Nederland staat alleen met debat over basisinkomen

In de oplaaiende discussie over het basisinkomen speelt het buitenland nauwelijks een rol. Of het moet de angst zijn dat massale immigratie ontstaat, wanneer Nederland als enige een basisinkomen voor iedere ingezetene invoert.

KEES DE VRE

Behalve in Nederland vindt er in Europa in slechts drie landen een debat plaats over een of andere vorm van basisinkomen. In Zwitserland is de discussie nog heel pril en nauwelijks traceerbaar. In Finland is het debat al enige jaren gaande, met dezelfde argumenten als in Nederland, maar nog niet doorgedrongen tot de kringen waar de besluiten worden genomen. In dit Scandinavische land stamt het denken over een basisinkomen van na de val van de Berlijnse Muur in 1989. De florerende economie van Finland kwam na dat jaar in enorme problemen doordat de zeer nauwe band met het Sovjethuishouden plots werd doorgesneden.

Bij de Ieren is het denken over een basisinkomen al wel doorgedrongen tot in overheidskringen in Dublin. In de regeringsverklaring van het recent aangetreden kabinet van premier John Bruton wordt met zoveel woorden gesproken over een basisinkomen voor kinderen. Echter, deze vorm van basisinkomen, op den duur te verkrijgen door een systematische verhoging van de kinderbijslag, is bedoeld om arme gezinnen langzamerhand uit de armoedeval (kinderen van ouders met een bijstandsuitkering zijn door gebrek aan opleiding vanwege te weinig middelen ook gedoemd om van een bijstandsuitkering te leven) te halen.

Als oplossing van het eveneens in Ierland grote werkloosheidsprobleem wordt het basisinkomen niet gezien. Integendeel, in diezelfde regeringsverklaring worden met veel verve maatregelen aangekondigd die de weg naar werk voor iedereen die dat wil moeten plaveien.

Blijft over de Verenigde Staten. Gek genoeg hebben in dit land, dat toch niet bekend staat om zijn genereuze sociale zekerheid, de enige experimenten plaatsgevonden met een bepaalde vorm van basisinkomen: de negatieve inkomstenbelasting (NIB). Deze vorm van basisinkomen werd in de VS in de jaren zestig beschouwd als alternatief middel om bestaande armoede te elimineren. Het is bedoeld voor mensen die geen inkomen hebben of zo'n schamel inkomen genieten dat zij onder het door de overheid vastgestelde bestaansminimum vallen. De NIB is in dit Amerikaanse geval geen voor iedereen gelijk bedrag, maar varieert naar mate er eigen inkomen (tot aan de armoedegrens) is.

Om na te gaan wat de economische en sociale effecten zouden zijn, besloot de federale overheid in Washington tussen 1968 en 1982 vier experimenten met negatieve inkomstenbelasting te financieren. De vier proeven speelden zich af in verschillende delen van de VS: in de oostelijke staten New Jersey en Pennsylvania, in Gary, Indiana in het industriële hart van de VS, in de landelijke staten North Carolina en Iowa, in de havenplaats Seattle aan de westkust en in Denver in de Rocky Mountains. Drie experimenten betroffen twee- en eenhoofdige gezinnen uit zowel de blanke als de zwarte gemeenschappen. Alleen in Gary ging het om zwarte twee- en eenhoofdige gezinnen.

Waar de Amerikanen met name op gelet hebben is de verandering in het arbeidsaanbod als gevolg van de negatieve inkomstenbelasting en de maatschappelijke gevolgen daarvan. Een soort basisinkomen in de vorm van een negatieve inkomstenbelasting drijft de meeste mensen aan de onderkant van de inkomenspiramide ertoe te kiezen voor meer 'vrije tijd'. Getrouwde mannen tussen de dertig en de vijftig jaar blijken dan het minst gevoelig in hun gedrag. Als zij een basisinkomen zouden krijgen totaan de armoedegrens zullen zij gemiddeld vijf procent minder werken. Bij getrouwde vrouwen met kinderen loopt dat veel meer op: zo'n 21 procent minder werkaanbod vanuit deze categorie. Vrouwen met kinderen maar zonder aanwezige echtgenoot bieden zich weer ruim dertien procent minder aan. De jongeren spannen de kroon. Bij hen valt het arbeidsaanbod ruim 22 procent terug als er sprake is van een uitkering tot aan de armoedegrens.

Bij deze cijfers moet echter worden aangetekend dat getrouwde mannen gemiddeld meer uren werken dan vrouwen en jongeren zodat de percentages ietwat vertekenen. Uitgedrukt in het aantal arbeidsweken dat jaarlijks minder wordt aangeboden bij een negatieve inkomstenbelasting is dat voor mannen twee volle weken, voor vrouwen - zowel echtgenotes als alleenstaande gezinshoofden - drie weken en voor jongeren vier weken.

Over de uitkomsten van deze experimenten is veel geschreven in Amerikaanse vaktijdschriften. Onderzoekers zijn het niet met elkaar eens over de interpretatie van de resultaten. En ook uit de resultaten zelf is geen eenduidige beleidsaanbeveling te destilleren. Zo constateert een overzichtsartikel uit 1982 dat een negatieve inkomstenbelasting enerzijds de armoede en de inkomensongelijkheid doet afnemen, maar anderzijds wel 83 procent duurder is dan de lopende vormen van sociale zekerheid.

Een van de recente artikelen op dit gebied - uit maart 1992 - constateert dat een negatieve inkomstenbelasting nauwelijks effect heeft op het arbeidsaanbod, of op zijn minst een negatieve en dus zeker geen stimulans vormt om met het basisinkomen als vangnet er een baantje bij te nemen. Dat is voor de federale regering in Washington aanleiding geweest om de boot met de negatieve inkomstenbelasting af te houden. Sommige onderzoekers concluderen nu op grond van de bevindingen zelfs al dat werk en sociale zekerheid niet samengaan.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden