Nederland was helemaal niet zo verzuild

De rk-geitenfokvereniging van Veghel in 1919. Beeld BHIC

Geschiedenisboeken zijn er duidelijk over: als rooms-katholieke Nederlander prakkiseerde je er in de jaren '30 niet over om zaken te doen met een gereformeerde. De verzuiling zou Nederland tot op het bot verdeeld hebben. Dat beeld klopt niet, stelt historicus Peter van Dam.

Wie in de eerste helft van de twintigste eeuw gereformeerd was, bezocht de gereformeerde school, zwom in een gereformeerd zwembad en had gereformeerde hobbies. Katholieken en hervormden deden hetzelfde, maar dan in eigen kring. Politieke veroveringen als de wet op bijzonder onderwijs zorgen ervoor dat het hele land opgedeeld raakte in zuilen, mini-samenlevingen op basis van kerkelijke gezindte. Of, in het geval van de socialisten, een politieke overtuiging. Zelfs 'kleurloze' activiteiten als geitenfokken geschiedden uitsluitend in eigen kring.

"Het idee van een gereformeerde geitenfokvereniging vinden we nu absurd", weet Van Dam, historicus en universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam. "Maar wat je in de geschiedenisboeken niet leest, is dat velen dat destijds ook al absurd vonden."

Beeld verzuiling is karikatuur
De verzuiling is de boeken ingegaan als een periode van strikte verdeling. Een periode waarin er muren stonden tussen levensbeschouwelijke stromingen en niemand over die muren heen keek. "Een karikatuur", vindt Van Dam, die de afgelopen jaren veel onderzoek deed naar de verzuiling en de ontzuiling.

"Er bestond niet zoiets als een systeem dat de hele maatschappij in de greep had. Gereformeerden waren wel degelijk op de hoogte van wat er zich in katholieke kringen afspeelde. Er werd zelfs regelmatig gesproken over de oprichting van een interconfessionele politieke partij en vakbond."

In de onlangs verschenen bundel Achter de zuilen gaan Van Dam en een aantal collega's die karikaturen te lijf en stellen ze dat het religieuze leven in Nederland veelzijdiger was dan werd gedacht. Zo tonen ze aan dat lang niet heel Nederland verzuild was, op het hoogtepunt rekende maximaal 7 op de 10 Nederlanders zich tot een zuil.

En het idee dat de periode tussen 1917 en het einde van de jaren '60 historisch een uitzondering was, klopt ook niet helemaal. Verschillende geloofsstromingen leefden al eeuwen naast elkaar. "Op het gebied van religie, de ordening van de civil society en de vormgeving van de politiek", stelt Van Dam in de bundel, "zijn eerder graduale verschuivingen dan radicale breuken te zien."

Bisschoppen waarschuwden voortdurend
Historische bronnen maken volgens hem duidelijk dat gewone gelovigen 'de normen van hun leiders maar al te vaak aan hun laars lapten'. Uit de bundel: "Dat werd duidelijk uit de voortdurende waarschuwingen van bisschoppen en priesters tegen de verlokkingen van sport, bioscoop en dans."

"Grensoverschrijdende contacten speelden een belangrijke rol in het denken over vernieuwing. Veel van de theologische denkbeelden leerden katholieke en protestantse vernieuwers over de grens kennen, of het nu ging om de katholieke nouvelle théologie, het gedachtegoed van de Woodbrookers in Birmingham, of dat van de reformatorische denker Karl Barth."

Over de ontzuiling, het eroderen van de zuilen, doen volgens Van Dam net zo veel misverstanden de ronde. "Dat wordt vrijwel altijd verward met secularisering. De zuilen waren gebouwd op de kerken, is de gedachte. Toen de kerken leegliepen, zouden ook de zuilen zijn ingestort. Maar dat gaat veel te kort door de bocht."

'Oorlog schepte nationaal gevoel'
Het afbreken van de zuilen had niet zo veel met religie te maken, het gebeurde vooral doordat Nederlanders steeds meer over de heg gingen kijken. Van Dam: "In de Tweede Wereldoorlog speelden de zuilen niet zo'n belangrijke rol. Mensen waren op elkaar aangewezen, of ze nu gereformeerd of katholiek waren. Dat schepte een gevoel van verbondenheid, een gevoel dat na de oorlog intact bleef."

Katholieken gaven de eigen identiteit niet op, maar keken wel over de heg. "Het idee dat je er als katholiek vooral was voor andere katholieken, werd gezien als achterhaald. Steeds meer voelden ze zich geroepen om als katholiek mede-Nederlanders op te zoeken."

De welvaartsstaat hielp bij het afbreken van de zuilen. "Een van de belangrijkste eigenschappen van de zuil was het zorgen voor zuilgenoten." De gereformeerde diaconie zorgde dat armlastige gereformeerden het hoofd boven water konden houden, en armlastige hervormden wisten dat ze altijd konden aankloppen bij de hervormde kerk. De opbouw van de welvaartsstaat nam de rol van de diaconieën deels over. Daardoor werden kerken en religieuze organisaties minder belangrijk."

Het begrip verzuiling werd al aan het begin van de eeuw gemunt in Den Haag. Toch raakte het volgens Van Dam pas landelijk in zwang in de jaren '50, toen de verzuiling al op zijn retour was. "Mensen gebruikten het om aan te geven hoe ze niet meer wilden leven: in maatschappelijke hokjes."

Peter van Dam Beeld UvA
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden