Nederland testte gifgas op Vlieland

Nederland heeft in de jaren vijftig gifgas ontwikkeld en dit op proefdieren getest. Niet alleen in de Sahara, maar ook op Vlieland en de Veluwe.

Het was de tijd van de Koude Oorlog en Nederland bereidde zich voor op een Russische aanval, mogelijk met gifgassen. Daarvoor moest men weten hoe zo’n gifgas zich verspreidt en welke kleding en maskers bescherming bieden. Om dat te testen moest men beschikken over een echt gifgas.

Stof X was de naam van het gas, waar Mark Traa, redacteur van HP/De Tijd en oud-medewerker van Trouw, op stuitte bij zijn speurtocht in de archieven van het Chemisch Laboratorium van TNO in Rijswijk. In het diepste geheim ontwikkelde TNO dit gas, dat in giftigheid niet onderdeed voor het bekende Sarin. En produceerde het. Niet in milligrammen, zoals tegenwoordig voor onderzoeksdoeleinden gebruikelijk zou zijn, maar met vele kilo’s tegelijk.

Stof X wordt eerst op militair oefenterrein De Harskamp op de Veluwe getest. „Mede in verband met de veiligheid”, melden de notulen van TNO, wijkt men in juni 1952 voor vervolgproeven uit naar Vlieland, naar De Vliehors. Daar wordt zeker één kilo zenuwgas verspreid met vernevelaars of middels kleine granaten die in het zand tot ontploffing worden gebracht. „Vermoedelijk zal blijken dat de hoeveelheid kan worden opgevoerd”, aldus de notulen.

Maar dat gebeurt vermoedelijk pas een halfjaar later in de Sahara. In november nemen Nederlandse onderzoekers deel aan een oefening op een Franse basis in het westen van Algerije. Ze hebben honderden proefdieren bij zich. Vooral ratten, maar ook marmotten en schapen. Eerst wordt Tabun getest, een gif dat in 1936 door het Duitse IG Farben is ontwikkeld. Dan volgen Sarin en Soman. En ten slotte is Stof X aan de beurt.

Het Nederlandse gif doet het ’opmerkelijk goed’: na negen minuten is een kwart van de 160 blootgestelde ratten dood. De archieven van TNO zitten onderzoeksvoorstellen voor uitgebreidere vervolgproeven, met maar liefst 8600 ratten, maar HP/De Tijd, dat deze week verslag doet van het Nederlandse gifgasavontuur, heeft in die stukken geen bewijzen gevonden dat die proeven ook daadwerkelijk hebben plaatsgevonden.

Maar Traa heeft wel gesproken met een Nederlandse onderzoeker die nog in 1958 heeft deelgenomen aan veldproeven in de Sahara met gifgassen. Alleen waren het toen geen dierproeven meer, en was ook Stof X van het toneel verdreven. „Het is niet de bedoeling dat TNO vele nieuwe stoffen aanmaakt”, had directievoorzitter Gerard Sizoo al in 1953 gezegd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden