Nederland, recht je rug in oordeel over Gaza-oorlog

Westerse dwarsheid belemmert serieuze behandeling van het Goldstone-rapport in de VN-mensenrechtenraad.

De commissie-Goldstone kwam vorige week met een spraakmakend rapport over de Gaza-oorlog. Maar het is de vraag of het morgen serieus wordt behandeld in de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Dat komt doordat Nederland en andere Westerse landen het werk van de raad bemoeilijken als hen dat uitkomt. Dat is beschamend.

De Mensenrechtenraad van de VN richt zich op de naleving van internationale verdragen. Hij vervangt sinds 2006 de politiek gestrande Mensenrechtencommissie, die door velen als tandeloos werd gezien omdat landen met een bedenkelijke status er de toon konden bepalen. Maar de neiging om de Raad politiek te gebruiken bestaat nog steeds, ook onder Westerse landen, en heeft een verlammende werking.

Zo begon de twaalfde sessie vorige week meteen al weinig constructief. China reageerde geïrriteerd op opmerkingen over Xinjiang en Tibet, terwijl Soedan de kritiek op de veroordeling van een vrouw wegens het dragen van een broek als onzin afdeed. Nederland benadrukte procedures en onafhankelijkheid bij verslag over landen en thema’s.

Voor dat laatste wordt terecht aandacht gevraagd. Zonder procedures voor onafhankelijk onderzoek naar vermoede schendingen van mensenrechten is de Raad inderdaad weinig meer dan een platform waarop overheden hun internationale imago kunnen opvijzelen. Dit gebeurt middels voorspelbaar vingerwijzen. Het Westen wijst systematisch naar Iran en uit scheutig kritiek op landen als Sri Lanka en Zimbabwe, die op hun beurt triomfantelijk westerse zelfverrijking analyseren. De verdeling die zo ontstaat maakt een dialoog over internationale oplossingen voor conflicten, armoede en discriminatie bijna onmogelijk.

Ongemakkelijke onderwerpen worden vaak vermeden. Geen enkel land durfde vorige week de schrijnende mensenrechtensituaties in Irak en Afghanistan op de agenda te zetten. Precies hierin schuilt de zwakte van Europa’s roep om onafhankelijke onderzoekers. Sinds 2003 is er geen overeenstemming over onderzoek in Irak, terwijl het geschatte dodental al is opgelopen tot meer dan een miljoen. Het bewust zwijgen van de Raad over deze gevolgen van het illegale gebruik van geweld is voor sommige landen comfortabel, maar is aan Iraakse slachtoffers moeilijk uit te leggen.

Dit ligt anders met de kwestie Palestina, waarvan een meerderheid van lidstaten vindt dat het de aandacht van de Raad verdient. In januari stelde de Raad zelfs een speciale inspectiecommissie in onder leiding van de Zuid-Afrikaanse rechter Richard Goldstone om vermoede schendingen van mensenrechten en humanitair recht gerelateerd aan de Gaza-oorlog te documenteren. Enkele leden van de Raad, waaronder Nederland, vonden de resolutie waarmee de commissie is ingesteld eenzijdig. Objectief rapporteren zou daarom onmogelijk zijn.

Het rapport van Goldstone is echter politiek neutraal. Het stelt de Raad in staat om de meest langdurige onopgeloste mensenrechtenkwestie op geïnformeerde wijze te bespreken. Relevant is vooral dat het rapport aanbevelingen doet die voor slachtoffers van mensenrechtenschendingen tijdens de Gaza-oorlog een verschil kunnen maken.

Het roept de VN Veiligheidsraad op om toe te zien op juridische veroordeling van plegers van geïdentificeerde mensenrechtenschendingen. Als Israël hiervoor geen verantwoordelijkheid neemt, zou volgens de commissie het Internationaal Strafhof ingeschakeld moeten worden. De Raad kan deze aanbevelingen aan het eind van de twaalfde sessie in een resolutie overnemen en zo de Veiligheidsraad, of de Algemene Vergadering, tot actie aanzetten.

Van Nederland, dat zich met de hoofdstad van het internationaal recht rijk rekent, mag verwacht worden dat het zich inzet om aan de aanbevelingen van commissie-Goldstone gevolg te geven. Dit zou duidelijk maken dat de Raad een universele standaard handhaaft, die van het internationaal recht, om boven verlammende, antagonistische debatten uit te stijgen. Dezelfde standaard moet gebruikt worden om de agenda van de Raad te bepalen. Met het negeren van kwesties verliest ook de Raad razendsnel aan krediet.

De belangen zijn groot. Opportunisme is verleidelijk. Maar een hernieuwde focus op internationaal recht is het enige middel om de Raad werkelijk zinvol te laten functioneren, en alle belangrijke mensenrechtenkwesties bespreekbaar te maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden