'Nederland moet nu kansen gaan benutten'

Sinds september 2011 is Maria van der Hoeven directeur van het Internationaal Energie-Agentschap. 'Nederland heeft verbindingen en opslagcapaciteit. Ons land kan een relevante rol spelen.'

Wie bij de ingang van het Internationaal Energie-agentschap (IEA) zou worden gedropt en de blinddoek afneemt, ziet een doodgewone hal met een doorsnee portiersloge in een anoniem betonnen kantoorgebouw.

De hal leidt naar een lift, de lift naar de directeurskamer op de tweede verdieping. Pas daar blijkt dat dit toch geen doorsnee werkplek is. De kamer van Maria van der Hoeven biedt een subliem uitzicht op de Eiffeltoren. Wie goed met stenen kan gooien, zou 'm vanaf hier kunnen raken.

"Maar de grootste meevaller van het werken hier is toch wel de reistijd van Parijs naar Maastricht (waar de Limburgse haar weekeinden vaak doorbrengt, red.). Die is korter dan van Maastricht naar Den Haag."

Sinds september 2011 staat oud-CDA-minister Van der Hoeven (63) aan het roer bij het IEA, een toonaangevende energie-denktank waarbij 28 welvarende, overwegend energie-importerende industrielanden zijn aangesloten. Ze is bijna op de helft van haar termijn van vier jaar.

Het IEA is opgericht als reactie op de oliecrisis van begin jaren zeventig, en had als primaire doel dergelijke bange tijden voortaan te voorkomen en de energie- (lees: olie-)zekerheid te vergroten.

Inmiddels zit de wereld iets anders in elkaar. In de Verenigde Staten voltrekt zich al enige tijd een energierevolutie die de internationale machtsverhoudingen op z'n kop zet. De winning van schaliegas en -olie maakt de VS minder afhankelijk van import uit instabiele landen. Verder stomen economieën als China en India op, met een bijbehorende behoefte aan energie. En die is niet altijd even schoon.

"Toen wij begonnen in 1974 stonden de rijke landen van de Oeso - de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling - garant voor driekwart van het energieverbruik in de wereld", zegt Van der Hoeven. "Nu gebruiken we nog maar de helft. Dat gaat terug naar een derde in 2035. Niet omdat wij minder gebruiken, maar omdat andere landen meer gebruiken."

Welke rol speelt het IEA bijna veertig jaar na de oprichting?

"Onze huidige missie is: zekerheid in de energievoorziening, voor allen, op een duurzame manier. Waarbij fossiele brandstoffen nog steeds een belangrijke rol spelen, hoe je het ook wendt of keert. Fossiel zal in 2035 nog steeds 75 procent van de energievoorziening uitmaken. Maar er zijn twee dingen aan het veranderen: de opkomst van hernieuwbare energie zoals zon en wind, en de noodzaak van een efficiënter gebruik van energie, of dat nou fossiel is of niet. Dat zijn twee elementen waaruit blijkt dat we intussen wel wat meer zijn dan alleen een waakhond op het gebied van olie."

Kunt u in drie zinnen schetsen hoe de energiemarkt wereldwijd aan het veranderen is, met name op het gebied van gas?

"Drie zinnen? Ha! Er zijn nieuwe markten ontstaan in het oosten. Azië heeft een enorme dorst en honger naar olie en gas. Er wordt veel meer gas geproduceerd in Afrika, Noord-Amerika, maar ook in Zuid-Amerika. Dat gaat, in de vorm van LNG (liquefied natural gas, ofwel vloeibaar gemaakt aardgas, geschikt voor transport over zee, red.), naar Azië. Europa krijgt voor het grootste deel Russisch gas, maar zoekt ook naar andere aanbieders. Dat betekent dat LNG een ruimere markt gaat krijgen. Daardoor komt er ook steeds meer druk op de gasprijs. Sorry, dat zijn iets meer dan drie zinnen."

Hoe ziet u de toekomst van duurzame energievormen in Europees perspectief?

"Cruciaal zijn de verbindingen. Kijk naar Spanje en Portugal. Dat zijn prima producenten van zonne- en windenergie. Ze produceren zo veel, dat ze het zouden moeten kunnen exporteren. Maar dat kunnen ze niet, omdat de verbinding via een Franse kabel loopt, en die is heel klein, wat capaciteit betreft. Als de zon volop schijnt en de wind waait, en dat gebeurt in die landen, hebben ze een overschot. Dus Europees bezien zijn er nogal wat lastige punten op te lossen om te zorgen dat je naar duurzamere energie gaat. Positief is dat de kosten van het opwekken dalen, want zonnepanelen worden goedkoper. Verder schrijdt de technologie voort, dus het rendement stijgt."

Uw agentschap verwacht dat Nederland tussen 2020 en 2025 zal veranderen van een gasexporteur in een gasimporteur, omdat de eigen gasvoorraden opraken. Vindt u dat Nederland, zowel burgers als politici, zich bewust zijn van deze ingrijpende verandering van hun economie?

"Ik geloof het niet, nee. Je hoort er weinig over. Er wordt natuurlijk al wel langer nagedacht over die gasrotonde (Nederland als knooppunt voor transport en opslag van aardgas, red.). Een van de achterliggende ideeën daarvan was dat je een betere mix krijgt door nú al gas te importeren, en met het uitwisselen van kennis en technologieën te zorgen dat je de bestaande velden langer kunt exploiteren. Maar dat moet je dan wel ontwikkelen, daar moet je niet mee beginnen als het al 2020 is.

"Het zou goed zijn als Nederland niet alleen zijn geografische ligging goed benut, maar ook zijn kennis op het gebied van gastechniek en -transport. We zijn aangesloten via pijpleidingen op geheel West-Europa, dat is een enorm voordeel. Er is opslagcapaciteit. Daarom kan Nederland een relevante rol spelen."

Worden die kansen in uw ogen goed benut?

"Het kan altijd beter. Er is in Nederland soms het gevoel van: we kunnen het toch allemaal wel kopen. Maar als je wil kopen, moet je geld hebben. Japan en Zuid-Korea betalen zich momenteel blauw aan gas. De gasprijs daar is het dubbele van de onze."

En wij betalen weer het dubbele van wat de Amerikanen betalen.

"Het drievoudige zelfs. Drie tot vier keer zo veel. Dus als je niks hebt, moet je alles kopen, en dan ben jij niet degene die de prijs bepaalt. Dat doet een ander wel voor je.

"Voor de toekomst is de Nederlandse positie in de Noordwest-Europese elektriciteitsmarkt cruciaal. Dan heb je het over Scandinavië, Verenigd Koninkrijk, Duitsland, België, Luxemburg en een stukje Frankrijk. Dan moet je ook zelf iets te bieden hebben. Je bent doorvoerland, je bent importeur, maar je moet ook exporteur zijn. Er wordt wel eens gezegd: waarom zouden wij dat doen, iets produceren voor een ander? Nou, dat doen anderen ook voor ons. Dus je moet zorgen dat je een goede handelsbalans hebt."

Trekt Den Haag daar hard genoeg aan?

"De Sociaal-Economische Raad (Ser) is nu bezig met dat Energieakkoord. Ik verwacht daar wel wat van. De Ser is zich heel goed bewust van de positie en de mogelijkheden van Nederland. Ook de manier waarop het akkoord wordt opgezet, is goed. Ze hebben ons ook geraadpleegd. Je ziet dat ze daar ook wat mee doen."

Het Planbureau voor de Leefomgeving adviseerde deze week om de aardgasbaten in een duurzaam investeringsfonds te stoppen in plaats van het geld rechtstreeks de schatkist in te laten stromen, zoals sinds het eerste kabinet Rutte de praktijk is. Mee eens?

"Fondsvorming is sowieso geen gek idee, want het is niet handig om dat geld in de begroting te laten verdwijnen. Dan krijg je de 'Dutch disease' weer. Vroeger werden die opbrengsten besteed aan infrastructuur. Waar dat geld nu het best tot zijn recht zou komen, is in investeringen in een duurzamere energievoorziening."

In heel Europa woedt de schaliegas-discussie. Ziet u Nederland als toekomstig schaliegas-land?

"In de eerste plaats moet je kijken of het er wel ís. En daar zul je proefboringen voor moeten doen, of je wil of niet. Maar als je het doet, moet je ervoor zorgen dat je van meet af aan de burgers meeneemt in die ontwikkelingen. Het ergste wat kan gebeuren, is dat bedrijven zeggen: ach joh, het komt allemaal goed, je hoeft je nergens ongerust over te maken, wij doen dat wel. Mensen geloven dat niet. Je moet daar heel transparant in zijn. Hoe gaat dat met die boortechniek, dat fracking? Hoe zorg je ervoor dat het gebruikte water weer wordt schoongemaakt? Wat gebeurt er met het land als zo'n bron leeg is? Die transparante informatievoorziening is een gezamenlijke taak voor overheid en bedrijfsleven.

"Je zult antwoorden moeten vinden op de bezwaren van de tegenstanders. Die moet je óf weerleggen met feiten, óf, als het inderdaad echte problemen zijn, daar goede oplossingen voor vinden. En soms moet je gewoon zeggen: we gaan hier niet boren. Maar je moet die beslissingen nemen op basis van feiten, niet van emoties."

Volgens sommigen zijn schaliegas en -olie een soort overgangsbrandstoffen, op weg naar duurzamere energievormen. Kunt u zich daarin vinden?

"Wij zeggen dat ook. Met name gas kan een brug vormen tussen de niet-schone energie van nu en de schonere energie van de toekomst. Op die manier is schaliegas dus meer een bondgenoot van hernieuwbare energie, geen vijand."

Geboren in Meerssen, 1949

Gemeenteraadslid Maastricht, 1974-1991

Lid Tweede Kamer (CDA), 1991-2002

Minister van onderwijs, cultuur, en wetenschap in de kabinetten Balkenende I, II en III, 2002-2007

Was in 2006 kandidaat-voorzitter van de Tweede Kamer. Werd nipt verslagen door Gerdi Verbeet (VVD)

Minister van economische zaken in kabinet Balkenende IV, 2007-2010

Directeur van het Internationaal Energie-Agentschap vanaf 1 september 2011, als opvolger van de Japanner Nobuo Tanaka.

Maria van der Hoeven

'Europees bezien zijn er nogal wat lastige punten op te lossen om te zorgen dat je naar duurzamere energie gaat.'

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden