Nederland was muis in eerste Irak-oorlog

De commissie-Davids presenteert dinsdag haar oordeel over de totstandkoming van het Nederlandse de inval in Irak in 2003 politiek te steunen. In 1990-1991 was niet de vraag óf maar hóe Nederland zou meedoen.

De wereld leefde twintig jaar geleden nog in de waan dat er een nieuwe tijd was aangebroken. Nog geen jaar eerder was het Sovjetimperium in Oost-Europa ineengedonderd. De Koude Oorlog was ten einde. Het klimaat leek rijp voor een nieuwe internationale orde, waarin geschillen beslecht werden volgens de regels van het volkerenrecht.

Dictator Saddam Hussein verstoorde die droom op 2 augustus 1990 op abrupte wijze. Onder het voorwendsel dat Koeweit olie stal uit Iraakse velden liet hij zijn leger het puissant rijke buurstaatje binnenvallen. De staatspropaganda van Bagdad toverde ook nog historische rechten op de bijna achttienduizend vierkante kilometer aan de Perzische Golf tevoorschijn. Het was een ongelijke strijd. In een mum van tijd werd Koeweit uitgeroepen tot de negentiende provincie van Irak.

Protest had Saddam ingecalculeerd, maar hij werd verrast door de snelheid waarmee de geschokte wereld reageerde. Met de Verenigde Staten van George Bush senior als belangrijkste trekker was een veroordelende resolutie van de Veiligheidsraad slechts een kwestie van dagen. Het bouwen van een coalitie van de gewilligen kostte weinig moeite. Geen verbond met volop dwergstaten zoals ruim een decennium later onder leiding van Bush junior, nog bespot in Michael Moores film ’Fahrenheit 9/11’. Nee, grote landen stonden in de rij.

Anders dan bij de Irakoorlog in 2003 was het ook nauwelijks de vraag óf Nederland mee zou doen. Het hóe zorgde voor discussie.

Al op 13 augustus 1990 besloot het kabinet-Lubbers-III tot het sturen van marinefregatten naar de Perzische Golf om toe te zien op het naleven van het opgelegde handelsembargo. De schepen maakten deel uit van een operatie van de West-Europese Unie, op dat moment geleid door de Wim van Eekelen.

In het najaar werd duidelijk dat Irak ongevoelig bleef voor de internationale druk. Gewapend ingrijpen onder VN-vlag kwam steeds nadrukkelijker in beeld.

Ook nu wilde Nederland zijn partij meeblazen. Buitenlandse Zaken opteerde voor het sturen van grondtroepen. Defensie was realistisch genoeg om in te zien dat een grotendeels uit dienstplichtigen bestaand leger niet geëquipeerd was voor een woestijnoorlog. Een squadron F-16’s ging in de aanbieding. Den Haag leurde er vergeefs mee. Turkije weigerde om politieke redenen. Oman was al voorzien.

Terwijl het door de internationale gemeenschap aan Irak gestelde ultimatum bijna was afgelopen, stuurde Nederland Patriots, anti-vliegtuigraketten met bedienend militair personeel, naar Turkije.

Een paar dagen later begon operatie Desert Storm met een luchtoffensief tegen de Irakezen. Die namen wraak door Scuds af te vuren op Israël. Zonder overleg met zijn ambtgenoot Relus ter Beek van Defensie (PvdA) deed minister Hans van den Broek van Buitenlandse Zaken (CDA) publiekelijk het aanbod om ook Patriots naar Israël te sturen. Dat wilde ze best hebben, maar zonder Nederlandse militairen.

Het kostte koortsachtig overleg om alsnog tot overeenstemming te komen. Israël accepteerde uiteindelijk dat Nederlandse soldaten meekwamen. Den Haag had nog een ander probleem. De Patriots waren van een verouderd type. Ze konden wel vliegtuigen uit de lucht halen, maar geen Scuds. Amerika bracht uitkomst. Het land leverde nieuwe Patriots waarmee Nederland het gedane aanbod gestand kon doen.

Een cruciale bijdrage aan Desert Storm was het niet. Het is flauw om het mopje aan te halen van de muis die met de olifant op de brug staat en zegt dat ze zo fijn aan het stampen zijn, maar het leek er toch een beetje op. Misschien onderscheidde Nederland zich nog wel het meest in de maanden vóór de lucht- en grondoorlog: in havens als Amsterdam, Rotterdam en Delfzijl werden volop materieel en munitie van Amerikaanse strijdkrachten uit Duitsland ingescheept voor een reis naar het Midden-Oosten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden