Nederland moet vechten in handel broeikasgassen

De zachte winters van de laatste jaren zijn een 'meevaller' voor energiebespaarders. Onderzoekers voorzien dat verder stijgende buitentemperaturen onder invloed van klimaatverandering tot minder energiegebruik leiden.

,,Het ligt voor de hand: gebouwen hoeven immers minder verwarmd te worden'', zegt Ton van Dril van Energie Onderzoekscentrum Nederland (ECN). Met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rivm) deed het centrum een studie, de 'Referentieramingen Energie en Emissies 2005-2020'. Het onderzoek, in opdracht van de ministeries van economische zaken en vrom, werd gisteren in Petten gepresenteerd.

,,Het zijn ramingen, die op verschillende scenario's zijn gestoeld'', zegt Van Dril. De onderzoekers zijn er voetstoots van uitgegaan dat de energiepolitiek en het klimaatbeleid van de Nederlandse overheid -met haar onomwonden keuze voor liberalisering van de stroommarkt en ruimhartige subsidiëring van duurzame energie (wind en biomassa)- overeind blijven.

De onderzoekers denken dat het totale energiegebruik van Nederland blijft groeien, en daarmee samenhangend ook de CO2-emissie zal toenemen. Toch zijn zij in alle scenario's optimistisch: ze schrijven dat Nederland zal kunnen voldoen aan zijn Kyoto-verplichting. Daarin is afgesproken dat Nederlandse bedrijven tussen 2008 en 2012 zes procent minder broeikasgassen uitstoten dan in 1990. Van Dril: ,,We zullen als Nederland die CO2 in het buitenland moeten reduceren. Dat moeten we wel zien waar te maken.''

Dat Nederland zich afhankelijk heeft gemaakt van het buitenland voor zijn milieudoelen, is bekend. Het tweede kabinet-Kok besloot in 1997 dat Nederland zijn Kyoto-doelstellingen slechts zou kunnen halen door milieumaatregelen in het buitenland te financieren en in ruil daarvoor emissierechten te verwerven.

Nederland zou een beroep doen op de zogenaamde Kyoto-mechanismen, joint implementation (JI, financiering van projecten in Oost-Europa) en het clean development mechanism (CDM, financiering van projecten in ontwikkelingslanden), en zo zijn emissiereductie bewerkstelligen.

,,We zijn daar ver mee, maar we zijn er nog niet'', zegt Van Dril. In de 'ramingen' veronderstellen de onderzoekers dat Nederland op jaarbasis 20 megaton aan emissiereductie over de grens koopt, maar Van Dril erkent dat de onzekerheidsmarge groot is. Nederland moet zijn CO2-emissies tussen 2008 en 2012 tot gemiddeld 200 megaton beperken; omdat bij ongewijzigd beleid de uitstoot 240 megaton zal bedragen, moet zo'n 40 megaton gereduceerd. Daarvan moet de helft in het buitenland worden geboekt.

Nu het Kyoto-protocol in werking is getreden, leeft de markt voor de Kyoto-mechanismen op. Wereldwijd zoeken partijen investeringsmogelijkheden voor emissiereductie, in bijvoorbeeld China of India, waar energiebesparing eenvoudig is. Van Dril: ,,Nederland zal mogelijk concurrentie ondervinden. Het aantal inkopers neemt toe. Het is te verwachten dat de prijzen van die projecten gaat stijgen.'' In de ogen van de ECN-wetenschapper valt bovendien te vrezen dat de markt stroperiger wordt, ,,met meer accountants en boekhoudkundige controle''.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden