had met bestrijdingsmiddelen. Maar nu blijkt dat de sappen van de bleekselderij in combinatie met de zon, de huiduitslag veroorzaakte. Bij warm weer raden we de telers dus aan niet met blote bast te werken, maar een shirt met lange mouwen te dragen.”

De komst van het Centrum voor Beroepsziekten heeft volgens Van der Laan niets te maken met de discussie die werkgeversorganisaties steeds weer onder de aandacht willen brengen. Waar het maar kan, pleiten zij voor een onderscheid tussen beroepsziekten en arbeidsongeschiktheid als gevolg van andere ziekten en ongevallen in de vrije tijd. “Wij willen niet opdraaien voor de voetbalknie”, zo luidt het. Van der Laan: “Juist van de kant van de werkgevers hebben we weinig medewerking gehad bij de totstandkoming van het centrum.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden