Column

Nederland snijdt zich in de vingers, met dank aan populisten

Voormalig IMF-topman en Frans presidentskandidaat Dominique Strauss Kahn is weer eens in opspraak geraakt. Het ging weer om een seksaffaire. DSK laat zien dat iemand met een glanzende carrière door eigen schuld van zijn voetstuk kan vallen.

Hij is inmiddels zijn belangrijkste bezit kwijt: zijn reputatie. Ook voor een land is reputatie cruciaal.

Precies om die reden hield minister van buitenlandse zaken Uri Rosenthal jonge Nederlandse ondernemers in New York voor: "Wij Nederlanders laten ons licht vaak onder de korenmaat schijnen, we stellen ons te bescheiden op. Daarmee redden we het niet in de global economy. We moeten ons zelf beter laten zien. Holland branding." Ik was het volledig met hem eens. Holland branding is een noodzakelijke ondersteuning voor het door dit kabinet ingezette beleid van economische diplomatie.

Laatst was ik in Engeland voor een discussie over de politieke crisis in Europa. Interessant was dat de discussie begon met de casus Nederland: een land dat in de ogen van de organisatoren in hoog tempo van zijn voetstuk was gevallen. Een land dat niet langer open en tolerant is. En een land dat niet langer de bruggenbouwer is die de kloof tussen andersdenkende landen dicht. Het imago van Nederland had deuken opgelopen.

Voorbeelden van Nederlandse zelfdestructie zijn er te over. Een kleine greep. Het niet honoreren van een zelfgevraagd verzoek van de Navo-secretaris-generaal over de verlenging van de vredesmissie in Uruzgan en de daarop volgende terugtrekking uit Afghanistan was zo'n schoffering dat we uiteindelijk onze zetel bij de G20 kwijtraakten.

Binnen de Europese Unie waren wij extreem kritisch over financiële steun aan Griekenland; wilden we niet dat Bulgarije en Roemenië toetraden tot het Schengen-akkoord, dat het vrije verkeer van goederen en personen binnen de Unie regelt; en probeerden we elk verdrag open te breken waarin het woord 'migrant' of 'asiel' voorkomt.

De Poolse minister van buitenlandse zaken trok hard van leer over de plannen van minister Kamp van april 2011 om Oost-Europeanen gedwongen te laten integreren of ze juist te laten vertrekken als ze werkloos zijn.

Tien ambassadeurs van Midden- en Oost-Europese landen spraken onlangs namens hun regeringen in een open brief hun afschuw uit over het PVV-initiatief voor een meldpunt voor vermeend wangedrag van hun landgenoten. Een actie zonder precedent. Drie christen-democratische europarlementariërs - een Pool, een Roemeen en een Bulgaar - riepen zelfs op tot een boycot van Nederlandse producten.

Het gevolg? Er wordt over ons en niet met ons gesproken. En als wij wat gedaan willen krijgen van anderen kunnen we het wel schudden. Strakkere Europese immigratieregels? Vergeet het maar. Minder afdracht aan Europa? Niet dus. Verbetering van het vestigingsklimaat voor buitenlandse bedrijven? Dat wordt een hele toer. Economische diplomatie en Holland branding? Gedoemd te mislukken als de PVV met dit soort initiatieven blijft komen.

Nederland snijdt zich in een tijd van economische crisis aantoonbaar in eigen vingers. Met dank aan xenofoben en populisten die met hun rug naar het buitenland staan, niet begrijpen dat wij ons geld vooral daar verdienen en dat de reputatie van Nederland dat mogelijk maakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden