Nederland moet zich terugtrekken uit Irak

Het democratische Irak dat Bush heeft voorgespiegeld, blijkt een fata morgana. Zolang de VS de macht niet werkelijk overdragen aan de Irakezen, is er sprake van bezetting. Nederland legitimeert Amerika's failliete politiek door te blijven.

Elf maanden nadat Bush het einde van de oorlog verklaarde, dringt steeds meer door dat de oorlog in Irak helemaal niet is beëindigd, maar is overgegaan in een stadsguerrilla. Van de initiële argumenten voor de oorlog is weinig overgebleven. De massavernietigingswapens blijken onvindbaar en de mogelijke connectie tussen Saddam en Al-Kaida is propaganda gebleken.Met het gevaarlijke precedent van een niet door de VN gesanctioneerde aanvalsoorlog is de wereld er allesbehalve veiliger op geworden, juist ook op het punt van het tegengaan van de verspreiding van massavernietigingswapens en van het internationaal terrorisme. Wat overblijft is het humanitaire argument, de bevrijding van een bloeddorstig regime, dat met terugwerkende kracht tot hoofdreden voor de invasie van Irak gemaakt wordt. En dat terwijl in Irak het aantal doden, met name onder de Iraakse bevolking, met de dag stijgt, en het 'democratische, vreedzame, stabiele, en welvarende' Irak dat premier Blair de wereld voorspiegelde, verwordt tot een fata morgana.

In het licht van de huidige bloedige strijd tussen de bezettingstroepen en steeds grotere groepen van Iraakse opstandelingen is het niet overdreven te stellen dat de humanitaire missie dreigt uit te lopen op een humanitaire ramp. Toch blijft het humanitaire argument aan de zijde van de voorstanders de boventoon voeren in het huidige debat over hoe het nu verder moet met de bezetting van Irak. Blair schreef in dit verband onlangs over een 'historische strijd' in naam van de 'democratie' en de 'beschaving'.

Misschien minder hoogdravend, klinkt ook in Nederland deze argumentatie door, namelijk dat het onze morele plicht is om in Irak te blijven daar we anders de Iraakse bevolking – die ons zo hard nodig heeft bij de wederopbouw van hun land – in de steek laten. Deze retoriek getuigt van een vorm van 21ste-eeuws humanitair imperialisme die een sterke gelijkenis vertoont met de retoriek van de 19deeeuwse koloniale machten.

Ondanks de bevrijdingsretoriek zoals die ook door Bush gebezigd wordt, is namelijk het doel van de Amerikaanse bezetting niet primair de democratiseringvan Irak maar de controle over dat land om geopolitieke en strategische redenen die zich slecht verhouden met de geproclameerde doelen van wederopbouw en democratie. 30 juni zou de soevereiniteit moeten worden overgedragen maar afgezien van de vraag of die deadline gehaald wordt, is nu al duidelijk dat de feitelijke macht die overgedragen zal worden heel beperkt zal zijn, om niet te zeggen een wassen neus. De bezetting gaat namelijk gewoon door. Zoals minister van defensie Rumsfeld ook aangaf in een persconferentie, Amerika blijft verantwoordelijk voor de 'veiligheid' en militair gesproken veranderd er na 30 juni dus niets.

Een staat waar het geweldsmonopolie in handen is van een vreemde mogendheid is per definitie geen soevereine staat, een situatie die de VS bovendien feitelijk voor onbepaalde tijd zou willen houden getuige hun langere-termijnplannen voor Irak (bijvoorbeeld voor permanente militaire bases). Vandaar dat de internationale troepenmacht nu feitelijk in oorlog is – een oorlog waar alleen de Nederlandse eenheden meer door geluk dan door wijsheid tot nog toe van verschoond zijn gebleven – met steeds grotere delen van de Iraakse bevolking, die dit beleid afwijzen. Een oorlog die gezien de aard van de bezetting en de Iraakse reactie daarop niet te winnen is.

Het is deze structurele context waarin het Nederlandse contingent in Zuid-Irak zich op dit moment begeeft en het is in deze context dat de afweging gemaakt moet worden in hoeverre het mandaat verlengd moet worden. Onder de huidige omstandigheden kan een dergelijke verlenging alleen maar een legitimatie betekenen voor een failliete Amerikaanse politiek waarvan juist de humanitaire kosten elke dag groter worden. De voorstanders van Nederlands aanwezigheid lijken hier echter blind voor te zijn. De gedachte dat de Iraakse bevolking niet in staat zou zijn zelf haar zaken op orde te brengen, klonk al door in het neoconservatieve uitgangspunt dat men een 'achterlijk' land als Irak wel tot een democratie kon bombarderen en hoewel het steeds duidelijker wordt dat dit beleid contraproductief is, wordt dit pad niet verlaten.

Het zou van politieke wijsheid getuigen wanneer de Nederlandse regering toegeeft dat haar rol in de oorlog tegen Irak niet onbelast is en dat betweterij niet op zijn plaats is. Nederland zou zijn oor veel meer te luisteren moeten leggen bij de Irakezen die zich dagelijks en tegen de stroom in, inzetten voor de wederopbouw van hun land en zijn beleid daardoor moeten laten leiden in plaats van klakkeloos de Amerikaanse beleidsmakers te volgen. Indien deze weg bewandeld wordt, kan ook het inzicht rijpen dat het een heilloze weg is om onderdeel te blijven van de huidige mislukte bezetting, ook vanuit humanitair oogpunt.

Wat dan wel te doen? Hoewel de VN geen panacee zijn voor al Iraks problemen is het duidelijk dat in vergelijking met de VS deze organisatie in ieder geval meer legitimiteit geniet en een grotere kans van slagen heeft om op verzoek van een soevereine Iraakse regering daadwerkelijk aan te vangen met de stabilisatie en wederopbouw. Wat er dus zou moeten gebeuren is dat de VS zich terugtrekken ten gunste van een door de VN geleide vredesmacht die dan kan toezien op de overgang naar een daadwerkelijk soeverein Irak.

Of deze missie dan zal lukken is niet met zekerheid te zeggen. Wel is zeker dat er dan een einde is gekomen aan een bezetting die niet alleen illegaal en immoreel is maar het land ook steeds verder aan de rand van de afgrond brengt. Wat ook zeker is, is dat de VN-optie ver weg blijft, zolang Amerika gesteund wordt door landen als Nederland. Het is tijd dat uit dat inzicht de enige juiste conclusie wordt getrokken. Deze conclusie is inmiddels – zij het rijkelijk laat – getrokken door oppositieleider Wouter Bos alsmede door zijn Spaanse socialistische collega, Zapaterro. Dit heeft niets te maken met zwichten voor terrorisme maar vloeit voort uit een nuchtere analyse van de huidige Amerikaanse bezettingspolitiek en de uitzichtloosheid daarvan voor de Iraakse bevolking.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden